Home

Hoe lang blijft perceel HLG01-A-8107 nog een bloembollenveld?

Bollenteelt In Hillegom staat een huizenblok plompverloren tussen de bollenvelden, alsof het er per ongeluk is beland. De bewoners kijken uit op een perceel dat elk voorjaar bloeit in een nieuwe kleur. Maar hoelang nog, nu het sentiment rond de bollenteelt verandert?

Aan de 1e Loosterweg staat een rijtje aaneengesloten arbeidershuisjes. De bewoners kijken uit op perceel HLG01-A-8107.

Een bollenveld is net een fruitautomaat. Rrrrrrraaaang ding ding ding: narcis, hyacint, tulp of allium. Eén van de vier komt op en elk voorjaar is het een verrassing op welke het uitzicht landt. Dan kleurt het veld geel, wit, paars, rood, roze, blauw of oranje. Tenzij, en dat hoopt niemand, er allium is geplant. Deze uiensoort wordt meestal vroeg gekopt: weg bloem.

En dus tuurde Petra Brouwer, verwachtingsvol, vorig najaar al vanuit haar woonkamer met een verrekijker over het veld. Perceel HLG01-A-8107 op de kadastrale kaart van Hillegom, eigendom van de naastgelegen kweker, voelt ook een beetje als háár veld. 

Ze kijkt er al op uit sinds 1998, toen ze dit huis kocht, een van de elf aaneengesloten arbeidershuisjes die als een solitair straatje aan de 1e Loosterweg staan. Eén rijtje baksteen dat voelt alsof het is opgetild uit een willekeurige woonwijk en per ongeluk is geplant midden in de bollenvelden, parallel aan het spoor. De stoep loopt van het eerste tot het laatste huisje, daarna is er alleen de berm langs een doorgaande weg. 

Ook voordeuren ontbreken. Want toen het rijtje werd gebouwd begin twintigste eeuw, neergezet voor zijn werknemers door de Gebroeders Van Zanten, zowat het beroemdste bollenbedrijf van de hele streek, betaalde je extra belasting voor een voordeur. De bewoners moeten altijd achterom. Petra’s moeder had nog gezegd „het heeft niet eens een vóórdeur!” en haar vader „wat een krot!”. Maar die oude huizen, gebouwd door firma Kraaij & Co – vandaar de bijnaam ‘het Kraaiennest’ – dat was nog kwaliteit. „Kijk die stevige balken”, zegt Brouwer wijzend naar het plafond.

Petra Brouwer kijkt uit over ‘haar’ veld.

Het raam van Brouwer strekt zich – vanwege gebrek aan voordeur – bijna uit van muur tot muur. Niet dat de afstand enorm is, het hele huisje is niet breder dan 3,86 meter, maar het weidse zicht vergoedt de bescheiden afmetingen ruimschoots. 

In het raamkozijn staan lege vazen met bloemenprint en vazen gevuld met Lego-bloemen. „De botanical collection”, zegt Brouwer. Ze is er dól op, het hele huis staat er vol mee. Echte bloemen of planten, daar begint ze niet aan. Te veel gedoe. Onnodig ook, met haar uitzicht. Maar dat prachtige, oer-Hollandse, wereldberoemde uitzicht staat onder druk.

Petra’s vaste plek is links van het raam, aan de eettafel en naast de stoel waar altijd de poes ligt. Vanaf daar kijkt ze precies haaks uit op de geplante bollen, rij na rij na rij na rij. Zeker vierhonderd meter lang, tot aan de Trekvaart Haarlem-Leiden, die weer bijna parallel loopt aan de horizon. En tussen elke rij bollen een smal geultje gevuld met stro.

Met platvoeten, weet ze van haar oudste zoon, is het in dat geultje niet lekker lopen. „Hij vond het verschrikkelijk rot.” Een halve zomer werkte hij voor de bollenkweker, als dertien- of veertienjarige. Vond het niks. Want anders dan vroeger is werken op het land onder Nederlanders, laat staan jongeren, niet zo vanzelfsprekend meer.

Terwijl Petra er nog goeie herinneringen aan heeft. Ze woonde in het aangrenzende dorpje Vogelenzang en in haar jonge jaren schopte bijna elke moeder haar kinderen in de vakantietijd het huis uit om bij de kwekers te werken. Tulpenbollen pellen. Vijf gulden voor een kist, zes bij kleine bollen, en als je naast de vrouw van de bollenkweker zat had je mazzel. Die pelde razendsnel en niet voor het geld, dus zij gooide haar schone bollen geregeld bij Petra in de kist.

