Inkomen Geld zorgt binnen relaties vaak voor discussie. Zeker wanneer de een meer verdient dan de ander. Maar bestaat er zoiets als een écht eerlijke verdeling, die onbetaalde (zorg)taken ook meeneemt? „Dat mannen nog altijd vaker de beter verdienende partner zijn in heteroseksuele relaties, zorgt voor een bepaalde machtsverhouding.”
Cas Verweij en Cato Benschop gooien al hun inkomsten op een berg, trekken de vaste lasten af en verdelen wat overblijft.
In Nederland zijn vrouwen de afgelopen twintig jaar 15 procent meer gaan werken buitenshuis, terwijl mannen maar 0,4 procent meer zorgtaken zijn gaan verrichten. Ook de loonkloof blijft hardnekkig: vrouwen verdienen per uur gemiddeld zo’n 10,5 procent minder dan mannen, aldus het CBS.
En dat terwijl vrouwen inmiddels in de regel hoger opgeleid zijn en sneller afstuderen, met gemiddeld betere resultaten dan mannen. In de leeftijdsgroep van 20 tot 35 jaar verdienen vrouwen dan tegenwoordig ook iets meer. De inhaalslag die ze maken, stagneert zodra er eventueel kinderen komen. Bij de geboorte van een eerste kind gaat 45 procent van de moeders minder werken, of stopt helemaal, terwijl 75 procent van de vaders fulltime blijft werken.
Alleen al de tijdelijke loopbaanonderbreking vanwege zwangerschap zorgt ervoor dat de inkomensverschillen groter worden, net als het feit dat mannen vaker leidinggevende en dus beter betaalde functies hebben. Bovendien werken vrouwen vaker in sectoren met een gemiddeld lager salaris, zoals de zorg en het onderwijs.
Hoe je het ook wendt of keert: daar zit iets scheef. De ongelijke inkomensverdeling kan voor een uitdaging op relatiegebied zorgen. Want hoe houd je het gelijkwaardig, als de verschillen zo groot (kunnen) zijn?
Econoom Sophie van Gool haalt in haar boek Je kind is een goudmijn (2026) een onderzoek aan, waarbij werd gekeken naar ‘promotiescheidingen’: wordt een vrouw bijvoorbeeld burgemeester of directeur, dan verdubbelt de kans dat ze daarna gaan scheiden, bij mannen is er in dat geval amper verschil. „Dat mannen nog altijd vaker de beter verdienende partner zijn in heteroseksuele relaties, zorgt voor een bepaalde machtsverhouding. Zeker wanneer er kinderen in het spel zijn. Als je meer verdient, kun je ook beter onderbouwen waarom jij degene bent die meer zou moeten blijven werken.”
Volgens haar ervaren mannen een gelijkwaardige relatie op geldgebied als een bedreiging, „terwijl er voor hen ook veel te winnen is.” Denk aan een betere werk-privébalans, een sterkere band met eventuele kinderen, en een partner die zich verder kan ontwikkelen.
Eind negentiende eeuw ontstond het kostwinnersmodel als de standaard. Dat kwam door de industrialisatie, maar was ook een politieke keuze van met name christelijke partijen. Gehuwde vrouwen verdienden vaak minder geld, waarmee het voordeliger was als zij het huishouden en de zorg voor kinderen op zich namen, in plaats van huishoudelijk personeel. Ook werd het gezien als een statussymbool, om het maar met één salaris te kunnen redden. Vanaf 1924 was het zelfs onmogelijk voor getrouwde vrouwen om voor de overheid te werken. Dit werd afgeschaft in 1958, maar de erfenissen van het systeem zijn nog steeds terug te vinden in allerlei elementen van onze samenleving. Neem bijvoorbeeld zoiets praktisch als openingstijden van basisscholen: er zal toch iemand de kinderen om half 4 op moeten komen halen.
Van Gool: „Ons volledige beleid is ingericht op het kostwinnersmodel, waarbij ervan wordt uitgegaan dat er ruimte en tijd is om naast het betaalde werk voor kinderen en het huishouden te zorgen. Met twee werkende ouders is dat niet te doen. De daadkracht ontbreekt om echt stappen te maken, of beleidsmakers vinden het gewoon niet belangrijk genoeg.”
