Home

Mijn rekenkracht, mijn regels. Waarom ik een eigen sociaal medium wil opzetten

Sociale media Ooit maakten sociale media het leven van NRC-redacteur Marloes de Koning leuker en makkelijker, maar die tijd is voorbij. Nu heeft ze behoefte aan een alternatief. Dus gaat ze proberen een server op te zetten, een plek waar software kan draaien voor een eigen socialemediaplatform.

Als beginnend correspondent op de Balkan liet ik me nog wel eens naar persconferenties lokken waarvan ik de uitnodigingen nu waarschijnlijk niet eens meer zou openen. Zo was er een Nederlands bedrijf dat een aanbesteding had gewonnen om verkeerscamera’s in Servië te gaan leveren. Ik ging braaf luisteren en tikte gretig mee op mijn Blackberry.

Terug in mijn thuiskantoor, een zalig appartement met visgraatparket en hoge plafonds in de binnenstad van Belgrado, tikte ik een jolig blogje voor het weblog Bureau Belgrado waar mijn toenmalige vriend en ik ons vanaf 2005 op uitleefden. Waarschijnlijk bedacht hij de kop voor het fictieve nieuwsbericht over de verkeerscamera’s, waar we zelf nogal om moesten lachen: ‘Mladic geflitst op de E70’. (De E70 is een snelweg dwars door Servië en Ratko Mladic was een voortvluchtige verdachte van oorlogsmisdaden).

Op dat blog kon ik van alles kwijt dat buiten de strakke opzet van krantenkolommen viel. Allerlei observaties die geen spijkerhard nieuws waren – maar wel wetenswaardig voor een niche publiek dat net als ik geïnteresseerd was in de Balkan.

De handvol reacties deed er zeker toe, maar ik heb geen idee hoeveel mensen de stukjes lazen. Waarschijnlijk waren het aantallen waar een tiktokkende basisschoolscholier tegenwoordig niet voor uit bed komt. De term ‘viraal’ gaan leerde ik later pas (is me nooit gelukt trouwens). De jaren daarna kwam het gele opgestoken duimpje op. Ik kan me nog herinneren hoe ik aan het geven van hartjes moest wennen. De eerste keer dat een collega dat deed, voelde grensoverschrijdend.

Facebook was in mijn begintijd als correspondent geweldig. Als ik verhalen ging maken in Albanië, Roemenië of Hongarije hielp het me contacten te leggen. Vaak met jonge mensen. Niet de politici en ‘duiders’ die al tienduizend keer aan buitenstaanders uitleg hadden gegeven over hun land. De protesten die via Facebook werden georganiseerd, waren in de regel tien keer interessanter dan de obligate vakbondsdemonstraties. Via sociale media werden handleidingen verspreid voor het organiseren van vreedzame revoluties. In Facebookgroepen deelden journalisten contacten en veiligheidsadviezen voor het werken in oorlogsgebieden. Sociale media leken de democratie te versterken.

Ik werd correspondent in 2005 en ik was geen online voorloper. Wel was ik een gretige volger die heel gevoelig was voor al het positieve wat het wereldwijde web en sociale media brachten. Gemakkelijk contact onderhouden over grote afstanden, voorbij landsgrenzen en culturele barrières. Kennis delen en zelf beslissen wat je publiceert.

Activisten inspireerden elkaar. Protesten kwamen sneller tot stand en werden slimmer georganiseerd dankzij de prille socials, waar jonge burgers een stuk vaardiger mee waren dan grijze autocraten. Minderheden kregen meer stem en zelfvertrouwen. Eenzame tieners kregen aanspraak. Als je er middenin zit heb je dat niet zo door, maar het was een optimistische tijd.

Pure macht

Inmiddels belichamen de grote socialemediabedrijven en hun bazen pure macht. Ze kunnen verkiezingen beïnvloeden, bevolkingsgroepen tegen elkaar opzetten en zelfmoordgedachten versterken. En dat gebeurt ook allemaal.

Het waren innovatieve studenten die in 2004 The Facebook opzetten. Jonge ondernemers daagden op internet machthebbers uit. Maar nu is er niks aanstormends meer aan Mark Zuckerberg, de baas van de beursgenoteerde gigant Meta (het moederbedrijf van Instagram en Facebook).

