Televisie Emma Wortelboer leeft voor tv – „ik kan er de hele dag naar kijken” – en had er haast alles voor over om zelf op tv te komen. Nu werkt ze voor BNNVara. Het was een „worsteling” om te ontdekken wat voor presentator ze écht wilde zijn. „Ik had weinig te vertellen.”
Emma Wortelboer zat als tiener in de wiskundeles en dacht: wat dóé ik hier? Ze wist met grote zekerheid dat het nutteloze kennis was, want ze wilde bij de televisie gaan werken. De omroep wist ze ook al: BNN. Daar werden de programma’s gemaakt die ze leuk vond. Proefkonijnen, De Lama’s, Try before you die. En op zondagavond keek ze stiekem, want het mocht niet van haar ouders, naar Spuiten en slikken. „Die televisieprogramma’s waren mijn venster op de buitenwereld vanuit Manderveen.” In dat dorp in Overijssel, met ruim zeshonderd inwoners, groeide ze op. Ze dacht: de presentatoren van die programma’s durven alles en hebben het écht leuk. „Veel leuker dan alles wat ik kende uit mijn eigen leven. Het was mijn diepste wens om bij dat clubje te horen.”
De afgelopen maanden was Emma Wortelboer (29) te zien als presentator van een reeks BNNVara-programma’s: Je zal het maar hebben, Wortelboer en Van Rossem en Steken en prikken. En vanaf eind mei presenteert ze het eerste seizoen van Daten in het dorp, van de televisieproducent die ook Boer zoekt Vrouw en B&B Vol Liefde maakt. Vier alleenstaande Texelse mannen gaan daarin op zoek naar de liefde. „In eerste instantie dacht ik: wéér een datingprogramma. Maar dit is toch anders. Deze mannen zijn geen eilandjes die los van elkaar op zoek zijn naar een partner, ze zijn continu samen. En daarbij: ik kom zelf uit een dorp, dus ik herken dit heel erg.”
„Dat de vrouwen wegtrekken. Die gaan studeren, of vinden ergens anders de liefde. De mannen blijven achter. Alle jongens met wie ik op school zat, wonen nog in Manderveen. In het huis van hun ouders, tot ze eind twintig zijn en genoeg geld hebben om een huis te kopen in de buurt.”
„Totáál. Maar zo gaat het ook in het echte leven. En de bal wisselt een paar keer van kant, hij ligt soms ook bij de vrouwen. In het begin al: zij hebben zich ingeschreven voor het programma omdat ze een of meerdere van die mannen leuk vonden. Van de vier mannen zijn er twee die serieus de liefde hebben gevonden, bizar toch? Dat had echt niemand gedacht.”
Opgroeien in Manderveen voelde vrij, zegt ze, en tegelijkertijd ook beperkt. „Maar keuzebeperking geeft soms ook vrijheid. Want als je alles kunt doen, maak je nooit de goede keuze. Terwijl je al snel tevreden bent als je moet kiezen tussen voetbal en majorette.”
De basisschool was zo klein dat ze met tien kinderen in een gecombineerde klas zat. De docenten vonden haar een beetje ingewikkeld, zegt ze. „Ik was het vaak niet eens met de leraren. Ik dacht steeds: als jij me niet goed kunt uitleggen waarom ik iets moet doen, waarom zou ik het dan doen? Docenten hadden daar moeite mee, ze vonden: het is wat het is, Emma, suck it up, je doet het maar gewoon.”
„Oh ja, ik had gevraagd of ze zwanger was, maar ze was waarschijnlijk gewoon dik. Ik ben nu zelf 24 weken zwanger, en ik zie de mensen naar me kijken. Maar ze durven het me niet te vragen, omdat ze denken: dit is héél gevaarlijk terrein. Ken je die foto van Paris Hilton die de buik kust van een vrouw van wie zij denkt dat ze zwanger is? Dat is een van mijn lievelingsfoto’s, echt fantastisch.”
„Mijn ouders hebben me altijd gestimuleerd in het bevragen van dingen. In nieuwsgierig blijven. Zelf uitzoeken wat je wil weten. We zijn thuis nooit conflicten uit de weg gegaan. Nog steeds ontploffen er de hele tijd bommetjes als we bij elkaar zijn. Het ene moment vliegen we elkaar in de haren, het andere moment is het love, peace and happiness. Dat wisselt elkaar zestig keer per dag af. Mijn moeder leerde ons dat emoties er zijn om gevoeld te worden, alles mocht er zijn, ook boosheid. En het zit ook wel in mijn karakter om te stoken, dat vind ik leuk, een beetje prikken. Ik krijg mijn twee zusjes snel op de kast.”
