Home

De toekomst is altijd al waardeloos geweest

Doemdenken Zo slecht als nu heeft de wereld er toch nog nooit voorgestaan? Niets van waar, schrijft Florence Gaub: de mensheid heeft de toekomst altijd al somber ingezien. En precies daarom zoekt ze naar betere oplossingen. Een korte leidraad voor optimisme.

Raad eens over welk decennium dit gaat: in de VS is een controversiële president aan de macht, in het Midden-Oosten woedt een oorlog, iedereen vreest een kernoorlog en ‘onzekerheid’ is het woord van het jaar. Het antwoord: nee, niet de jaren twintig van deze eeuw, maar de jaren zeventig van de vorige. Een decennium waarin toekomstangst de bestsellerlijsten bereikte met boeken als Ein Planet wird geplündert (Herbert Gruhl, 1975), De atoomstaat (Robert Jungk, 1977) en Das Ende der Vorsehung (Carl Emery, 1972).

Florence Gaub is politicoloog en onderzoeksdirecteur bij het NATO Defense College in Rome.

De jaren tachtig waren overigens niet veel beter, al denkt 52 procent van de Duitsers van wel. Nooit was de wereld zo dicht bij een kernoorlog als in 1983, toen de Sovjet-Unie de NAVO-oefening Able Archer aanzag voor een aanval. Tegelijkertijd stierven honderdduizenden mensen aan hiv, raakte de economie in recessie en liep het werkloosheidscijfer in 1984 op tot 8 procent. De oorlog van dit decennium, die tussen Iran en Irak, kostte een miljoen mensen het leven en in China werden bij vreedzame protesten op het Plein van de Hemelse Vrede tienduizend demonstranten gedood. (Om nog maar te zwijgen van alle andere: het waren ook de jaren van de Libanese burgeroorlog, de eerste Intifada, de oorlog van de Sovjets in Afghanistan en de Falklandoorlog.)

En de jaren negentig dan? Die gelden vaak als optimistisch: de Sovjet-Unie viel uiteen, de democratie begon aan een wereldwijde zegetocht, Francis Fukuyama verkondigde ‘het einde van de geschiedenis’ en Bill Clinton was de eerste Democratische president in meer dan tien jaar. Dat kan allemaal waar zijn, maar ook dit decennium kende diepe crises. In Rwanda stierven binnen drie maanden bijna een miljoen mensen. In Tsjetsjenië tachtigduizend. En ook de economie zat in de knel: in 1992 zag slechts 40,5 procent van de Duitsers de toekomst met vertrouwen tegemoet.

Dat gevoel leefde breder. In 1995 werd de American Dream door 85 procent van de Amerikanen doodverklaard; in 1997 geloofde maar een luttele 17 procent dat de volgende generatie het beter zou hebben dan zijzelf. En het boek dat de tijdgeest het beste leek te vatten, was niet Francis Fukuyama’s rooskleurige toekomstvisie, maar Samuel Huntingtons Botsende beschavingen.

Zelfs de jaren vijftig, vaak herinnerd als een optimistische periode, waren in werkelijkheid een decennium vol angst: voor een kernoorlog, het communisme, economische neergang en moreel verval – soms toegeschreven aan rock-’n-roll.

Einde van de innovatie

De conclusie: geen enkel decennium werd beleefd als een zorgeloze tijd waarin de toekomst vanzelf rooskleurig leek. Het is namelijk volstrekt normaal om je zorgen te maken over de toekomst: iedere generatie doet dat.

Net als nu was elke generatie vóór ons ervan overtuigd dat de situatie nooit eerder zo slecht was geweest. Vandaag de dag is het Peter Thiel die in Zero to one: creëer de toekomst (2014) het einde van innovatie verkondigt. Maar hij staat in een lange traditie. In 1918 schreef de Duitse filosoof Oswald Spengler De ondergang van het Avondland, waarin hij beweerde dat het tijdperk van de grote ontdekkingen en culturele innovaties voorbij was. Eind jaren veertig klonk een vergelijkbaar geluid bij de Britse historicus Arnold Toynbee, die meende dat de westerse beschaving tekenen van creatieve uitputting en spiritueel verval vertoonde. En in de jaren zestig verkondigde Daniel Bell in The End of Ideology aan dat de grote ideologische vernieuwing was uitgeput – een gedachte die later opnieuw opduikt bij denkers als Fukuyama en Thiel.

De ironie is dat op al die boeken telkens een periode volgde die precies het tegenovergestelde liet zien. De tien jaar na Spenglers doemscenario brachten ons radio en televisie, kern- en kwantumfysica, antibiotica, luchtvaart, kunststoffen, bioscopen, jazz, Bauhaus, modernisme, democratie, dekolonisatie en vrouwenkiesrecht.