Ook niet aan mij trouwens. Ik schrijf nu, zo’n twintig jaar later, voor NRC over technologie en dus ook over sociale media en de bedrijven daarachter. Die verhalen gaan over geopolitiek en algoritmes. Over censuur en verslaafde kinderen. In de ene podcast hoor ik over de oneindige mogelijkheden die de AI-revolutie biedt, in de andere over een elfjarig kind dat overging tot zelfverminking nadat op Instagram ‘snijvideo’s’ werden aanbevolen. Dat kind is nu volwassen en klaagt Meta aan. Het is er één in een lange lijst rechtszaken.

Wat dit meisje zag, is het gevolg van ontwerpkeuzes die zijn gemaakt door techbedrijven. Tijdlijnen zijn al jaren geen chronologisch overzicht meer van wat je bekenden posten. In plaats daarvan krijg je aanbevelingen die erop zijn gericht je zoveel mogelijk tijd te laten doorbrengen op het online platform. Kliks en likes zorgen voor een vliegwieleffect. Alles wat interactie bevordert krijgt van het algoritme een nog grotere slinger. Gezelliger wordt het daar niet van. Democratischer ook niet, want op nuance en middenweg wordt weinig geklikt. Op boosheid des te meer.

De lol en de luchtigheid zijn ervan af, laat staan de hoop dat sociale media de democratie versterken. Nu associeer ik socials eerder met de vraag hoe ik mijn eigen verslaving thuis verberg, omdat ik mijn kinderen niet het verkeerde voorbeeld wil geven. Het is geen speeltuin meer maar een verdienmodel. Meta en Google zijn de grootste handelaren in online advertentieruimte ter wereld. NRC en andere media worstelen om overeind te blijven in de online aandachteconomie.

Socials zijn nog steeds een integraal onderdeel van mijn leven en mijn werk. Wie mee wil praten en een profiel wil opbouwen kan niet om sociale media heen. Het voelt bij gelegenheid alsof ik een deel van de dag voor LinkedIn van Microsoft werk. Dat vind ik niet vervelend, want ik ben een sociaal dier dat graag contact heeft met mensen die mijn stukken lezen en waardevolle commentaren geven. En dan maar hopen dat het algoritme waardeert wat ik daar doe. Krijgt mijn post meer tractie als de link in de comments staat of in de post zelf? Aan dat soort vragen zijn dan ook weer eindeloze LinkedIn-posts gewijd.

Vervolgens check ik dwangmatig hoeveel reacties er komen. Soms op het toilet, zodat mijn kinderen niet zien hoe hun moeder een dopaminekick van hartjes en duimpjes zoekt.

Schermtijd

Het debat over sociale media is zwaar geworden, om niet te zeggen existentieel. Ik hoor zeggen dat je ‘oorlog meefinanciert als je op X blijft’, omdat je bijdraagt aan het imperium van Elon Musk en dus zijn belangen en defensiecontracten dient. Het is haast not done geworden om van domme online geintjes te genieten.

Er worden grote kanonnen in stelling gebracht. In tal van landen, van Australië tot Noorwegen, is besloten tot leeftijdsgrenzen voor sociale media. Daardoor ontstaat een nieuwe online industrie rondom leeftijdsverificatie. Alles om onze kinderen af te schermen van die giftige omgeving, waaraan we zelf verslaafd zijn. De pendule zwaait naar de andere kant. Ik voel daardoor een recalcitrante neiging om op kinderpartijtjes luchtig te doen over schermtijd. Het lijkt me bevrijdend om socials weer gewoon leuk te mogen vinden.

NRC-collega Guus Valk is van dezelfde generatie als ik. Als ik hem ernaar vraag, klinkt hij een beetje nostalgisch over de tijd dat hij fanatiek op X, toen nog Twitter, postte. Er zijn jaren geweest waarin hij niet onder de tien tweets per dag kwam. Hij heeft zijn X-account nog, maar hij post nog maar zelden. De reacties heeft hij gemutet, zodat hij ze niet meer te zien krijgt, want ze werden hatelijk in plaats van grappig of inhoudelijk waardevol.