De Nederlandse kapitalistische samenleving hecht veel waarde aan betaald werk, blijkt ook in de hoeveelheid nieuwsberichten over stijgende of dalende koopkracht. Van Gool zou graag zien dat onbetaald werk daarin ook meegenomen wordt. „Stel: een vrouw werkt drie dagen en doet het grootste gedeelte van het huishouden en de zorg. Dat stelt de man in staat om vijf dagen buitenshuis te werken. Als ze daar allebei gelukkig mee zijn, is dat principe niet schadelijk. Alleen wordt er vaak niet nagedacht over de langetermijneffecten. Wanneer een relatie verbroken wordt en die vrouw een gat in haar cv en pensioen heeft, bijvoorbeeld.”
Veel huishoudens kiezen op financieel gebied vaak voor ‘alles door de helft’ of naar rato: verdient zij 10 procent meer dan hij, dan betaalt zij ook 10 procent meer aan de gezamenlijke kosten. Maar er is ook nog een derde optie, het herverdelingssysteem. Hierin is meer oog voor door de maatschappij veroorzaakte verschillen (zoals die eerder genoemde loonkloof) en ongelijkheid qua betaald/onbetaald werk. Het idee: alle inkomsten gaan op één hoop en daarvan worden de vaste lasten betaald. Wat er overblijft, verdeel je op basis van (directe en toekomstige) maatschappelijke verschillen. Zo kun je compenseren voor een mogelijk verschil in pensioenopbouw. Er zijn zelfs stellen die zaken meenemen als persoonlijke verzorging, waar vrouwen over het algemeen meer geld aan uit moeten geven.
Van Gool: „Als je beiden een salaris hebt met flinke onderlinge verschillen, is fiftyfifty geen eerlijke verdeling van de vaste lasten. Met het herverdelingssysteem creëer je waarde voor wat iedere partner in de relatie brengt, of dat nou betaald werk buitenshuis is, huishoudelijke taken of maatschappelijke waarde toevoegen via vrijwilligerswerk.”
Welke verdeling je ook aanhoudt, een gelijke verdeling valt of staat bij een open gesprek over geld. Dat dit niet altijd gemakkelijk is, blijkt wel uit cijfers van het Nibud: 25 procent van de stellen heeft regelmatig ruzies over geld.
Toen de relatie van Cas Verweij en Cato Benschop serieuzer werd, kwamen onderwerpen van rolverdeling, huishoudelijke taken en financiën vaker voorbij.
Cato Benschop (29, illustrator en filosoof) en Cas Verweij (29, projectleider) hebben sinds drie jaar een relatie. Het inkomen van Cas is hoger.
Cato: „In een relatie doen de meeste mensen fiftyfifty, of betalen om de beurt. Maar als je degene bent die structureel minder te besteden heeft, voelt dat niet eerlijk. Ik merkte in het begin van onze relatie dat Cas ook neigde naar deze standaard verdeling. Dan stond hij te wachten totdat ik afrekende, want hij had de vorige keer betaald, en ‘zo doe je dat dan toch?’. Ik had het er met mijn nicht over en we kregen een idee: wat nou als je alles wat binnenkomt op één berg gooit, alle vaste lasten eraf haalt en wat er overblijft verdeelt op basis van maatschappelijke verschillen, zodat je allebei evenveel kansen hebt om te leven zoals je wilt? Een herverdelingsmodel dus. Vrouwen vinden het cool als ik erover vertel, mannen denken sneller ‘ik werk hard, dan mag ik er toch zelf de vruchten van plukken?’. Wat mij betreft ligt dat anders.” ”
Cas: „Naarmate onze relatie serieuzer werd, kwamen onderwerpen van rolverdeling, huishoudelijke taken en financiën vaker voorbij. Soms leverde dat conflicten op. Bijvoorbeeld over schoonmaken of koken, dat ik dat niet vanuit mezelf oppakte. Alles door de helft delen qua uitgaven was mijn idee van eerlijk delen. Ze deed me realiseren dat dit het in de praktijk niet altijd is. Ik verdien een stuk meer en heb daardoor meer vrijheid.”
Cato: „Ik denk echt dat je relatie leuker wordt door een herverdelingssysteem. Cas en ik hebben nooit meer discussies over geld, sinds we dit doen.”