Toynbee werd weerlegd door de ruimtevaart, computers, de anticonceptiepil, de ontdekking van het DNA, het begin van een wereldwijde financiële orde en de Europese Unie. Op Bell volgden de revolutie van de personal computer, de opkomst van de biotechnologie en de explosie van het internet – allemaal gedreven door de ondernemersvisie waarvan hij dacht dat die aan het verdwijnen was. En in de twaalf jaar sinds Peter Thiel het einde van de innovatie verkondigde, kregen we privéruimtevaart, nieuwe vaccins, kunstmatige intelligentie, zon- en windenergie en de smartphone.

Hebben deze auteurs zich dan zonder aanleiding laten meeslepen door toekomstangst? Nee. Ze zijn onderdeel van de algemene productiecyclus die de toekomst kenmerkt. Ze hebben het juist mis, omdat de vrees tegenmaatregelen uitlokt.

De toekomst ontwikkelt zich als volgt. Mensen – wellicht de enige soort die zich een tijd die nog niet voorbij is levendig kan voorstellen – zoeken naar aanwijzingen uit het verleden en heden en construeren daaruit mogelijke toekomsten, zowel gunstige als ongunstige. Die toekomst roept twee reacties op: de wens haar te realiseren of angst wanneer zij ongewenst lijkt.

Dat is een gevoelsmatig continuüm, en op welk punt daarvan je terechtkomt, hangt minder af van kennis en intellect dan van je persoonlijkheid. Gevoelens hebben bovendien maar een beperkte voorspellende waarde. Optimisten hebben de neiging betere resultaten te behalen, dat is waar. Maar ook een zekere mate van angst kan mensen tot actie aanzetten – zolang die niet omslaat in verlamming, bekend als het Cassandra-effect. En juist die actie verandert hoe de toekomst eruit gaat zien. Eenvoudiger gezegd: de toekomst wordt beter dan het heden, omdat we vrezen dat zij slechter zal zijn.

De geschiedenis biedt daar talloze voorbeelden van. De sombere voorspellingen in Paul Ehrlichs The Population Bomb (1968) voorzagen miljoenen hongerdoden in de jaren 1980. Maar Ehrlich had geen rekening gehouden met de technologische en maatschappelijke vooruitgang, die zijn scenario doorkruiste. Dankzij de Groene Revolutie verviervoudigde de maïsproductie en doordat veel meer mensen leerden lezen en schrijven, gingen de geboortecijfers omlaag.

Films als Soylent Green (1973) en Day of the Animals (1977) schetsten een toekomst van milieuvervuiling en zonder ozonlaag, en droegen zo bij aan strengere milieuwetgeving. Die zorgde er niet alleen voor dat de ozonlaag werd beschermd, maar ook dat de lucht in veel westerse steden nu schoner is dan in 1850.

Democratie is veerkrachtig

De NAVO heeft zich decennialang voorbereid op het ergste scenario: een oorlog met de Sovjet-Unie. Juist die paraatheid droeg eraan bij dat die oorlog uitbleef. Hetzelfde geldt voor de voortdurende angst dat de democratie verloren zou gaan – een terugkerend thema sinds haar ontstaan. In elk decennium van de afgelopen eeuw laaide de bezorgdheid op zodra maatschappelijke polarisatie, economische neergang en constitutionele kwetsbaarheid samenkwamen. En hoewel we ons nu opnieuw in zo’n fase bevinden, vergeten we gemakkelijk dat democratie ooit een kwetsbaar minderheidssysteem was dat zich tegenover allerlei dictaturen moest bevechten en toch haar weg heeft gevonden. Ze heeft bewezen niet alleen veerkrachtig te zijn, maar ook in staat zich na tegenslagen te vernieuwen. Zie bijvoorbeeld Malawi, Polen en Brazilië.

Dit alles betekent niet dat de angst voor en over de toekomst ongegrond is – integendeel. Maar ons onbehagen mag niet verhullen dat die angst een doel dient. De mens heeft het vermogen zich een voorstelling te maken van de toekomst, zodat hij in het heden kan handelen.

Dat betekent dat die vrees volkomen normaal is en onlosmakelijk deel uitmaakt van hoe we de toekomst vormgeven. We hebben er geen recht op om ervan gevrijwaard te blijven – we worden ermee geboren. De vraag is wat we ermee doen. In plaats van te blijven stilstaan bij wat er mis kan gaan, moeten we handelen, zodat het niet mis gaat.

Dit stuk verscheen eerder in de Süddeutsche Zeitung en werd geselecteerd en vertaald in samenwerking met 360 Magazine.

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next