Home

Bij de Passiespelen in Tegelen maakt Jezus zijn intocht op een bestelbus en is Judas een vrouw

Passiespelen Om publiek te blijven trekken moeten de honderd jaar oude Passiespelen in het Limburgse Tegelen blijven vernieuwen. Het openluchtspektakel werkt samen met Toneelgroep Maastricht, en traditionele mannenrollen worden gespeeld door vrouwen.

Op zondag 12 april repeteerden acteurs, figuranten en koor van de Passiespelen voor het eerst samen in de Doolhof.

De Judaskus voelt ook prettig. Max Peuten (27) heeft als Jezus in de Passiespelen heel veel tekst. Dat hij ongeveer halverwege de toneelopvoering een zoen krijgt van zijn vriendin Nikki Smedts (31) is dan ook iets om kracht uit te putten, zegt hij.

Bijna alles aan dit duo zou in een groot deel van de geschiedenis van de Passiespelen in Tegelen ondenkbaar zijn geweest. De samenwonende Peuten als Jezus, laat staan Smedts als Judas. En dan is er nog hun losse band met het geloof.

Voor echt belijdende katholieken moet je bij hun grootouders zijn. Smedts zingt in haar baan als muziektherapeut voor dementerende ouderen wel geregeld religieus getinte liedjes. En wat beiden meenemen uit het rooms-katholicisme en de tekst van de komende Passiespelen is wat ze „de kern van alles” noemen. „Doe goed en heb lief. Wat veel lastiger is dan je denkt”, zegt Peuten, werkzaam als onderwijsassistent op een middelbare school.

De traditie van openluchttheater in Tegelen begon dit jaar een eeuw geleden. Religieuze stukken lagen destijds voor de hand in het Noord-Limburgse dorp, dat ademde in alles het Rijke Roomse Leven. Vanaf 1931 koos Tegelen definitief voor het lijdensverhaal van Jezus Christus, met opvoeringen met tussenpozen van doorgaans vijf jaar in het speciaal gebouwde openluchttheater De Doolhof (1300 zitplaatsen). Het regionaal amateurspektakel verwierf door de decennia heen nationaal faam. Veertigduizend toeschouwers of meer in eenjaar is heel gewoon. Vijf jaar geleden was het nog niet de helft, maar dat had te maken met coronamaatregelen.

De katholieke kerk speelt geen dominante rol meer in Tegelen. Vlak bij De Doolhof staat de Heilig Hart van Jezuskerk. Het geloof heeft hier plaatsgemaakt voor een vestiging van Anytime Fitness, een 24/7 doorgaande hoogmis voor het gespierde lichaam. Veel godshuizen in de regio hebben inmiddels een nieuwe bestemming. De kerncast van de Passiespelen oefende vóór de eerste repetities in de Doolhof zelf in de Sint-Rochuskerk in het naburige Steyl. Die doet overdag dienst als Limburgs Schutterijmuseum.

600 reacties

‘Jezus’ Peuten zet thuis in Venlo-Noord thee voor de verslaggever. ‘Judas’ Smedts werpt aan de keukentafel nog even een blik op de camerabeelden van de kinderkamer boven: dochter Jip valt rustig in slaap. Aan deze tafel hebben de twee al voor de eerste bijeenkomst in de Sint-Rochuskerk hele avonden hun teksten zitten stampen. Dochtertje naar bed en hup, een paar uur samen blokken.

Het koor krijgt een briefing bij de repetitie in april.

Het begon met het gezamenlijk instuderen van een dialoog van Jezus en Judas voor de audities. Niet met het idee dat ze die rollen ook echt gingen spelen. Maar op de middag dat de rollen werden toegewezen, werden ze vlak na elkaar gebeld. Blijdschap en ongeloof streden om voorrang.

De keuze voor een vrouw als Judas maakte wel veel los. Smedts: „Alleen al bij regionale omroep L1 zeshonderd reacties, waarvan drie positief. Vaak met grof taalgebruik. Anoniem. Gelukkig meer gericht op de keuze dan op de persoon zelf.” Peuten: „Waar mensen erover beginnen, gaan we de dialoog aan en nodigen we mensen uit om te komen kijken.” Smedts: „Vrouwen in traditionele mannenrollen zorgt voor nieuwe, frisse perspectieven.”

Peuten en Smedts werden een stel tijdens de vorige editie van de Passiespelen.

