Home

Wanneer het gevaar van buiten komt, verstomt de kritiek op alles wat er binnen misgaat

Ik las deze week een van de columns terug van Volkskrant-columnist Marcia Luyten. Die column had zó treffend verwoord wat sommige lezers voelen, dat mensen deze zelfs maanden na verschijning nog delen in hun netwerken, en de tekst zelfs op posterformaat aan de muur of voor hun raam hangen.

Dan ben je echt goed als columnist.

Verzet je, schrijft Luyten in die column. Abonneer je op een kwaliteitskrant. Bezoek de bibliotheek. Doe vrijwilligerswerk. Koop lokaal. Eis schoonheid en troost. Aai je hond, je kat, je geliefde. Tirannie gedijt bij woede, liefkozen is sabotage.

Ook bij mij raakte haar oproep een snaar. Hij irriteerde me mateloos, dat doen goede columns soms. Maar waarom toch? Was het de echo van het ‘alleen maar liefde’-adagium dat niet zo heel lang geleden nog door antivax-yogamoeders werd gebruikt als daad van verzet tegen de coronamaatregelen? Ik vermoed dat de mensen die nu de poster met Luytens oproep ophangen tóén juist woedend waren.

Of ergerde ik me omdat al dat verzet toevallig bestond uit precies die dingen die Marcia Luyten waarschijnlijk zelf ook al deed? Wat zegt zo’n poster voor het raam? ‘Kijk mij eens even aan de goede kant van de geschiedenis staan? Kijk ons soort mensen even verzet plegen met onze boeken en kranten en lidmaatschappen. En kijk toch die andere mensen, die zich niet bij dat verzet aansluiten. Deden ze maar meer als ik.’

Ik dacht er lang over na. Nogmaals: dan ben je echt goed als columnist. Opeens wist ik waar ik deze irritatie eerder had gevoeld. Toen recent journalist Thomas Erdbrink werd gegrild bij Nieuwsuur omdat hij het had gewaagd een documentaire over de Russische blik op de Oekraïneoorlog te maken. Of bij de stukken van Rob Wijnberg die Donald Trump een fascist noemt en iedereen die zich niet verzet zoals híj dat doet of anderszins ‘meebuigt’ tot medeplichtig verklaart. Of wanneer Joris Luyendijk in NRC schrijft dat het geen vredestijd meer is, dat de vijand allang „binnen de poorten staat”, maar zelf demonstratief de journalistiek verlaat en naar het front trekt.

Dit alles las ik ook terug in de column van Luyten. Dat een deel van de culturele, intellectuele en financiële bovenlaag van dit land gevoelsmatig al in een oorlog leeft. Naar het front gaat. In het verzet zit.

En echt waar, het is volkomen terecht dat ze het alarm luiden over de gevaren voor de democratische rechtsstaat. Die zijn inderdaad groot. Laat ze dan toch in vredesnaam hun wedstrijdje ver-plassen houden over wie de bedreiging het best in de smiezen heeft.

Maar toch zit het me dwars. Het zit me dwars, omdat het gevolgen heeft om waarschijnlijk prematuur (mogelijk zelfs onnodig) oorlogstijd in Nederland uit te roepen.

In oorlogstijd verstomt het debat, wordt de tegenmacht gesmoord. De commandant moet namelijk ongestoord zijn belangrijke taak kunnen uitvoeren. Ik herinner me dat als de dag van gisteren uit coronatijd. Even geen irritant gemits en gemaar, éven geen discussie.

Als het oorlog is, trekt de mist van de complexiteit op en ligt het maatschappelijke landschap er helder bij. Aan welke kant sta je? Ook wel prettig een keer. Sterker nog, ik denk dat sommige mensen er onbewust naar hunkeren. Dat die noodsituatie niet vroeg genoeg kan beginnen en niet lang genoeg kan duren. Oorlogstijd kan een heerlijk overzichtelijke tijd zijn. Met een duidelijk vijandsbeeld. En wanneer het gevaar overduidelijk van buiten komt, verstomt de kritiek op alles wat er binnen misgaat.

Aan de ene kant heb je de mensen die zich bezighouden met een vrijheidsstrijd van het Westen aan het front. En aan de andere kant heb je de mensen die zich bezig houden met inferieure randzaken, zoals de uitgebreide dakloosheid, het gebrek aan beschikbare elektriciteitsaansluitingen, dat kinderen met ernstige mentale problemen geen basale zorg kunnen krijgen en de overheid niet bij machte lijkt om ook maar één van deze problemen op te lossen.

Het verdwijnt allemaal als sneeuw voor de zon als het oorlog is. Dan is er alleen nog goed en kwaad, signaal en storende ruis. Dan ga je journalisten zeer kritisch bevragen over waarom ze maken wat ze maken. Dan beklaag je je, zoals Luyendijk recent nog deed bij De Ongelooflijke Podcast over talkshows die bij de presentatie van het regeerakkoord de oppositie uitnodigen in plaats van experts die toch echt heel blij waren met de nieuwe plannen. Zie daar de rangen zich sluiten. Wie heeft er nog tegenmacht nodig als het oorlog is?

We vechten immers allemaal dezelfde existentiële strijd, aan het front, of thuis achter het raam. Althans, wij krantenlezers wel. En de rest van Nederland?

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next