Home

Ali Dia (2002-2026) was vastbesloten om het te maken als bokser

De laatste bladzijde Ali Dia, die op zijn twintigste naar Nederland kwam, ontdekte in Amsterdam het boksen. „Hij schreeuwde het bijna van de daken: ik wil kampioen worden.” Niet lang nadat hij terug moest naar Libanon, werd hij gedood door een raketaanval.

Ali Dia vlak voor zijn eerste wedstrijd, mei 2024.

Het speelt steeds door het hoofd van bokstrainer François Lubbers: wisten ze bij de IND wat ze deden, toen ze Ali terug naar Libanon stuurden? Was het toen veilig, of was het allang al niet meer veilig?

„Acht maanden voordat hij terugging is het huis van zijn ouders geraakt bij een bombardement”, zegt Leonine Brünink, die Ali leerde kennen bij kickboksles en voor wie hij „een klein broertje” werd. „Ik heb de foto’s gezien, zijn vader moest naar het ziekenhuis. In de periode dat hij hier was, zijn daar vier vrienden van hem omgekomen.”

Ali Dia, toen 20 jaar, kwam op 17 oktober 2022 per vliegtuig via Griekenland aan in Nederland. Op 8 december 2025 stapte hij in Duitsland op het vliegtuig om terug naar Libanon te gaan.

Ali was lief, beleefd, respectvol, een beetje verlegen, zeggen de mensen die hem leerden kennen in de drie jaar dat hij in Nederland was. Een harde werker, die aanpakte wat hij kon krijgen. Hij was maaltijdbezorger, keukenhulp, schoonmaker, bouwvakker. Soms verdiende hij ver beneden het minimum – 50 euro zwart voor een dag op de bouw, hoorde Brünink eens, „en dat wilden ze dan ook nog halveren” – maar hij stuurde altijd geld naar huis. 

Maar bovenal was Ali een fanatieke bokser en kickbokser, „klein van stuk, maar een sterke jongen”, zegt Lubbers. „Hij deed er alles voor om prof te worden. Hij schreeuwde het bijna van de daken: ik wil kampioen worden. Ik heb hem een paar keer naar huis moeten sturen omdat ik hem te veel in de gym zag. Hij wilde zo graag dat hij zichzelf naar de klote aan het helpen was.”

Groentewinkel

In Libanon was Ali ambulancemedewerker geweest en hij had al vanaf zijn veertiende met zijn vader een groentewinkel; na een ernstig auto-ongeluk op zijn twaalfde waarvan hij lang moest revalideren, was hij niet meer terug naar school gegaan. Volgens zijn oom Sleiman Ftouni, die op zijn zestiende naar Nederland kwam, was Ali tevreden met zijn leven in het Zuid-Libanese dorp Bafliyeh.

Tot een andere oom, een oudere broer van Ftouni die ook al tientallen jaren in Nederland woonde, hem vertelde dat hij in Nederland een veel beter leven zou hebben. „Ik ben hier zelf zeven jaar illegaal geweest, en heb toen heel veel drama gehad in mijn leven. Maar mijn broer had het niet over de slechte kant van Europa, hij vertelde niet dat er maar een heel kleine kans is dat je papieren krijgt. Hij beloofde alleen maar mooie dingen. Vanaf dat moment wilde Ali niet meer in Libanon zijn.”

In Nederland woonde Ali eerst een tijdje bij zijn ooms, daarna een periode als asielzoeker in een Van der Valk-hotel in Hoofddorp en vervolgens ging hij van onderhuur naar onderhuur; bij zijn ooms had hij te weinig vrijheid, vond hij. Een enkele keer sliep hij op straat.

In de shisha-lounge van zijn ooms ontmoette hij boksleraar Karim Laouini, die daar toen portier was. Hij liet Ali voor niks trainen bij Hiit Fit, de gym op de Albert Cuyp waar hij werkte. „Hij kon nog helemaal niks, maar ik liet hem uren maken. Ik heb hem echt zien groeien, ook qua karakter.” Toen Ali serieuze plannen kreeg met het boksen, stuurde Laouini hem naar François Lubbers, die ook profboksers traint. Ook in Lubbers’ gym, Fight District, mocht hij gratis trainen, en hij gaf er ook les.

Voor zijn eerste gevecht in mei 2024, een bokswedstrijd op een gala in Almere, werd Ali getraind door Lubbers en Laouini samen. Laouini: „Twee ronden stond hij voor. Ik zei: nu geen contact meer maken, alleen jabs en dan wegdansen. Maar Ali luistert niet. Ali wil alles of niks. Hij ging neer, knock-out.” Hij ging nog twee keer de ring in, als kickbokser; een keer won hij op knock-out, de tweede keer verloor hij op punten. „Als hij door had kunnen gaan, had hij zeker wat kunnen bereiken”, zegt Lubbers.

Jeugdfoto van Ali Dia

Laatste wedstrijd

„Hij wilde Nederlands leren en hier echt iets opbouwen”, zegt Leonine Brünink. Zij regelde dat hij taalles kon volgen en een opleiding tot maatschappelijk sportcoach bij de Stichting Life Goals. „My goal is to be a professional trainer”, schreef Ali in zijn lesboek. „I want to be in my own gym in Amsterdam.” „Zijn begeleiders zagen dat ook echt in hem”, zegt Brünink. „Ze waren heel tevreden over hem.”

Dat Ali’s asielaanvraag was afgewezen kreeg hij te horen toen hij aan het trainen was voor wat zijn laatste wedstrijd zou worden. „Hij heeft zelf een ticket naar Libanon gekocht”, zegt Sleiman Ftouni. „Hij was een beetje moe van het leven hier. Vaak had hij nauwelijks genoeg geld om te eten.”

François Lubbers: „Ik heb nog gekeken of hij een topsportstatus kon krijgen, maar die kans leek klein, dus dat hebben we moeten loslaten. Ik vond dat hij er heel rustig onder was, bijna nonchalant. Maar misschien was het gewoon machteloosheid.”

Hij is vrij gemakkelijk teruggegaan, zegt ook Hiit Fit-eigenaar Shermain Hellings, die in de periode dat Ali in Nederland woonde meermaals contact zocht met de IND en zijn advocaten, om te kijken hoe hij zou kunnen helpen. „Maar hij was vastbesloten terug te komen.”

Een dag nadat hij op het vliegtuig naar Libanon was gestapt, postte Ali al een boksfoto vanuit de Hero Club in Bazouriye, Zuid-Libanon, maar die gym raakte al snel buiten gebruik. Volgens Sleiman Ftouni sloot hij zich daarna bij hulpdiensten aan.

Op 6 maart hadden zijn Nederlandse vrienden voor het laatst contact met hem. „We zijn weer terug in oorlog en dit keer is het te veel”, vertelde hij in een spraakbericht aan Leonine Brünink. Daarna was hij onbereikbaar. Op 15 april kwam het bericht dat Ali in Bafliyeh was gedood door een Israëlische raketaanval. Hij was 23 jaar.

In deze rubriek elk weekeinde een portret van iemand die recent is overleden.

Migratie en vluchtelingen

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next