Ze was zestien toen ze solliciteerde bij BNN Academy, een opleidingstraject voor jongeren die in de media willen werken. Ze kwam door de audities, maar werd toch weggestuurd. „De boodschap was: Manderveen ligt veel te ver van Hilversum, ga eerst maar je eindexamen doen. Het jaar erna kwam ik terug, zoals ze me hadden gezegd, maar mocht ik van twee van de drie juryleden niet door naar de tweede ronde.” Geen optie, vond ze, en ze deed haar presentatietekst ongevraagd opnieuw, woedend en geëmotioneerd. „En dus ook met een heel andere energie.” De jury liet haar daarop alsnog doorgaan. „Ik was schaamteloos, en zó streberig. Maar ik ben nooit bang geweest voor schaamte.”
Na een jaar opleiding kregen haar vier groepsgenoten een jaarcontract, zij niet. „Mijn toenmalige eindredacteur zei: ‘Emma, jij bent een twee of een negen. Zorg eerst maar dat je een negen wordt.’ En dus kreeg ik een driemaandencontract. Zo heb ik een heel jaar doorgemodderd, het werd elke keer met drie maanden verlengd. En elke keer was het erop of eronder. Natuurlijk lukte het niet om de hele tijd een negen te zijn, ik ging van alles proberen. Rare dingen, ook.”
„Ja, dat soort random dingen. Maar ik was gewoon heel blij dat ik steeds toch weer die drie maanden verlenging kreeg.”
„Dat weet ik niet zo goed. Deels wel. Maar misschien had ik het ook nodig, ik heb daardoor het onderste uit de kan gehaald. De nieuwste generatie bij BNN is veel meer bezig met hun rechten en hun positie binnen het bedrijf, ook al zijn ze nog maar net begonnen. Ik niet, ik was intens dankbaar en dacht: laat mij alsjeblieft álles doen. En ja, het was ontzettend onveilig, maar de mediawereld ís ook geen veilige werkplek. Dus als je daar dan toch voor wordt opgeleid, kan dat maar beter meteen goed gebeuren. Ik heb de zweep al gevoeld voordat het echte werk begon. En bij alle kritiek die ik daarna kreeg, dacht ik: je kunt me niet harder raken dan ik al bén geraakt als achttienjarige op de Academy.”
„Ja, ik wilde graag Tim Hofman opvolgen als presentator van Je zal het maar hebben. Maar ik was gewoon… pffff…. Ik was een schreeuwmeisje dat veel aandacht vroeg. Dat paste ook wel bij het imago van BNN, maar dat werkt natuurlijk niet bij elk programma. Ik was nog heel jong en erg met mezelf bezig, ik dacht dat ik er wel was. Belachelijk, natuurlijk.”
„Dat dacht ik wel, ja, en ik dacht ook dat dat van mij verlangd werd. En ergens was dat ook wel zo. Het is natuurlijk ook een beschermingsmechanisme. Als je heel hard roept dat het je allemaal geen reet boeit, werkt dat een tijdje als een beschermende jas. Tot het niet meer werkt.”
„Ja, tot ik op zoek ging naar de presentator die ik écht wilde zijn. Die zoektocht was voor mij een worsteling. Want ik wist als dat schreeuwerige meisje wel de aandacht vast te houden, maar met wat? Ik had weinig te vertellen.”
Het was tv-producent Gerke Nauta die zei dat ze niet sympathiek genoeg was voor een eigen programma. Doordat ze nog zo op zoek was naar wie ze was als presentator, vertelde hij haar, verviel ze in groteske aandachttrekkerij. „Je weet wel, toettoet, koekkoek”, ze trekt een gek gezicht, „uit paniek raar doen, waardoor je rust, gelaagdheid en zekerheid mist”.
„Oh, ik heb mijn hele carrière getwijfeld. Doe ik het wel goed? Vinden mensen mij wel leuk? En maakt dat uit? En dan ging ik dáár weer over twijfelen.”