Petra wijst naar de geultjes, waar ze nu geregeld arbeidsmigranten ziet lopen. Planten, koppen, ritsen, rooien. Gebukt en door die smalle geultjes, als het regent of de zon de nek verbrandt. Er wordt steeds meer geautomatiseerd, maar niet alles kan zonder mensenhanden.

Never walk on bollenvelden

In de elf arbeidershuisjes aan de 1e Loosterweg wonen nu een vrachtwagenchauffeur, een verpleegkundige, iemand die op Schiphol werkt. Nog ééntje is bewoond door echte arbeiders werkzaam in de bollen. Het hoekhuis, pal naast dat van Petra, is gekocht door een groot uitzendbureau dat zelf voor de huisvesting van zijn arbeidsmigranten zorgt. Dat uitzendbureau heeft inmiddels meer dan 2.200 bedden en koopt – omdat telers hun werknemers niet mogen laten wonen op eigen grond – als het even kan elk pand op in de buurt.

Petra weet nog dat ze haar voormalige buurvrouw tegenkwam in het dorp. Die had na veertig jaar het huis verkocht met goeie winst. Pas later, bleek, aan dat uitzendbureau. Bijna huilend had ze tegen Petra gezegd: „Als ik dat had geweten, had ik het niet gedaan.” Want nu wonen er telkens nieuwe seizoenarbeiders die met de rest van het straatje geen contact hebben. Zij houden als enige op het rijtje de gordijnen altijd dicht.

Terwijl mensen van over de hele wereld dit veld komen bewonderen. „Kijk! Stáát er weer één.” Petra wijst vanuit de woonkamer naar een oudere man met hoed die zijn camperbusje in de berm heeft geparkeerd. Hij zoekt met een flinke cameralens naar het juiste kader. Ze ziet dagjesmensen op huurfietsen en bussen vol toeristen aan haar raam voorbijkomen, want haar uitzicht wordt bewonderd door mensen van over de hele wereld. Allemaal stoppen ze langs de provinciale weg, soms met gevaar voor eigen leven en opstoppingen tot gevolg, om pal voor haar raam het perfecte plaatje te scoren. De selfiestick, ver voorbij zijn hoogtijdagen, is rond de bollenvelden nog alomtegenwoordig. En nu ook de drone.

Het bollenveld van kweker Bart Heemskerk trekt mensen van over de hele wereld. De paarse ‘Flower Line’ moet de bloemen beschermen.

Laatst nog – ze toont het filmpje op haar telefoon – was hier een huwelijksaanzoek. Twee Spanjaarden midden in het veld. De ringen hingen aan de camera die over het bollenland vloog met op de achtergrond de huisjes aan de 1e Loosterweg. 

En Petra snápt het wel, maar ga nou niet dat veld in, denkt ze vaak genoeg. „Sta ik hier een soort van politieagent te spelen.” Dat haar man zegt: „Doe normaal, dat is toch niet van jou?” Maar zo voelt het wel. En voor ze het weet gaat dan ook weer dat liedje door haar hoofd. But you never walk on bollenvelden van Lee Towers, die in 2019 optrad als Lee Flowers in tv-programma Even tot Hier. Wacht, even zoeken – ze laat het op haar telefoon zien – en ze begint mee te zingen: 

When you waaalkThrough the fieldsDan gaan de tuuhuhuhulpen doodNeee dat is nieeet okéDusssss, opgerot

Er zijn bollenkwekers die hun velden barricaderen met kuubskisten. Of schrikdraad. Of prikkeldraad. Of ze zetten een veldwacht neer die met een paars hesje de toeristen op afstand houdt.

Maar een eenvoudig paars lint met „don’t cross the flower line” werkt beter, weet kweker Bart Heemskerk. Bollenveld HLG01-A-8107, waar Petra op uitkijkt, is van hem. Sterker nog: het is zijn huiskavel, zijn woning staat ernaast. Het veld is al decennia in de familie.

Heemskerk komt net van zijn veld af. Hij veegt de grond van zijn handen en geeft zijn zoontje een aai over de bol. Hij is maar wat trots op zijn bollen. En de jonge Heemskerk heeft heus ook andere baantjes geprobeerd; het bollenbedrijf van zijn vader Kees voortzetten was geen vanzelfsprekendheid. Maar hij is nu eenmaal een bollenjongen en „je creëert iets wat mensen blij maakt”.

