Home

In leeg Dubai klinkt geen onvertogen woord over de leiders van de Emiraten

Verenigde Arabische Emiraten De heersers van Dubai en de andere emiraten willen graag doen voorkomen dat de oorlog in het Midden-Oosten hun land amper raakt. Maar er staan geen files meer op de snelwegen en het is rustig in de anders drukke shopping malls van Dubai. Vlaggen zijn er volop te zien.

Surfers op een strand vlakbij het bekende Burj Al Arab-hotel in Dubai.

Met plakbandjes zitten de vlaggetjes van de Verenigde Arabische Emiraten vast aan de pui van de naast elkaar gelegen kleermakersalon, de printwinkel en Archies tweedehandsboekwinkel in Al Karama. In deze volkswijk in Dubai zijn de straten smoezeliger dan elders in de stad, hangt de was in rijen op het balkon en verzamelen Zuidoost-Aziatische maaltijdbezorgers zich bij een van de kruidig geurende Indiase eethuisjes.

In dezelfde wijk vertrekt de bovengrondse metro, die passagiers in een kalm tempo voert langs architectonische hoogstandjes, winkelcentra en iconische wolkenkrabbers. Onderweg zijn de nationale vlaggen – rood, groen, wit en zwart – overal te zien. Ze hangen groots aan gebouwen, op bouwplaatsen of zijn op de muur geschilderd met de twee „heersers”, zoals de voornaamste leiders van de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) door de bevolking en media worden genoemd. De vlaggen hangen ook aan balkons van appartementen en maaltijdbezorgers rijden ermee rond op hun brommer.

„De VAE zijn de recente crisis eensgezind ingegaan en er sterker uitgekomen, verbonden door solidariteit en loyaliteit”, zei sjeik Mohammed bin Rashid al-Maktoum, vicepresident van de Emiraten en leider van het emiraat Dubai, vorige maand in een oproep om de nationale vlag overal te hangen. „Laten we hem hoog heffen als teken van onze liefde, loyaliteit en eenheid”, moedigde hij de bevolking aan. Al-Maktoum sprak 39 dagen na het begin van de Amerikaans-Israëlische oorlog tegen Iran op 28 februari. Als vergelding bestookte Iran ook de Emiraten, bondgenoot van de Verenigde Staten, met drones en raketten.

Het verzoek voor vlagvertoon past in het beeld dat de autoriteiten van Dubai proberen uit te dragen in deze oorlogstijd: alles is onder controle, wij zorgen voor veiligheid en de stad komt er sterker uit. Maar de oorlog zet het sprookje van Dubai – de veilige metropool van de toekomst die toeristen, expats en arbeidsmigranten van over de hele wereld aantrekt – onder druk. Al tonen de inwoners van de miljoenenstad zich opvallend dankbaar voor het optreden van de machthebbers en gaven ze massaal gehoor aan de vlagoproep.

Inwoners van de Emiraten hebben massaal gehoor gegeven aan een oproep om vlaggen op te hangen.

De Indiaase boekhandelaar mist niets

In Archies boekwinkel, die ook fungeert als bibliotheek, schenkt de energieke 74-jarige Bhisham Sainani thee. Sinds zijn pensioen assisteert hij zijn vrouw in haar boekwinkel. De Indiër kwam in 1979 vanuit Iran naar Dubai. „De stad was toen nog een woestijn. Er waren een paar bioscopen die we af en toe bezochten om Indiase films te kijken. Het was een rustig en mooi leven.”

Zijn vertrek uit Iran, in het jaar van de Islamitische Revolutie, was het gevolg van de machtswisseling in Teheran. De sjah trad af en het huidige Iraanse regime kwam ervoor in de plaats. Dit betekende een onzekere periode voor Sainani die als ingenieur in Iran werkte. Hij wist niet of het project waaraan hij werkte onder de nieuwe machthebbers zou worden voortgezet. Daarom koos hij voor Dubai, waar hij kans zag zich verder te ontwikkelen.

47 jaar later noemt Sainani Dubai zijn „thuisstad’. „Er is niets wat ik hier mis, waardoor ik Dubai geen thuis zou kunnen noemen. Het leiderschap zet zich volledig in voor de ontwikkeling en veiligheid van alle inwoners, ongeacht hun nationaliteit. Mijn familie is veilig, mijn kinderen zijn veilig”, zegt hij tussen de uitpuilende boekenkasten en op de grond en in kratjes opgestapelde boeken.

