WK voetbal Deze zomer moeten we twee dingen tegelijkertijd in onze hoofden houden: Infantino en Trump zijn slechte mensen, en een WK is fantastisch, schrijft Simon Kuper.
Over een paar weken vlieg ik naar de Verenigde Staten om het WK voetbal te verslaan. Toen ik dat aan een vriend vertelde, zei hij: „Geniet van wat ik hoop dat het slechtste, ongelukkigste WK aller tijden wordt.” Ik zie er inderdaad tegenop.
Simon Kuper is schrijver van Soccernomics en De Wereld aan Mijn Voeten: Een reis door het hart van het mondiale voetbal in negen WK’s.
Om een journalistiek visum te krijgen, moest ik mijn socialemediageschiedenis opgeven – vermoedelijk een manier om Trump-tegenstanders te intimideren. Donald Trump zelf dreigt de hoofdfiguur te worden van het grootste mondiale media-evenement, met FIFA-president Gianni Infantino als zijn trouwe vazal. Hoewel de ticketprijzen op online-verkoopplaatsen momenteel kelderen, zijn ze nog steeds schandalig hoog. En Mexicaanse of Colombiaanse Amerikanen die straks in teamshirts in een bar hun team willen aanmoedigen, – het normaalste dat je tijdens een WK kunt doen – lopen het risico door de immigratiepolitie ICE te worden opgepakt en gedeporteerd. Volgende week begin ik aan een theatertour van Nederland met als thema ‘De Macht van het WK’, en ik weet al wat steeds de eerste vraag uit het publiek wordt: ‘Moeten we het toernooi niet boycotten?’
Toch denk ik dat de wereld van het WK gaat genieten – en gelukkig maar. Het toernooi is niet van Trump of Infantino. Het ontstijgt hen. Meer dan welk ander evenement doet het WK iets om landen te verenigen – zelfs om de wereld te verenigen. Bovendien kan het toernooi evengoed tégen een leider als Trump worden gebruikt.
In dit tijdperk van versplintering, waarin iedereen normaliter zijn eigen content op zijn eigen scherm kijkt, is een WK een feest van verbinding. Voor één keer volgt het halve land dezelfde tv-serie en praat er op het werk over – iets wat mensen dertig jaar geleden dagelijks ook buiten het voetbal deden. Een deel van de zin van het kijken naar een WK is dat anderen ook kijken. Zelfs geïsoleerde mensen worden verwelkomd in het nationale gesprek. Er is sociale cohesie.
Dat geldt bij uitstek in Nederland, dat met Kroatië en Noorwegen één van de landen is met de meeste tv-kijkers voor voetbaltoernooien. De vijf best bekeken Nederlandse tv-uitzendingen aller tijden zijn wedstrijden van Oranje. De halve finale Nederland-Argentinië op het WK 2014 is recordhouder met 9.055.000 miljoen kijkers. Het effect van het WK is straks zichtbaar in het omgetoverde straatbeeld. Zeker in volkswijken worden hele straten traditiegetrouw in het oranje uitgedost. Niet voor niets werd al tijdens het EK 2000 van „totalitaire Oranjegekte” gesproken. Mensen die weigerden hun huis in het oranje te tooien, konden klappen krijgen van een buurman. Want een neveneffect van sociale cohesie is soms sociale dwang.
Het WK is het belangrijkste Nederlandse zomerfeest, mede doordat Nederland zoveel landstrots uit het toernooi heeft gehaald. Niet alleen komt Oranje vaak ver, het speelt echt Nederlands voetbal – het op denken en passen gebaseerde Cruijffiaanse combinatiespel, de laatste decennia door de meeste Europese topteams overgenomen. Nederlandse topvoetballers zijn net als Nederlandse amateurvoetballers, alleen beter. Allemaal behoren we tot dezelfde familie, want iedereen is in de Hollandse School opgevoed. Nederlands is dat je keeper door met zijn arm naar voren te zwaaien een stadion vol oranje-shirts in extase kan brengen, omdat ze allemaal de Nederlandse voetbalgeschiedenis in hun hoofden dragen. Nederlands is dat je in vrolijk oranje speelt, terwijl alle andere landen in rood, wit en/of blauw lopen. Nederlands is dat de bondscoach na afloop een persconferentie in vier talen geeft.
Elke keer dat ik Oranje-fans triomfantelijk door een buitenlandse stad zie trekken, valt het me op dat ze zelden namen van de huidige spelers achter op hun shirts dragen. Soms zie je iemand met Bergkamp rondlopen, of het 14 van Cruijff, maar een De Jong of Virgil zie je bijna nooit. Nederlandse fans eren de traditie, niet de spelers die het toevallig uit mogen voeren.