Peuten speelde bij die editie Judas, Smedts vertolkte de rol van Esther: „Voor mij waren de Passiespelen nieuw.” Peuten was in 2015 als toeschouwer aanwezig. „Abbie Chalgoum speelde Jezus. Die was mijn mentor op school geweest.” Een Marokkaanse Nederlander als de Messias, dat deed toen behoorlijk stof opwaaien. Peuten was onder de indruk en dacht: hier wil ik ooit aan meedoen.

De eindmusical van de basisschool zette Smedts op het spoor van theater. Ook Peuten raakte jong verslingerd aan het podium. Zij werd muziektherapeute, hij deed theateropleidingen maar koos voor werk in het onderwijs. „Bewust. Toneel en revue dreigden als werk te gaan voelen. Ik wilde het plezier niet verliezen.”

Al hadden ze beiden al in veel andere producties gestaan, voor het eerst meedoen in Tegelen voelde toch anders. Smedts: „Het klinkt als een cliché, maar de cast voelt als een soort familie. Bij andere stukken vormen zich vaak groepjes. Hier ontstond contact met medespelers van alle leeftijden en achtergronden.” Peuten: „Misschien werkt de thematiek van het lijdensverhaal extra verbindend. Bovendien voel je de traditie. Sommige mensen uit Tegelen doen al jaren mee.”

Niet te vergelijken met 1967

Geert Beurskens (70) is zo iemand. Zijn baardje en wat langere haar golden vroeger als herkenningsteken van acteurs van de Passiespelen. In 1967 zag hij als elfjarige voor het eerst een opvoering en was verkocht. Bij de totstandkoming van bijna alle edities daarna zou hij zelf nauw betrokken zijn. Als acteur, bestuurslid en dit jaar als regieassistent naast regisseur Michel Sluysmans en Eva Custers (Toneelgroep Maastricht).

Sinds 1931 worden in het openluchttheater De Doolhof in Tegelen de Passiespelen opgevoerd. De voorstelling volgde decennialang trouw de evangelieteksten.

Voor het tempelcomplex dat al een eeuw als decor van De Doolhof dient, hebben die een bühne van bijna een half voetbalveld laten bouwen. Tijdens de eerste repetitie in het openluchttheater op vrijdagavond 6 maart probeert Sluysmans de kerncast te laten wennen aan die oppervlakte: „Loop maar rond.” Ook Jezus-vertolker Peuten krijgt aanwijzingen van Sluysmans voor zijn beginmonoloog: „Probeer te kijken hoelang praten op één plek werkt en loop dan pas naar een andere plek op het podium.” In het voorbijgaan tussen twee repetitiemomenten geeft Judas-vertolker Smedts haar partner een bemoedigend tikje op de buik.

De Passiespelen 2026 laten zich in weinig vergelijken met die van 1967. De voorstelling volgde destijds trouw de evangelieteksten. Regieassistent Beurskens: „Toeschouwers kenden de Bijbel zo goed dat ze wisten wat er ging komen. Tegenwoordig moet je zelfs een deel van de acteurs uitleggen wat Pasen is.”

Net iets meer dan de helft van de 1,1 miljoen Limburgers staat ingeschreven als rooms-katholiek. Praktiserend zijn er weinig. Slechts zo’n 19.500 gelovigen bezoeken in de weekeindes nog een mis.

Wie vele tienduizenden toeschouwers wil trekken, moet daarom mikken op een andere of op zijn minst bredere doelgroep. De stichting achter de openluchtopvoeringen probeert dat door Toneelgroep Maastricht te betrekken bij het evenement. En met een tekst van schrijver Frans Pollux die niet per se alle staties van het klassieke lijdensverhaal braaf afloopt. Beurskens: „Hij laat veel aan de verbeelding over. De voorstelling is met een uur en drie kwartier ook een stuk korter dan voorheen. Als vroeger het laatste avondmaal begon, dan kon die scène inclusief voetwassingen van alle apostelen zomaar een halfuur duren.”

De kerncast repeteert in april. Er spelen zo’n 150 mensen in de Passiespelen.

Een deel van de mannenrollen ging naar vrouwen. Romeinse legionairs te paard zijn ingeruild voor Jezus die zijn intocht maakt op een bestelbusje. De Jezus-vertolker doorbreekt als een verkapte cabaretier de vierde wand tussen podium en publiek tijdens zijn monologen:

Hier sta ik, en toch ziet u mij niet.

U ziet de mythe. Niet de man.

Die man was ik 33 jaar.