Lezers kunnen bij Sainani’s vrouw terecht voor Engelstalige tweedehandsboeken. Hij strooit met aanbiedingen, want hij wil iedereen de kans geven om te lezen. „Boeken zijn duur omdat ze hier niet gedrukt worden. Ik probeer iets terug te geven aan de gemeenschap via deze boekwinkel en bibliotheek. Ik heb iets gekregen”, zegt hij, doelend op wat de autoriteiten voor hem hebben betekend. „En ik probeer iets terug te doen voor de gewone man.”

In Archies boekwinkel in Dubai wil Bhisham Sainani iedereen de kans geven om te kunnen lezen.

Ondanks zijn verleden in Iran wil Sainani niet veel kwijt over dat land en de oorlog. Hij springt snel over op het prijzen van de leiders. „Op ons niveau houden we ons niet bezig met politiek, we denken er niet over na. We blijven hier vanwege het sterke en ondersteunende leiderschap van de Verenigde Arabische Emiraten en volgen hun instructies. Zij zorgen voor iedereen.”

Een beeld van veiligheid, daadkracht en controle

Deze maanden boetseren de Emiraten hun beeld van veiligheid, daadkracht en controle. Tijdens een meiweek in Dubai krijg je amper wat van de oorlog mee, ook omdat er sinds 8 april een wankel staakt-het-vuren geldt. Als er niks van valt te merken, is er niks aan de hand, is het idee. Je ziet geen militairen of tanks op straat. Gebouwen die zijn geraakt, zijn zo snel mogelijk hersteld.

De overheid heeft een noodalarmsysteem ontwikkeld voor de inwoners en bezoekers. Afhankelijk van je locatie ontvang je op je telefoon een melding als in het betreffende gebied een luchtaanval dreigt. Daarnaast kent de bevolking haar eigen alarmsignaal: „Pas als de Libanezen rennen, moet je ook rennen”, luidt de nieuwste grap in Dubai. De Libanezen, gewend aan oorlogsgeweld, weten wanneer het echt gevaarlijk is.

Ook langs het spoor zijn tientallen vlaggen te zien.

Het ministerie van Defensie meldt op sociale media de raket- en droneaanvallen die het met succes afweert. Het geeft hoog op van de eigen prestaties. Maar Dubai komt niet ongeschonden uit de strijd. Ondanks het staak-het-vuren troffen deze maand luchtaanvallen doel in de Emiraten, onder meer een kerncentrale en een olieinstallatie werden geraakt. De autoriteiten bagatelliseren de schade van Iraanse aanvallen, schreef het journalistieke onderzoekscollectief Bellingcat. Sinds het begin van de oorlog zijn in de Emiraten dertien mensen omgekomen en 230 gewonden gevallen door Iraanse luchtaanvallen. Vanwege de oorlog verlieten expats de stad.

Om de controle te behouden, voert de overheid de druk op. Vrije media zijn er sowieso niet. Begin maart waarschuwde de landelijke procureur-generaal dat de online publicatie van beelden en video’s van luchtaanvallen illegaal is. „Het publiceren van dergelijke materialen of het verspreiden van onnauwkeurige informatie kan paniek veroorzaken en een verkeerde indruk geven van de werkelijke situatie van het land.” Later die maand gaf de landelijke procureur-generaal opdracht tot de arrestatie van 35 mensen voor het delen van video’s en foto’s van Iraanse luchtaanvallen.

Daarnaast arresteerde de politie in de hoofdstad Abu Dhabi in de eerste drie oorlogsweken meer dan honderd mensen van verschillende nationaliteiten op verdenking van het filmen van Iraanse aanvallen en het delen van misleidende informatie. „Het verspreiden van geruchten is een misdaad”, berichtte de politie in Dubai begin maart op sociale media. Straffen hiervoor kunnen oplopen tot 200.000 dirham (47.000 euro) of minstens twee jaar cel.

‘Het land toont eenheid’

De Brit Luke Marston, die sinds 2019 in Dubai woont, steunt dit „behoorlijk harde optreden” van de autoriteiten tegen de onlineverspreiding van desinformatie. „Dit weerhoudt mensen ervan om nieuws sensationeel te maken , zoals: ‘Ik heb dit net gehoord, ik heb dat net gehoord.’ Dit zorgt juist voor veel meer paniek.”

Het is momenteel stiller in Dubai, stelt Marston vast tijdens een gesprek in de Dubai Mall. „Veel bedrijven staan hun werknemers niet toe om te reizen. Maar als je eenmaal in het land bent, voelt het helemaal niet eng.” Hij haalt een quote aan die hij eerder hoorde. „Veiligheid betekent niet de afwezigheid van tegenspoed of uitdagingen. Veiligheid is een mindset, omdat je het gevoel hebt dat degene die je beschermt, je ook echt beschermt.”