In 2021 overleed Gerke Nauta op 52-jarige leeftijd aan een hersenbloeding. Hij werd beschouwd als de televisievader van verschillende generaties BNNVara-presentatoren. „Hij heeft me aangenomen, hij was mijn baas en mijn mentor. Na zijn dood kwam er een twijfel bij: of ik überhaupt nog televisie wilde maken, want ik had dat al die tijd voor hém gedaan. Bij alles wat ik deed dacht ik: wat zou Gerke hiervan vinden? Kan ik dit met trots aan hem laten zien? In die periode heb ik de slechtste tv ooit gemaakt. Het kompas waarop ik altijd voer was weg en ik had mijn eigen kompas nog niet gevonden. Ik moest volwassen worden en radicaal op zoek naar de richting die ik als presentator op wilde.”
Lachend: „Dat komt zéker weten uit die periode. Hoewel ik nog steeds snap waarom ik dat zei. Het heeft ook te maken met die twee of een negen zijn, of een zeven. De negens onthoud je, de zevens vergeet je. En natuurlijk zijn er zevens op televisie, werkpaarden met een mooie televisiecarrière, maar zij zijn toch een soort Keuken Kampioen Divisie-voetballers. Je hebt een leuk salaris en je voetbalt, maar je bent geen Marco van Basten. En ik wil Marco van Basten zijn. Ik wil gezien en onthouden worden.”
Het kantelpunt kwam, na anderhalf jaar van „totale paniek”, tijdens de opnames van kinderprogramma Last Family Standing. Vier gezinnen moesten gedurende twee weken overleven rondom een Kroatisch meer. „Alles viel daar op z’n plek. Ik werkte er met een goed team in een bubbel waarin we met z’n allen gefocust iets maakten. Lange dagen, vroeg opstaan, afsluiten met bier. Ik hervond mijn rol als presentator en mijn plezier en ik dacht ineens weer: ik kán dit, ik ben hier fucking goed in. En toen vond ik ook nog Lars.” Hij was de cameraman. Ze kregen een relatie, en binnen een jaar werd ze zwanger van hun eerste kind, Mia (nu 2). „Daarna ben ik het gevoel dat ik daar in Kroatië had overal gaan opzoeken.”
„Dat ik geen concessies meer wil doen aan wat ik toevoeg. De eindredacteur vindt dit, de regisseur vindt dat, maar ík moet bewaken wat ík doe. Tot die tijd dacht ik: wat weet ik nou van televisie maken? Maar anderen weten het helemaal niet per se beter, zij doen ook maar wat.”
Schaterlach. „Heerlijk dat ze dat zegt. Maar ik weet het niet hoor. Misschien wel. Maar ik overschat mezelf ook heel erg. Ik denk dat dat goed is, net zoals het niet erg is als mensen je onderschatten. Zo blijf je verrassend én je durft nog eens wat. Ik denk wel dat Maarten van Rossem me op veel manieren gelegitimeerd heeft. Ik had daar kennelijk een witte, oude man voor nodig. Ik ben nog geen dertig, dan nemen mensen niet zo snel iets van je aan.”
„…Matthijs van Nieuwkerk, John de Mol en Humberto Tan. Prachtige foto. Legendarisch. Giganten in de tv-wereld. Al zijn de meesten intussen gecanceld, haha. Linda de Mol is voor mij nog steeds de koningin van de televisie, ik kijk zó tegen haar op.”
„Zij is op allerlei gebieden de nummer één geweest. Met de serie Gooische Vrouwen, met haar eigen magazine, met de televisieshows die ze maakt. Ze komt natuurlijk uit een gunstige familie, maar dan nog is het sick. En ze is nog steeds groot in de televisieprogramma’s die ze maakt, na alle crap die ze heeft doorstaan. Miljoenenjacht is een theaterstuk, met dat publiek, fucking veel bombarie, gouden koffers. Maar als zij in de camera’s kijkt, heeft ze het tegen al die mensen thuis op de bank die massaal de televisie voor haar aanzetten. En dat is écht heel moeilijk: direct in de camera tegen de mensen thuis praten en tegelijkertijd een hele zaal compleet in de hand hebben. Linda de Mol ownt haar programma’s zonder een greintje onzekerheid, met die lach, opmerkinkjes en maniertjes.”
„Ja, het is gênant, maar voor mij is het alleen tv. Dat is mijn happy place. Mijn comfort. Als kind al. Het is mijn werk, mijn hobby, mijn venster op de buitenwereld. Ik kan er de hele dag naar kijken.”