Door de herinneringen aan de goede tijd en doordat hij er zelf aan heeft bijgedragen, voelt het platform ook een beetje van hem. Hij is als een bewoner van een stadswijk die het om zich heen ziet verloederen en die de strijd wil aanbinden met de grote boze huisjesmelker, genaamd Elon Musk. Die een megafoon heeft gegeven aan racisten. „Het is een principekwestie”, zegt Guus. „Ik ga niet weg. Ik laat me niet verjagen naar een Vinex-wijk. Ik blijf gewoon en ik zorg dat ík mijn vuilnis op tijd buiten zet.”

Zeven jaar geleden besloot een andere collega, Wouter van Noort, om radicaal te kiezen voor één online platform. Dat werd LinkedIn, want dat was „minder een gifbak” dan een aantal alternatieven. En daar heeft hij (met inmiddels 140.000 volgers) geen spijt van. Het is een netwerk dat hem als journalist veel waardevolle suggesties, ideeën en relevante contacten oplevert.

„Op X kun je als anoniem trolletje bullshit de wereld insturen”, zegt hij. „Op LinkedIn hebben mensen een reputatie hoog te houden, want de klant of baas kijkt mee.” De keerzijde is dat het er soms wat braaf en saai is. „Iedereen vindt alles altijd inspiring.” En de laatste tijd zijn de door AI geschreven LinkedIn-posts „een plaag”.

Bovendien wordt er gecensureerd. Posts over onwelgevallige onderwerpen worden „algoritmisch afgeknepen” waardoor ze minder opvallen en dus minder gelezen worden. Een paar weken geleden werd voor het eerst een post van Van Noort helemaal verwijderd. Die ging over een Trump-Hitlervergelijking nadat Trump had gedreigd het Iraanse volk van de aardbodem te vegen. „Ik maak me geen illusies. Ik heb me afhankelijk gemaakt van één Amerikaans platform.”

Nieuwe sociale media

De laatste tijd denk ik: de rechtszaken, het felle debat en de strakkere regulering zouden ook tekenen kunnen zijn van een online tijdperk dat op zijn einde loopt. En van behoefte aan iets anders. Wel gericht op sociaal contact en debat, maar zonder dat de gespreksleiding ligt bij een ceo die met de beurskoersen in zijn achterhoofd het algoritme laat afstellen. ‘Vandaag een scheutje meer radicaal-rechts in het Verenigd Koninkrijk.’

Als je erop gaat letten, zie je dat er veel mensen zijn die zeggen dat sociale media anders kunnen. Democratischer en minder gecentraliseerd. Er zijn de afgelopen jaren podcasts vol gepraat en blogs en boeken geschreven over de mogelijke volgende fase van het wereldwijde web. Ze hebben titels als Reclaiming the Internet en How to Fix the Internet. Daarin vallen termen als de ‘fediverse’ (gefedereerd, decentraal en divers) en ‘web 3′ (als opvolger van het vrije eerste en het gecentraliseerde tweede internet). Ik hoorde de slogan ‘be your own algorithm‘. Klinkt goed, zelfs als je niet direct begrijpt wat het betekent.

Aan universiteiten loopt onderzoek naar de mogelijkheden om sociale media anders te organiseren, zonder centrale autoriteit met winstoogmerk. Ngo’s hebben zich er hoopvol op gestort en pogen online gemeenschappen te creëren die niet gedreven worden door datahandel.

Er is kortom al veel. Maar groot en succesvol is het allemaal (nog) niet. Dat komt niet door technisch falen. Het beste bewijs daarvoor wordt wellicht geleverd door Donald Trump. Toen hij tijdelijk van Twitter werd verbannen gebruikte hij de techniek voor alternatieve sociale media om Truth Social te beginnen. Daarmee communiceert hij sindsdien ongefilterd met de rest van de wereld. Dat doet het dus.

Wat zegt het als we massaal kritisch zijn op de grote Amerikaanse bedrijven, maar alternatieven – zoals bijvoorbeeld Mastodon en Bluesky – niet echt bloeien? Wat er gebeurt op en met alternatieve sociale media is zowel een technisch als een groot democratisch experiment.

Termen als ‘fediverse’ voeden mijn hoop op een soort virtuele tussenruimte. Wel online, verbonden en met allerlei mensen in discussie, maar zonder dat zeurende stemmetje in mijn hoofd over privacy, verslaving en censuur. Een online schoolplein waar mijn kinderen later misschien ook op mogen. Als ik ze dan nog losgeweekt krijg van Snapchat, Roblox en Brawlstars.