En je moest eens weten hoe gewild dit perceel eigenlijk is. Heemskerk zou het zó kunnen verhuren, aan een zonnepanelenbedrijf bijvoorbeeld. Regelmatig ziet hij zijn veld, of dat van collega’s, terugkomen in plannen van projectontwikkelaars voor een nieuwe wijk of een weg. Er is een flink huizentekort in de regio. Maar de bloembollenvelden volbouwen met huizen? Hij moet er niet aan denken.

Alleen al de ooh’s en aah’s van toeristen die in bussen langsrijden richting de Keukenhof, een kwartiertje verderop, en voor het eerst in hun leven zo’n bloemenveld zien. Honderdduizenden tulpen, die in China 2 euro per steel kosten. De verschrikte aaaaaaah’s als diezelfde tulpen door kweker Bart genadeloos met de kopmachine worden onthoofd. Hij moet wel, zodat de groeikracht niet naar de bloem maar naar het eindproduct, de bol, gaat.

Om de toeristen in hun veldlust te voorzien hebben slimme bollenkwekers in de omgeving aparte Instaproof tulip experiences bedacht. Daar kun je tegen betaling van 7 à 10 euro per persoon picknicken midden in het bollenveld. Of een fotoshoot doen met paard. Alles beter dan een barbecue tussen je tulpen, zoals Bart eens meemaakte. Toen was alles platgetrapt. „Het leek wel een graancirkel.”

Bart Heemskerk gunt de mensen best een leuke picknickplek, maar niet op zijn bloemen. De vrees zit ‘m niet alleen in vernieling, maar ook de mogelijkheid dat ze via hun broekspijpen ziektes, virussen, schimmels en insecten overbrengen van de ene op de andere bloem. Dan worden zijn bloemen door de bloemenkeuringsdienst in een minder goeie klasse geplaatst en zijn ze potentieel dus minder waard.

Om dat te voorkomen gebruikt hij gewasbeschermingsmiddelen, zoals hij ze noemt. Heemskerk gebruikt zo min mogelijk en zo veel mogelijk biologisch en samen met andere bollenkwekers streeft hij ernaar de bollenteelt toekomstbestendig te maken, maar helemaal zonder bestrijdingsmiddelen gaat niet, zegt hij. Nog niet. En hij vindt het lastig dat zelfs mensen die in de bollenstreek wonen, soms aannames doen over wat er op het land gespoten wordt. Steeds meer mensen uit de stad komen wonen in de bollenstreek, op zoek naar ruimte. Wat weten die nu van gewasbescherming?

Einde voor Van Zanten Flowerbulbs

Het sentiment rondom bollen en bloemen zit niet altijd mee. Dat merkte ook Van Zanten Flowerbulbs, de buurman aan de andere kant van het bollenveld, nét niet te zien vanuit Petra’s raam. Gezeteld in een pand met monumentale gevel dat iedereen in Hillegom kent. Dit is ook het bedrijf dat het rijtje arbeidershuisjes aan de 1e Loosterweg ooit voor zijn werknemers heeft neergezet.

„Hier stond ik met iedereen om me heen.” In een hoek van de kantine denkt directeur Klaas Jan Vijn terug aan de dag, dinsdag 5 augustus 2025, dat hij het personeel in Hillegom vertelde dat Van Zanten Flowerbulbs na 164 jaar gaat stoppen.

Jan en Gerrit Veldhuyzen van Zanten, eerste generatie, waren van eenvoudige komaf en klommen op tot gegoede burgerij door nieuwe tulpensoorten te bedenken en als een van de eersten hun teelt te verkopen in het buitenland. Toen Amerika in 1926 de grenzen sloot voor bloembollen uit Nederland, vanwege een ziekte in de bollen die ze aan de andere kant van de oceaan niet wilden, kocht Van Zanten grond in Washington om lokaal te telen. Een revolutie. 

Het in Hillegom beroemde pand van Royal van Zanten Flowerbulbs.