„De oneindige mogelijkheden ervan. Elk programma had op een miljoen andere manieren gemaakt kunnen worden. Als al die variabelen – de omstandigheden, de gasten, de presentator, de camera – samenkomen en perfectie bereiken, vind ik dat zó mooi. Daarnaast kan ik genieten van ongemak, ik kijk graag ironisch tv: slechte programma’s, zoals Eigen Huis & Tuin. Er zit zoveel schoonheid in die cringeness, een presentator die een bepaald loopje moet doen voor de camera. En ik vind livetelevisie heel spannend. Ik keek in 2009 op televisie naar Koninginnedag, zag dat die Suzuki Swift op een optocht inreed en dacht: nou já, dat ik dít nu zie! Ik was twaalf, woonde in Manderveen en zag dat op tv. Sindsdien ben ik hooked aan live-tv. Omdat alles zomaar ineens kan gebeuren.”
„Ja, maar een ramp kan veel vormen aannemen. Het kan ook een boze gast zijn, een verkeerde vraag, een stilte of een technisch mankement. De spanning dat zoiets kan gebeuren maakt het de moeite waard om te blijven kijken.”
Het is een hobby die perfect combineert met het ouderschap, zegt ze. „Ik hoefde er weinig voor te laten: ik ben een huismus die veel tv kijkt. Ik ging niet naar festivals en maakte geen reizen. Die baby kan er wel naast, dacht ik.”
„Ja, Mia past prima in het leven dat ik het liefst leid.”
„Dat lijkt me énig! Ivo Niehe worden op zondag!”
„Ik ben een ouderwetse meid. Zondagochtend is een heerlijk tv-moment. Het liefst zou ik een programma maken zoals Theo van Gogh dat ooit deed, of Ischa Meijer als interviewer, of Paul de Leeuw. Spraakmakende gesprekken die je op het puntje van je stoel laten zitten, waarvoor je de tv aanzet omdat je weet: wat hier gebeurt kan ik alleen híér zien. Maar eerst moet ik nog een beetje meer naam krijgen, want ik kan natuurlijk wel op YouTube gaan klooien, maar dat dekt niet de lading voor mij.”
„Ik begin met Vroege Vogels, op de radio, tijdens het koffiezetten. Tegelijkertijd zet ik alvast in de andere kamer de televisie aan. Soms begin ik met Nederland zingt omdat er verder nog niks is.”
„Ja, die mensen hebben zo’n passie voor die shit! Dat kun je niet faken! Nou, en daarna Ivo op zondag, Buitenhof, WNL op zondag.”
„Vroeger ging ik daarna verder, naar Campinglife bijvoorbeeld, daar zie je echt dingen die je nergens anders ziet, maar dat kan nou niet meer omdat ik een peuter heb rondlopen. Voor haar is het niet goed om de hele dag door een scherm aan te hebben. ’s Ochtends kijken we wel samen naar NPO Zapp.”
„Een chille afslag waarvoor ik heel dankbaar ben. Omdat kinderen trouw zijn en echt waarderen wat je maakt. En ze blijven zichzelf maar verversen! Ik weet hoeveel impact kindertelevisie op mij heeft gehad, dat vergeet je nooit meer. Als ik een roze koek zie, denk ik aan Villa Achterwerk.” In het programma Roos en haar mannen was het personage Roos geobsedeerd door roze koeken. „Kindertelevisie is duurzame televisie.”
„Nou, echt! Ik ben een leger aan het klaarstomen zodat ik over twintig jaar die zondagochtend kan claimen en al die kinderbreintjes van nu denken: o my god, dat is Emma! Dat is mijn onbedoelde strategie, haha.”
Emma Wortelboer (Deventer, 1996) werd na haar havodiploma in 2015 toegelaten op BNN University. In de jaren daarna was ze onder meer verslaggever voor het televisieprogramma Spuiten en slikken en voor Yung DWDD, en presenteerde ze de YouTube-serie Emma’s peepshow.
Ze is in dienst van televisieomroep BNNVara en presenteert onder meer jongerenprogramma Je zal het maar hebben (sinds 2024), Wortelboer en Van Rossem (sinds 2023), Daten in het dorp (sinds 2026) en kinderprogramma’s Steken en prikken (sinds 2021) en Pokerface (sinds 2024).