Tv-recensie Een wedstrijdelement kan helpen, zelfs in een wetenschapsprogramma. Maar misschien is het sympathieker, oppert de Iraanse Tina in Sexbierum, om niet van alles een wedstrijd te maken.
Beeld uit de derde en laatste aflevering van ‘Tina in Sexbierum’.
De schaduw kroop langzaam over het veld in een voetbalstadion te Volendam. Voetbalclubs FC Groningen en Ajax streden daar donderdag in de namiddag om een laatste kans om in het volgende seizoen in een competitie buiten Nederland te mogen spelen, de UEFA Conference League. ESPN zond het uit, live.
Onder de kijkers die de FC uit Groningen goed gezind zijn, werd geleden. Negentig minuten lang. Terwijl het seizoen goed was geweest, met prettig en aanvallend voetbal, blunderden de spelers zich door deze laatste wedstrijd. Het lukte het team nauwelijks een serieuze doelpoging af te dwingen.
Wat kan voetbal op tv kijken toch veel emoties oproepen: woede, ergernis en spanning zijn er maar enkele van vele. Voor tv-makers is het weinig interessant, de registratie van sportwedstrijden: een afgebakende werkelijkheid waarbij de invloed van de makers relatief klein is. Dat het toch zo’n groot succes is – ook gisteren waren de kijkcijfers weer hoog – zit hem waarschijnlijk in het ongewisse. Noem het: wedstrijdelement. Wetenschapsjournalisten Diederik Jekel en Catalina Mosquera Rosas hebben dat element effectief gebruikt in de eerste aflevering van Op zoek naar het eeuwige leven (NTR).
Anders dan de titel en het enigszins ronkende intro aankondigen, gaat het niet om onsterfelijkheid. Tenminste, niet in de eerste aflevering. Daarin gaat het om de vraag of te voorspellen is wanneer iemand overlijdt. Het wedstrijdelement: gaat Jekel eerder dood dan Rosas?
„AI-expert Hendrik” laat Jekel vrij jong sterven, vooral vanwege zijn diabetes. Maar de fysieke test die ze ondergaan (sport!), geeft hem weer jaren terug. Rosas hoort hoeveel jaren ze heeft gewonnen met al die tripjes ’s morgens naar de sportschool.
Het werkt. Terwijl je van alles leert over ’s mens verouderingsproces, geeft enige wedstrijdspanning het programma vaart.
In het documentaire drieluik Tina in Sexbierum (VPRO) zat aanvankelijk ook wel iets van die spanning. Kunstenaar Tina Farifteh kwam in 1995 op dertienjarige leeftijd vanuit Teheran naar Nederland. Enkele jaren geleden besloot ze van Amsterdam naar Sexbierum te verhuizen, een dorp in Friesland met 1.749 inwoners. Ze heeft nooit eerder in een dorp gewoond en is nieuw tussen de Friezen. Spanning komt van de vraag: zal ze aarden? En: zullen de inwoners van het dorp haar accepteren, negeren, wegpesten of omarmen?
In de derde en laatste aflevering die donderdagavond werd uitgezonden, blijkt dat laatste. Na een voordracht van Tina op een dorpsbijeenkomst roept een inwoner met een mengeling van triomf, genegenheid, vrolijkheid en opluchting: „Je bent versexbierumd!”
„Je bent er lekker een van ons.”
Eind goed, al goed, zou je denken. Maar Tina in Sexbierum is geen simpele, rechttoe-rechtaan vertelling, laat staan een wedstrijd. Het is een fraaie overpeinzing over vragen als: wanneer ben je thuis? En hoe werkt dat eigenlijk: je thuis voelen?
Het past daarbij niet simpelweg te juichen bij een goede uitkomst. Sterker, Tina betreurt het, in haar voice-over na de jubel, dat haar inburgering een wedstrijd is gebleken. Kon het niet zonder?
Voor goede tv in ieder geval wel, blijkt uit deze laatste aflevering. Want hoewel de wedstrijdspanning is verdwenen, blijft het beeld eindeloos boeien, met een finale op de dijk als exuberant, bijna absurdistisch hoogtepunt. Tina is kennelijk zo goed ingeburgerd dat voldoende leden van de fanfare bereid bleken een rol te spelen in een fascinerend en tegelijk kolderiek spel. Of zelfs een ballet, waarin de choreografie draait om aantrekken en afstoten. Strak in het gelid staan zij die in Friese dorpen zijn geboren. Daaromheen kronkelend en slingerend: zij die er naartoe kwamen.