Liepen de broers in die tijd door de straten van Hillegom, dan namen de inwoners hun pet voor ze af. De afgegraven duinen werden gebruikt voor de stadsuitbreidingen van Haarlem, Den Haag, Leiden, Amsterdam. Deze geestgronden bleken de ideale bodem voor bolgewassen en de gebroeders Veldhuyzen van Zanten groeiden uit tot een van dé bollenfamilies in de streek. Nog steeds heeft Van Zanten Flowerbulbs, sinds 1901 ‘Koninklijk’, een van de betere plekken op de jaarlijkse Keukenhof. Hun welvaart is nog altijd terug te zien in de monumentale villa’s die ze bewoonden in de omgeving.

En niet dat het de laatste jaren zo slecht ging; het bedrijf schreef zwarte cijfers. Maar anders dan het Van Zanten-motto op de poster in de gang suggereert – The future is bright – dacht Vijn dat het beter was om de boel te verkopen.

Van Zanten, inmiddels gespecialiseerd in lelies, is al lang geen familiebedrijf meer. Tientallen achterneven en -nichten hadden nog een aandeel maar geen van hen – bekend probleem voor familiebedrijven, ook in de bollen – wilde nog actief betrokken zijn. Vijn werd een paar jaar geleden aangetrokken als directeur door het investeringsbedrijf dat alle familieaandelen had opgekocht en zette de bedreigingen voor het bedrijf op een rij.

Verzilting, door het dalend grondwaterpeil, kan een probleem worden. De arbeidskosten zijn flink toegenomen: „Het uurloon is in een paar jaar tijd verdubbeld.” En hij denkt dat vooral in Nederland de discussie over pesticidegebruik alleen maar toeneemt. „De lelieteelt investeert in verduurzaming, maar de regels worden zo snel aangescherpt dat het voor de sector moeilijker is om economisch rendabel te blijven.”

Alles bij elkaar opgeteld zag hij voor Van Zanten Flowerbulbs in Nederland geen toekomst meer. Het bedrijf werd opgesplitst en in onderdelen verkocht. Deels aan het buitenland.

Maar hoe vertel je dat je medewerkers? Vijn komt zelf uit een bollenfamilie en weet hoe je met bollenmensen moet omgaan. Altijd duidelijk zijn, geen flauwekul. Dus nadat de investeringsmaatschappij de knoop had doorgehakt, werd het personeel – enkele tientallen medewerkers in vaste dienst, niet de seizoenarbeiders – direct geïnformeerd. Sommigen hadden hun hele werkzame leven bij Van Zanten Flowerbulbs doorgebracht. Ze waren teleurgesteld maar begripvol, zegt Vijn. „Bijna iedereen heeft iets anders gevonden, twee gingen met pensioen.”

En dus gaat op vrijdag 29 mei bij bollenicoon Van Zanten Flowerbulbs in Hillegom het licht uit. Op de monumentale gevel blijft, hopen de inwoners, de tekst ‘Gebroeders Van Zanten, Koninklijke Nederlandsche Bloemkweekerij’ staan. Een herinnering aan betere tijden, een hoopvol houvast voor de toekomst. Want hier kleuren de bollen de omgeving, maar ook de levens van de mensen die er wonen.

Petra pelt al decennia geen tulpenbollen meer, maar steekt als vrijwilliger voor het Bloemencorso Bollenstreek wel trouw bloemen in een van de praalwagens. Kijk – ze laat het op haar telefoon zien – dit zijn de krammen waarmee de bloemen worden vastgezet. Dit jaar fietste ze zelfs met het corso mee. Veertig kilometer, van Noordwijk naar Haarlem. En ook prikt ze bloemblaadjes voor de jaarlijkse dahlia-mozaïeken in Hillegom. 

Wanneer alles nog zo mooi in bloei staat, de Keukenhof druk bezocht wordt en de corso zorgt voor bloementoerisme hoor je niemand klagen. Maar vanaf juni, als de velden weer leeg zijn, dan begint het gerommel weer. Zo hoorde Petra op een zeker moment van de plannen voor een snelweg. Precies door haar veld. Het veld dat ze elke dag, omlijst door vitrage en een geschulpt rolgordijn, opnieuw bewondert.

Rrrrrrraaaang ding ding ding. Dit jaar viel de jackpot: hyacinten. Petra wist het al, ze had het door haar verrekijker bij het planten al gezien aan de vorm van de bollen. Dat ze paars zijn, haar lievelingskleur, is een leuke verrassing.

Petra bewondert ‘haar’ veld, dit jaar haar lievelingskleur: paars.

Landbouw en veeteelt

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next