Bij vlagen écht een leuke tijd. Flink gelachen.

En toch denkt u bij mijn aangezicht vooral aan: lijden.

De kerk hoeft niet meer haar zegen te geven over de tekst. Het Bisdom Limburg kreeg het scenario vooraf wel te lezen en had moeite met sommige passages. „Jezus wordt neergezet als een mythe, niet als de zoon van God”, klaagde bisdom-woordvoerder Matheu Bemelmans. „Dat slaat het hele evangelieverhaal plat. Van de boodschap van het geloof blijft niet veel meer over dan ‘als we maar lief zijn voor elkaar’.” Na het bijwonen van de première vorig weekend was bisschop Ron van Hout positiever. Hij sprak voor de camera van regionale omroep L1 over „ontzettend ontroerende momenten” in de voorstelling. „Het heeft me echt geroerd en getroffen. Alleen al in die zin komt Jezus toch ook heel dichtbij.”

Talent

Uit Tegelen komt veel artistiek talent: Huub Stapel, Chantal Janzen, Ronald Goedemondt en de filmregisseurs Ben Verbong en Pieter Kuijpers werden allemaal in het dorp geboren. Toch komt de cast van de Passiespelen tegenwoordig niet meer hoofdzakelijk uit Tegelen. Volgens Beurskens heeft dat te maken met het bredere vrijetijdsaanbod en met het gestegen niveau van de Passiespelen.

Ria Hoddenbagh-van de Ven (79) uit Eindhoven is bijvoorbeeld de hogepriester Kajafas dit jaar. Een vertegenwoordiger van de Passiespelen vroeg haar om voor de vorige editie auditie te doen. Ze maakte indruk toen ze in haar eigen stad een monoloog opvoerde over een vrouw die haar man kwijt was. „Ik had zelf net drie jaar daarvoor mijn man verloren”, vertelt ze. ”Het spelen voelde daardoor heel natuurlijk. De vertegenwoordiger van de Passiespelen was na afloop complimenteus en zei dat de voorstelling het amateurisme ontsteeg.”

Hoddenbagh wilde het best proberen in Tegelen. Haar auditie slaagde en ze kreeg de rol van Claudia Procula, de vrouw van landvoogd Pontius Pilatus. Hoddenbagh moest terugdenken aan haar moeder. „Die sprak vroeger altijd met ontzag over de Passiespelen. Daar wilde ze graag eens naartoe. Het is er nooit van gekomen. We hadden thuis simpelweg het geld niet.”

Om die reden zat doorleren er voor haar niet in. „Op mijn vijftiende begon ik in een Philipsfabriek voor elektronenbuizen te werken. Een jaar later maakte ik via het katholieke jongerenwerk kennis met mijn echte passie, theater.” Ze is er nooit meer mee opgehouden. Hoddenbagh speelde onder meer in Tom Lanoyes bewerking van Shakespeares Richard III, De stoelen van Eugène Ionesco en Victor Hugo’s Les Misérables. De podiumervaring gaf ook de moed om als mid-twintiger een avondopleiding te gaan volgen om zich op te werken binnen Philips. „Na mijn pensionering werd theater alleen maar meer”, vertelt Hoddenbagh in haar appartement. Ze wijst naar buiten: „Ik kan hier wel rondjes in het park gaan wandelen, maar daar vul je geen hele dagen mee.”

Haar eerste Passiespelen ervoer ze als iets buitengewoons. „Vanwege het familiegevoel en het idee dat je deel uitmaakt van een lange geschiedenis.” Corona drukte zijn stempel op de uitvoeringen: eerst door een jaar uitstel en daarna door de anderhalvemeterregel waardoor er minder publiek per keer kon komen. „Moesten we plotseling twee voorstellingen per dag spelen. Om het vol te houden sliep ik tijdens die weekenden in B&B’s in de buurt.”  

Ondanks de positieve ervaring bij de vorige editie, wilde ze aanvankelijk afzeggen voor dit jaar. „Ik zat tijdelijk wat minder in mijn vel. Maar toen ik voor het afmelden Geert Beurskens belde, voelde ik onmiddellijk weer dat warme bad van de Passiespelen. Nu doe ik toch weer mee.”