Maartje Bregman (27) heeft een relatie (25). Zij is ondernemer, hij is fysiotherapeut en de beter verdienende partner. Ze verdelen vaste lasten fiftyfifty.
„We hebben net ons eerste huis gekocht en betalen allebei de helft van de hypotheek. Het idee is: we hebben er samen voor gekozen, je zorgt maar dat je aan de helft van dat bedrag komt. Wat je overhoudt na de vaste lasten is van jou en daar kun je mee doen wat je wilt. We hebben vastgelegd dat wat we zelf inbrengen ook weer teruggaat naar dezelfde persoon als we het ooit verkopen. Financiële onafhankelijkheid vind ik heel belangrijk. Dat we elkaar supporten als het nodig is, staat daar los van.”
„De generatie van mijn ouders was de eerste waarbij man en vrouw allebei buitenshuis konden werken. Maar terwijl vrouwen vaker een betaalde baan kregen, bleven ze wel de meeste zorgtaken verrichten. Daar is het scheefgegroeid. Ik heb het idee dat we nu op een kantelpunt staan waarop we kunnen kiezen: gaan we eindelijk écht voor een geëmancipeerde samenleving waarin het werk eerlijk wordt verdeeld? Of accepteren we dat vrouwen hierin achter blijven lopen? Ik vind het veel te langzaam gaan, maar heb ook respect voor de mensen die er anders in staan. In een inclusiever systeem, met beter geregelde kinderopvang en werkverdeling, krijgen we allebei onze zin. Dan kan de onafhankelijke carrièrevrouw haar plan trekken, maar kun je ook als een huisvrouw de hele dag zuurdesembroden bakken als je daar blij van wordt.”
Daniel Gorter is 35 en werkt als duurzaamheidscoördinator. Hij is getrouwd met Milou Ohm (33), medisch specialist in opleiding; ze hebben een dochter van anderhalf.
Daniel: „Ik verdien nu iets minder, maar het staat vast dat dat verschil tussen ons flink gaat groeien als Milou straks klaar is met haar studie. Als medisch specialist zal haar salaris dan ongeveer verdubbelen. Momenteel zitten we op een verdeling van zo’n 55/45. Zij legt daarom wat meer in op de gezamenlijke rekening.
Dat het verschil tussen onze salarissen groter wordt, daar heb ik geen enkel probleem mee. Milou heeft straks zestien jaar gestudeerd en doet belangrijk werk, dat mag goed beloond worden. Wat ik wel belangrijk vind, is dat ik financieel zelfstandig ben. En als het salarisverschil tussen ons straks groter wordt, kan ik me best voorstellen dat ik even moet schakelen als we een mooie woning alleen kunnen kopen vanwege haar loonstrookje. We hebben daar dan allebei evenveel profijt van, dus dan wil ik daar ook het liefst evenveel aan bijdragen.
Momenteel werken we allebei vier dagen en zorgen we de vijfde dag voor onze dochter. Onze verdeling thuis is ook redelijk gelijk. We stofzuigen allebei, ik doe boodschappen, zij kookt. Als ik vroeg weg moet, staat zij ‘s nachts op als er iets is met onze dochter, en andersom.
Als Milou’s salaris omhoog gaat, kan het dat we daar iets in veranderen. Bijvoorbeeld dat ik naar 3,5 dagen werken ga en zij naar 4,5. Het lijkt me alleen maar logisch, als ik dan meer onbetaald werk thuis doe en zij meer betaald werk buitenshuis, want daar houden we immers het meeste geld aan over.
Het hele concept dat een man de kostwinner moet zijn, snap ik oprecht niet. Druk vanuit de maatschappij draagt denk ik bij aan het idee dat mannen meer geld ‘horen’ te verdienen, maar daar moeten we van af. Wij zijn niet zo gevoelig voor die maatschappelijke druk, maar ik denk dat het goed is voor iedereen als we daar wat meer los van zou komen.
Er is nog veel te winnen op emancipatiegebied. Neem de kinderopvang. Omdat ik een flexibelere baan heb, gaven we mijn info daar door als eerste aanspreekpunt. Maar als er iets was, belden ze tóch Milou.”