Home

De man die elke snipper Reve wilde zien

Nop Maas (1949-2026) Zijn driedelige biografie van Gerard Reve werd het magnum opus van literatuurhistoricus Nop Maas. Het leverde hem wel doodsbedreigingen van Reves weduwnaar op.

Nop Maas in 2011.

Het leek een onmogelijke opgave, de biografie schrijven van de zelfbenoemde ‘Volksschrijver’ Gerard Reve (1923-2006). Met zijn befaamde brievenboeken had Reve immers zelf zijn leven al uitputtend beschreven. Toch zette biograaf, tekstbezorger en verwoed boekenverzamelaar Nop Maas zich rond de eeuwwisseling aan een monumentale, uiteindelijk driedelige levensbeschrijving van Reve die nog altijd als maatstaf geldt voor literaire biografen.

Literatuurhistoricus Maas (Norbert Maria Hubert) werd op 1 december 1949 in Hoensbroek (Limburg) geboren als zoon van een bovengrondse mijnwerker. Al van jongs af aan was hij een lezer. Hij ging neerlandistiek studeren aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen waar hij in 1975 in dienst trad als wetenschappelijk medewerker. Zaterdag 16 mei is Maas op 76-jarige leeftijd overleden.

In 1988 promoveerde hij op het werk van romancier Marcellus Emants onder de titel Marcellus Emants’ opvattingen over kunst en leven in de periode 1869-1877. Titel en inhoud van dit proefschrift verraden de belangstelling van Maas voor de band tussen het oeuvre van een auteur en zijn of haar leven, zonder te psychologiseren. Dat maakte hem tot een uitgelezen biograaf die zich liet leiden door een diepgaande kennis van biografische en letterkundige details.

De literaire nalatenschap van Maas is indrukwekkend. Samen met zijn partner Joep Jaspers bewoonde hij een huis in Haarlem dat getuigde van een ongebreidelde liefde voor bijzondere boeken en edities. Zijn specialisme werd de negentiende eeuw. Hij publiceerde, behalve over Emants, over auteurs als Multatuli, Carel Vosmaer, Conrad Busken Huet en de dichter J.H. Leopold. Hij speurde min of meer vergeten auteurs op, onder wie P.A.S. van Limburg Brouwer die in 1872 de historische ‘Oostersche roman’ Akbar publiceerde. Maas maakte deel uit van een Haarlems collectief van drukkers van bijzondere uitgaven dat de Hof van Jan heette. Maas noemde zijn eigen imprint de Korenmaat.

Zijn belangstelling voor de negentiende eeuw uitte hij ook in het boek Seks!… in de negentiende eeuw (2006) waartoe hij werd geïnspireerd door Emants’ roman Een nagelaten bekentenis (1894) over een jongeman die zijn leven lang „op zoek is naar de liefde zoals hij die kent uit de wondere wereld van roman en opera”. Het leidde tot een boekwerk waarin Victoriaanse losbandigheid en literatuurhistorische accuratesse een verrassende combinatie vormden.

Begin jaren tachtig kreeg Maas het verzoek van uitgeverij L.J. Veen, de uitgever van Gerard Reve, om diens brievenboeken te bezorgen. Hij beschouwde dat verzoek als ‘hoogst vererend’ maar het bleek in de loop der tijd ook een extreem lastig verzoek. Allereerst kreeg hij te maken met de auteur zelf en gaandeweg met diens partner en erfgenaam Joop Schafthuizen. Vóór alles wilde Maas de correspondentie van Reve zorgvuldig annoteren, maar hoe doe je dat als Reve eisen stelt, passages wil schrappen of zich anderszins met de uitgave bemoeit? Het eerste boek dat verscheen, was Brieven aan Wim. B uit 1983 en er zouden nog talloze edities volgen.

Schafthuizen

Door de enorme kennis van Maas van het leven van Reve was hij de aangewezen biograaf. Zo dacht aanvankelijk Schafthuizen, alias ‘Matroos Vosch’, er ook over. Maas ontving een geordend archief in vier koffers. In 2009 verscheen het eerste deel van de drie delen bij uitgeverij Van Oorschot. De biografie had als overkoepelende titel Gerard Reve. Kroniek van een schuldig leven. De afzonderlijke delen heetten De vroege jaren (1923-1962), De rampjaren (1962-1975) en – in 2012 – De late jaren (1975-2006). In totaal bijna 2300 bladzijden. In het voorwoord van het eerste deel gaf Maas een toelichting op aanduiding ‘kroniek’. Het was zijn overtuiging dat zijn boek een „min of meer chronologisch en documentair karakter” moest hebben. Hij stelt: „De achterliggende gedachte daarbij is, dat een eerste grote biografie van Reve zoveel mogelijk gegevens moet vastleggen, die nu nog traceerbaar zijn.” Het adjectief ‘schuldig’ verklaart de biograaf uit zijn visie dat Reve een ‘sadomasochistisch aangelegde persoon’ was.

Het eerste en tweede deel verschenen zonder problemen en Maas mocht vrijuit citeren uit het archief. Maar tijdens het werk aan deel drie, De late jaren, tekende Schafthuizen bezwaar. De weduwnaar spande een kort geding aan met als resultaat dat de rechter uitgave verbood. Dat werd in hoger beroep door het Amsterdamse Gerechtshof vernietigd, waarmee ‘eindelijk de weg vrij [was] voor verschijning van dit afsluitende deel van de biografie’, zoals uitgever en auteur voorafgaand aan het boek verklaarden. Het weerhield Schafthuizen er niet van om doodsbedreigingen achter te laten op Maas’ antwoordapparaat.

Maas keerde zich met grote regelmaat, onder meer in zijn literaire blog getiteld Aan de wereld!, tegen Schafthuizen: „Waarom gebruikt Schafthuizen de aanduiding Erven Gerard Reve? Om zijn woorden meer gewicht te geven? Om zijn eigen besmette naam niet te hoeven gebruiken? Schafthuizen stelde zich, ook toen Reve nog leefde, al op als diens plaatsbekleder op aarde en blijkbaar wil hij daarmee doorgaan nu de wurmen zich over Reve zelf ontfermd hebben.” Het gevolg van de gehele rechtsgang was wel dat de detaillering van het derde deel onovertroffen is en dat Maas zich genoodzaakt zag drie sterretjes te plaatsen als een bepaalde passage, onder meer over seksuele of financiële zaken, tot onmin zouden leiden.

Behalve de Reve-kronieken bezorgde Maas twee monumentale edities van de oorlogsdagboeken van dichteres Hanny Michaelis (1922-2007) die met Reve van 1948 tot 1959 was getrouwd. Zo voltooide Maas niet één maar twee levenswerken.

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next