Home

Pubers – je ziet de frontale cortex achter hun ogen bonzen, alles aan dat lichaam bot uit

Ik herinner me van mijn middelbareschooltijd de lange fietstochten over de dijk, met mijn vriendin Martha met wie ik zo vaak en hard moest lachen dat we, gierend over onze sturen gebogen, moesten afstappen, omdat zij weer feilloos een vrouw uit het dorp imiteerde, het ‘bakske koffie’, het getob, de kordate, maar totaal absurde logica van een typetje met een leven dat zich rond supermarkt en burengerucht had gevormd. Haar stem: hoog, fel. Mijn stem: lager, maar met net zo’n overtuigend, knauwend accent. Als we thuis waren belden we ‘gerust’ (een woord van daar en toen) nog uren, tot onze ouders de stekker eruit trokken.

Martha en ik, wij bewoonden jarenlang gelukzalig ons eigen universum: zonder schaamte, zonder tegen elkaar op te bieden, zonder jongens die ons uit elkaar dreven. 

De enige momenten waarop we zwegen en harder begonnen te trappen, was als achter ons een cordon fietsers van de gereformeerde school opdoemde. De jongens voorop, met koppen die ons vertelden dat ze met liefde dwars door ons heen zouden rijden. De meiden daarachter in lange rokken, net als wij verstrengeld met elkaar, maar, met die twee nerds in het vizier, evengoed dreigend met hun streepmonden. Het tweede zwijgen deden we als we, eenmaal in de stad, langs de technische school reden, waar de jongens voor de eerste bel al drie sigaretten rookten en met schrille stemmen naar ons schreeuwden. Een paar keer spuugden ze voor onze wielen op de grond, één keer kwam een fluim in Martha’s haar terecht.

Pas jaren later verbond ik me aan de club drinkers en blowers van onze klas, reed met een scooter tegen een boom, vierde feesten in huizen op het platteland waar we een mix van Passoa, Breezers en Malibu in een emmer goten om die, gehurkt, met rietjes leeg te drinken, waarna in estafette urenlang gekotst en daarna uitgebreid getongd werd.

Martha ging daarna met andere meisjes om. Meisjes die goede cijfers haalden. We reden minder vaak samen naar school. Eén keer zei ik haar dat ik geen grapjes met ons accent meer wilde maken als er anderen bij waren.

Uiteindelijk ben ik, ondanks wekelijks knetterstoned en groupe wegzinken in K’s Choice, toch het meisje op de fiets gebleken: helemaal niet zo cool.

Groepen pubers vind ik nog steeds eng. Als ik op straat loop en een kluit tieners nader, krijg ik het benauwd. De uithalen, het gebrul, de ongecontroleerde bewegingen. Alsof je een wolk horzels benadert, een naar binnen gekeerde chaos, die zich, plots hyperalert, zomaar op jou kan richten. Ze wasemen gevaar uit, juist omdat ze in een constante staat van paniek leven. Je ziet de frontale cortex achter hun ogen bonzen, alles aan dat lichaam bot uit, de mond te ver open, de benen en armen zwiepen onwillekeurig alle kanten op en de schaamte om al dat onvrijwillige vertoon van razende hormonen gloeit op hun wangen. Als er te veel testosteron aangemaakt wordt, zijn ze riskant. Als oestrogeen prevaleert zie je ze smachten, kwijlen, zweten.

Laatst stond ik op een roltrap in de metro. Achter me stond een zwerm pubermeiden te hijgen en snuiven van de lach. Ik schoot direct in een kramp, maar hoorde toen dat eentje een imitatie deed, iets Noord-Hollands. Ik kon haar niet verstaan, maar de andere twee reageerden snel en scherp. Ze giechelden weer, heel lief eigenlijk. Ik keek vriendelijk om.

Recht in de kille ogen van vijf roofdieren. Eén begon smalend te proesten.

Opeens miste ik Martha diep.

Kind en jeugd

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next