Een winkel met goud in het Satwa-district in Dubai.

En dat gebeurt in Dubai, zegt de 36-jarige vastgoedondernemer. Volgens hem zijn de leiders in Dubai erin geslaagd de bevolking een zo veilig mogelijk gevoel te geven. Ten eerste bleek volgens Marston de luchtafweer opgewassen tegen een spervuur aan aanvallen, die, „zover ik heb gehoord wereldwijd niet veel landen hadden kunnen doorstaan”. Ten tweede stelde de informatievoorziening hem gerust. „Via overheidskanalen vertelden ze ons hoeveel projectielen er die dag op ons waren afgevuurd, over hoeveel er vernietigd waren. Ze probeerden niets te verbergen.”

Marston is trots op de aanpak van de autoriteiten. Hij heeft thuis geen vlag hangen, maar als hij ze op straat ziet, doet hem dat goed. „Het land toont eenheid en straalt dat uit.”

„Het klinkt alsof ik haast ben gehersenspoeld, alsof ik onder invloed sta”, zegt Marston tegen het einde van het interview. Zijn vrienden vragen zich af of hij betaald krijgt, vertelt hij. Is dat zo? Nee, echt niet, antwoordt hij lachend. „Het is een oprecht gevoel over Dubai.”

Toeristen blijven weg

Achter Marston is de populaire Dubai Mall nagenoeg verlaten, waardoor de oproep tot het vrijdaggebed hol klinkt door het complex. Sjeik Mohammed bin Zayed al-Nahyan, president van de VAE, bezocht het winkelcentrum twee dagen na het begin van de oorlog om aan te tonen dat alles veilig was. Maar wat de autoriteiten ook proberen uit te stralen, het toerisme, een van de pilaren van de economie, is onderuitgegaan. Vanwege de oorlog durft niemand naar Dubai te komen.

Westerse luchtvaartmaatschappijen vliegen niet meer op Dubai. In het toestel van Emirates van Amsterdam naar Dubai overheersen de lege stoelen. Op de snelwegen door de stad zijn de files verdwenen. Bij de populaire koffiebar Bateel, die zachtzoete dadels serveert bij de koffie, heeft de gast de tafels voor het uitkiezen. In de aangrenzende straat richting het strand rijdt een step volkomen ongehinderd over de stoep. „We are the world”, schalt uit een speelgoedwinkel over een lege straat.

Een van de restaurants in de Dubai Mall is compleet verlaten, op de werknemers na.

Vorig jaar verwelkomde Dubai nog 19,6 miljoen internationale bezoekers en was daarmee een van de meest bezochte steden ter wereld. Halverwege maart, toen de oorlog twee weken aan de gang was, schatte de internationale brancheorganisatie World Travel&Tourism Council dat de reis- en toerismesector in het Midden-Oosten per dag minstens 600 miljoen dollar misliep aan uitgaven van internationale bezoekers. Om onder meer het toerisme te ondersteunen pompt de regering van het emiraat Dubai één miljard dirham (234 miljoen euro) in de economie.

Het wegblijven van toeristen ondermijnt het vertrouwen van de Brit Josh Ahmet (41) in de Emiraten niet. Ahmet arriveerde twee jaar geleden met zijn gezin in Dubai en richtte een vechtsportschool op. Naast een goudkleurige Chinese draak staat een kleine Emiraten-vlag op een goudkleurige voet op zijn tafel. Hij heeft zojuist kungfules gegeven aan volwassenen in een loods.

Achter de balie van de sportschool hangt een tweede vlag. Trots op de Emiraten overheerst, ziet hij bij de leden van de sportschool. De vlag staat op hun telefoon, anderen lakken hun nagels in de nationale kleuren. Iedereen volgde de oproep van de sjeik. „Het is heel patriottisch.”

Josh Ahmet tijdens een kungfules in zijn sportschool in Dubai.

Mensen vinden het geweldig om hier te zijn, praat Ahmet vol overtuiging verder. Het land biedt kansen. Het is makkelijk om een verblijfsvergunning te krijgen, een bedrijf te beginnen en succesvol te zijn. Hij roemt de gezondheidszorg, de politie en de luchtafweer. „De autoriteiten geven je veel, dus je wilt laten zien dat je achter hen staat en dat je er dankbaar voor bent.”

Dit gaat bij Ahmet nog een stap verder. „Als ik in het leger van de Emiraten moet dienen, doe ik dat.”

Midden-Oosten

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next