Home

Wat één Chinees bedrijfje zegt over de zwakte van Europa’s buitenlandbeleid

nieuwsbriefNRC Europa

NRC Europa De wispelturige omgang van de EU met één Chinees bedrijfje (waar u vermoedelijk nooit van gehoord heeft) legt bloot waarom Brussel het zo moeilijk vindt hard op te treden in zijn buitenlandbeleid. Eigen kortetermijnbelangen gaan voor, elke keer weer.

epa12974658 High Representative of the European Union for Foreign Affairs and Security Policy Kaja Kallas speaks during a debate on the ‘EU’s strategy to address the current crises in the Middle East’ at the European Parliament in Strasbourg, France, 19 May 2026. The current plenary session runs from 18 until 21 May 2026. EPA/RONALD WITTEK_i

Hoge ambities, lage pijngrens

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Europa

Europaredacteuren praten je bij over de belangrijkste ontwikkelingen in de EU

Voor een topdiplomaat is Kaja Kallas sowieso al niet erg diplomatiek. De buitenlandchef van de EU heeft er een reputatie mee opgebouwd. Maar de woordkeuze waarmee Kallas afgelopen weekend haar critici én China op de kast joeg, was alsnog verbazingwekkend.

„Als je kanker hebt, zijn er twee keuzes”, zei de Estse oud-premier op een conferentie in Tallinn over de Europese economie. „Je schroeft de morfine op of je begint met chemotherapie.”

Ze had het over China. In deze analogie, zo verduidelijkte Kallas, was de morfine de inzet van subsidies door Europese regeringen om de Chinese concurrentie aan te kunnen. De echte oplossing, de chemotherapie, was het afbouwen van de afhankelijkheid van China.

„We begrijpen de diagnose van de ziekte uitstekend”, aldus Kallas. Nu moesten we alleen nog in actie komen om er iets aan te doen.

Lomp en onhandig, vond een aantal lidstaten. Zelfs de woordvoering van de Europese Commissie nam afstand van Kallas’ taalgebruik toen journalisten er deze week naar vroegen.

Maar achter dit ondiplomatieke taalgebruik is ook iets anders waar te nemen. Kallas’ collega’s in de top van de Europese Commissie zullen niet snel over kanker en chemotherapie beginnen, maar bij velen begint de opmars van China steeds meer te wringen. Meer actie lijkt in de maak.

Eind deze maand overlegt de Commissie over hardere methodes om te voorkomen dat Europa het onderspit delft in een concurrentiestrijd met Beijing.

Brussel lijkt niet aan te sturen op brede handelstarieven à la Trump, maar wel op gerichte tariefmuren en quota in sectoren die onder druk staan, zeker als ze het afleggen tegen Chinese bedrijven die staatssteun genieten. En toevallig regent het deze maand relevante rapporten over dit onderwerp.

Neem dit rapport waarin economen van het Centre for European Reform beargumenteren dat Europa, Duitsland voorop, op dit moment ten prooi vallen aan ‘China Shock 2.0’. De eerste zette twee decennia geleden de kaalslag van de Amerikaanse industrie in gang (overigens mede doordat Amerikaanse bedrijven naar China verkasten). Nu zijn de paradepaardjes van de Europese industriële economie aan de beurt: auto’s, machines, de chemische industrie.

Een grote vraag in deze discussie is steeds in hoeverre China zijn voorsprong in de concurrentieslag nu dankt aan steun vanuit Beijing. Duidelijk is dat sommige Chinese bedrijven en producten inmiddels ook technologisch tot de top behoren. En Chinese politici en economen wijzen liever naar andere factoren die de recente inhaalslag verklaren, zoals de hoge Europese energieprijzen.

Een feit is dat, oneerlijk of niet, de impact van China op de Europese industrie nu zo groot is geworden dat Europese overheden zelf moeten ingrijpen als ze willen voorkomen dat hun industrie wordt leeggegeten.

Dan is er deze uitgebreide studie van EU-denktank EUISS. Die studie, van de Nederlandse expert Joris Teer, laat zien hoezeer China zich de wereldwijde handelsstroom van essentiële grondstoffen heeft toegeëigend. Dat China die keten kan afknijpen, zagen we vorig jaar allemaal. Maar ook nu Beijing de grondstoffen weer uitvoert en de storm is gaan liggen, doet het dat bijvoorbeeld maar mondjesmaat, zodat landen geen reserves kunnen aanleggen.

(Wie er geen genoeg van kan krijgen, lees ook deze analyse van Rhodium en deze publicatie van het Delors Centre, allebei deze maand verschenen.)

Toch gaat deze nieuwsbrief niet over Brussel dat ‘opstaat tegen Beijing’ of ‘het heft in eigen handen neemt’. Want er mogen dan kritische rapporten en ondiplomatieke diplomaten zijn, de werkelijkheid is vooralsnog anders. Om dat te zien, hoeven we maar te kijken naar het lot van Yangzhou Yangjie Electronic Technology Co., een Chinese chipfabrikant.

Vorige maand deed de EU het bedrijf in de ban. Brussel zette Yangjie op de sanctielijst, omdat de chips zouden zijn teruggevonden in Russische drones en ander wapentuig dat in Oekraïne werd ingezet. Al snel waren Europese autofabrikanten in rep en roer.

Hun auto’s zijn namelijk sterk afhankelijk van Yangjie-chips. Sterker nog: die afhankelijkheid is alleen maar gegroeid(!) sinds de Nexperia-affaire van afgelopen jaar. Bedrijven die geen Nexperia-chips meer kregen, schakelden over op Yangjie om hun productie op gang te kunnen houden. Als er al andere fabrikanten zijn, zijn die nooit zo goedkoop.

Een aantal landen nam deze bezorgdheid mee naar Brussel, en met succes. Gisteren meldde Bloomberg dat Yangjie ‘tijdelijk’ weer van de sanctielijst gaat, tot opluchting van de Europese industrie. Alleen: van het afbouwen van die gevreesde afhankelijkheid komt zo weinig terecht.

Daarmee zegt de gang van zaken rond de chips van Yangjie zowel iets over de Europese omgang met China als die met Rusland. Want dit patroon zie je steeds weer terugkeren. Als de Commissie zwaait met tarieven die de Chinese autosector aanpakken, komen Europese autofabrikanten in het verweer, omdat ze bang zijn voor vergelding uit Beijing. Als Brussel zint op sancties tegen Rusland, willen veel hoofdsteden niet dat hun eigen bedrijven geraakt worden.

De Europese Commissie zegt hard te willen optreden, veel lidstaten uiten vervolgens ferme taal over economische strijd met Beijing en de noodzaak om Moskou te isoleren. Maar als de uitwerking hun eigen economie dreigt te raken, krabbelen heel wat hoofdsteden, aangespoord door het eigen bedrijfsleven, toch snel weer terug.

Een beetje pijn lijden om doelen te bereiken, dat blijkt voor Europa lastig. Je vraagt je af of Kaja Kallas daar nog een goede, ondiplomatieke metafoor voor heeft.

Europese Unie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next