Sommige landen ervaren zelfs alleen tijdens voetbaltoernooien sociale cohesie. Van België wordt gezegd dat het slechts twee taalgrens-overstijgende nationale elementen kent: het koningshuis en de Rode Duivels. Of neem Irak, dat voor het eerst in veertig jaar weer aan een WK deelneemt. De ‘Leeuwen van Mesopotamië’ zijn zo ongeveer het laatste symbool van nationale eenheid dat Irak heeft. Supporters zingen (soms terwijl ze feestelijk geweerkogels in de lucht schieten): „Hier zijn we soenniet – ja! Hier zijn we sjiiet -ja! Breng ons geluk, zonen van Irak.” Zelfs Koerden zijn voor de Leeuwen.
Dat geluk is er wereldwijd. Een maand lang praat de halve aardbol met vreugde over één thema. Als een speler uit een Assepoester-land als Kaapverdië straks een bal in de bovenhoek knalt, is iedereen blij. Dat voelen de spelers ook. Ik had een tijdlang een spannend bijbaantje: ik gaf les over voetbalfinanciën aan ex-topvoetballers die bij clubs wilden werken als bijvoorbeeld technisch directeur. Het was heel merkwaardig: ik stond voor de klas, alsof ik een seminar gaf op een universiteit, maar voor me in de studiebanken zag ik wereldkampioenen en Champions League-winnaars zitten.
Kort voor het WK in Qatar in 2022 zaten we met de groep te lunchen, en één man, een voormalig wereldkampioen, vroeg mij: „Denk jij dat we het WK moeten boycotten?” Dat speelde destijds ook, vanwege de Qatarese behandeling van migranten, vrouwen en lhbti+’ers. Ik vroeg: „Wat denk jij?’ Hij zei: „Als ik nog voetbalde, zou ik zeker naar het WK gaan. Zo’n toernooi geeft mensen over de hele wereld vreugde, en veel van die mensen hebben zware levens met weinig plezier. Dat mag je niet van hen afpakken.” Ik denk dat hij gelijk had. Deze zomer moeten we twee dingen tegelijkertijd in onze hoofden houden: Infantino en Trump zijn slechte mensen, en een WK is fantastisch.
Ik verwacht niet dat het toernooi een maandlange Trumpshow wordt – integendeel. Er bestaat zoiets als de universele vrijheid van het voetbalstadion. In dictaturen (als bijvoorbeeld Iran) is het vaak de enige plek waar je met anderen kunt samenkomen en als alles meezit zelfs kunt roepen en zingen tegen ‘de grote leider’.
En dit WK vindt vooral plaats in ‘blauw’ Amerika. Negen van de elf Amerikaanse gaststeden deze zomer hebben Democratische burgermeesters, terwijl het donkerblauwe Santa Clara, Californië geleid wordt door de partijloze Lisa Gillmor, en de burgemeester van Dallas, Eric Johnson, Democraat was totdat hij in 2023 naar de Republikeinen overstapte. Het grootste aantal buitenlandse journalisten in de Amerikaanse geschiedenis zal deze zomer over het hele land uitwaaien, zodat ook steden als Kansas City en Houston even in het oog van de wereld staan. Trumptegenstanders zullen van de schijnwerpers gebruikmaken om te demonstreren tegen de president en zijn immigratiepolitie – zie de nieuwe protestcampagne ‘No ICE in the Cup’.
Trumps populariteit in de VS heeft een dieptepunt bereikt. Als hij in een WK-stadion op het grote scherm vertoond wordt, zal hij vermoedelijk worden uitgejouwd. Dat kan hem ervan weerhouden om stadions te bezoeken. In februari meed hij waarschijnlijk om die reden de Super Bowl.
Officials in WK-steden kunnen intussen een vriendelijker, niet-Trumpiaans Amerika etaleren. De New Yorkse burgermeester Zohran Mamdani, overtuigd Arsenal-fan en kenner van het Afrikaanse voetbal, heeft gratis fanzones aangekondigd. Kathy Hochul, gouverneur van de staat New York, zei: „New Yorkers staan klaar om fans uit de hele wereld op het WK te verwelkomen.” En Antonio Reynoso, president van stadsdeel Brooklyn, zei: „Brooklynites uit elke hoek van de wereld zullen vertegenwoordigd zijn op het WK.”
Want ook die diversiteit is de VS. Net als het WK zelf is het land niet van Trump. Het toernooi geeft straks een maandlange glimp van een beter Amerika en een betere wereld. In deze tijden mogen we onszelf dat plezier niet ontzeggen.