Op zondag 12 april repeteren acteurs, figuranten en koor van de Passiespelen voor het eerst samen in de Doolhof. Regisseur Sluysmans zet iedereen op scherp: „De voorstelling is zo sterk als de zwakste schakel. Zorg dat je dat zelf niet bent. Dat krikt het niveau enorm op.” En: „Individueel belang is altijd ondergeschikt aan collectief belang. Want 150 mensen op één podium betekent 150 meningen, 150 smaken en 150 problemen.”

Na een eerste doorloop evalueert Sluysmans met de kerncast. Hij is „tevreden dat we hier nu staan. Nu alleen nog van een zesenhalf een negen maken.” De opstelling oogt een beetje als een laatste avondmaal. De regisseur spreekt; de acteurs zuigen zijn woorden op, maken aantekeningen op hun script. Peuten mag als Jezus nog iets directiever zijn: „Meer mens, minder heilige.” Smedts mag minder boos: „Judas deelt het enthousiasme met Jezus. Alleen de vorm van hun activisme verschilt.” Hoddenbagh moppert met andere hogepriesters over hun inbreng. De spanning maakt haar Kajafas te star. Toneelspelen moet nog weer spelen worden. En de stompen die ze Jezus en Lazarus geeft, mogen volgens die acteurs best iets harder.

Moeite met vernieuwing

Ook Geert Beurskens vertolkte ooit de rol van Kajafas. Later maakte hij indruk als Judas. In 2000 nam filmmaker Ben Verbong de regie van de Passiespelen op zich. Beurskens: „Hij hoefde er vanwege zijn band met Tegelen niets voor te hebben. Op één voorwaarde: ik moest zijn Jezus worden.”

Beurskens stemde na wat aarzelen toe. „Maar er ontstond discussie over Verbongs aanpak, die enige afstand nam van het traditionele lijdensverhaal en de emoties van de personages een grotere nadruk gaf. Achteraf gezien zag hij het met die nieuwe invalshoek goed, maar ik had toen met enkele anderen moeite met de vernieuwing. Uiteindelijk besloot ik mijn Jezusrol terug te geven en uit het bestuur te stappen. Het was het begin van de zwartste periode uit mijn leven. Plotseling stond ik buiten het evenement, waar ik zo aan verknocht was.”

Beurskens’ worsteling had stiekem ook te maken met twijfel die hem bleef plagen: „Zouden de mensen een openlijke homoseksueel als Jezus wel accepteren?” Dat zat vooral in het hoofd van Beurskens, weet hij nu. „Ik leef al veertig jaar samen met een man. Niemand in het dorp heeft daar ooit een probleem van gemaakt.”

Peuten als Jezus, omringd door volgelingen, bij de reptitie.

De kerk deed dat wel. „Officieel moesten ze me als homoseksueel zelfs de heilige communie weigeren. Ik hoorde er nooit volwaardig bij, bleef een tweederangsgelovige. Dat werd mijn lijdensweg. De kerk heeft lang tussen mij en de Passiespelen gestaan. Dat ik nu durf te geloven zonder het instituut voelt als een verlossing.”

Bij de weg naar die loutering speelde de Passiespelen een belangrijke rol, vertelt Beurskens. „Minstens de helft van mijn leven heb ik geworsteld met mijn homoseksualiteit. Het steeds opnieuw intensief bezig zijn met de tekst van het lijdensverhaal en het spelen van verschillende rollen hebben me geholpen om uit mijn schulp te kruipen.”

Bij de editie van 2005 maakte Beurskens zijn comeback bij de Passiespelen, „‘als Lazarus. Toepasselijk, want het voelde echt als opgewekt worden uit de dood.”  

Dit jaar zit Beurskens voor het eerst aan de andere kant. Tijdens repetities is hij een rustige aanwezigheid. „Als intermediair tussen de regisseur en vrijwilligers ben ik vooral daarbuiten druk. Met driehonderd betrokkenen komt daar enorm veel regelwerk bij kijken. Naast een normale baan zou het niet lukken. Gelukkig werkt mijn partner ook voor de Passiespelen. Hij helpt mee met de kostuums en decors.” 

Peuten en Smedts acteren meestal in verschillende producties. Maar vijf jaar geleden spraken ze af dat de Passiespelen hun „gezamenlijke ding” moest blijven. Hoddenbagh-van de Ven probeert deze editie extra te genieten . „Ik ben 79. Kan ik over vijf jaar nog spelen? Ben ik er dan nog? Ik ga ervan uit dat dit mijn laatste keer is.”

De Passiespelen worden opgevoerd tot en met 30 augustus. Meer informatie: www.passiespelen.nl

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next