Maar ik vind ze ook vaag, abstract en gemakkelijk te negeren als journalist. En dat blijven ze zolang ik me er niet actief toe verhoud en die wereld verken.

Dat ga ik doen door te proberen voor NRC een eigen server op te zetten binnen het universum van alternatieve sociale media. Een plek waar software draait voor een socialemediaplatform. Want dat heb ik de afgelopen tijd al wel geleerd over de grote socialemediabedrijven: macht draait ook om rekenkracht. Om chips, datacentra en energie.

Dat is ook wat de grote Amerikaanse (Meta, Google, X) en Chinese (Bytedance van TikTok) socialemediabedrijven doen. Zij leveren de datacentra en de software waarmee wij online met elkaar praten. Als je daar (gratis) gebruik van maakt stem je in met hun voorwaarden.

Het aanmaken van een account op Bluesky en Mastodon en daar een beetje rondneuzen is te vrijblijvend voor het journalistieke onderzoek dat ik wil doen. Pas als ik zelf keuzes moet maken, over moderatie, algoritmen en techniek, krijg ik een inkijkje in de hoofden van die machtige ceo’s. Dat zijn dan eigenlijk mijn directe collega’s.

Om uit te vinden of het tijdperk van decentraal georganiseerde sociale media is aangebroken – en wat die woorden eigenlijk betekenen – wil ik er een aandeel in nemen. Dat zal me helpen daar verslag van te doen. Op nrc.nl natuurlijk, maar ook op alternatieve socials en in onze tech-nieuwsbrief Broncode.

Het bekt in ieder geval lekker: mijn rekenkracht, mijn regels.

Barvrouw of uitsmijter

In de New York Times-podcast Hard Fork hoorde ik een zinnige observatie: sociale media werden de afgelopen jaren minder sociaal en meer media. Het draait op de ‘traditionele socials’ steeds meer om (blijven) kijken naar een door een algoritme gecreëerde feed, in plaats van een chronologisch overzicht van wat je kennissen en familie delen. Tegelijk werden traditionele media (zoals NRC) socialer. Er kwamen meer mogelijkheden om te reageren op verhalen, om redacteuren te leren kennen.

We werden tegelijk beduchter. Er zijn slechte ervaringen met het moeten modereren van reacties onder artikelen op onze eigen website, om het een beetje beschaafd te houden. Nu staat die mogelijkheid meestal uit. Maar als het op LinkedIn kan zonder scheldpartijen, waarom dan op een NRC-server niet? Ik ben echt niet de enige journalist met behoefte aan contact. En uit de reacties op artikelen op sociale media leid ik af dat die behoefte er bij lezers ook is. Er moet een middenweg bestaan.

Mijn voornemen dwingt me tot nadenken, nog voor ik een serieuze stap heb gezet. Het gaat in de wereld van decentrale alternatieve sociale media alle kanten op. Je hebt op Mastodon neo-nazi-servers. En een overdaad aan brave tweets met foto’s van vogels en vlinders op Bluesky. Dat je met elkaar kúnt praten wil niet zeggen dat je ook een goed gesprek hebt.

Draait de fediverse echt om uitwisseling? Of is het een onoverzichtelijk universum vol planeetjes bevolkt door gelijkgestemde mensen die een lange neus trekken naar de buren, waar ze niets mee te maken willen hebben? Maakt het daarbij uit met welk technisch protocol ik gebruikers van de NRC-server met elkaar laat communiceren? Die keuze zal ik snel moeten maken. En hoe zou die plek in die alternatieve sociale wereld er dan uit zien, dat NRC-planeetje in dat grote virtuele universum? Ik zie een soort Weens koffiehuis voor me. Zo’n plek waar mensen rustig hun krantjes lazen en het nieuws becommentarieerden. Maar dat klinkt wel erg negentiende-eeuws voor een online ruimte zonder sigarenrook en mét leuke vrouwen.

Over de huisregels boven de bar hoef ik gelukkig niet lang na te denken. Die ontleen ik aan de NRC-code, onze houvast voor feitelijke verslaggeving en debat. Mijn eigen rol vind ik een lastige. Word ik een soort ober, die af en toe een lekker onderwerpje aanreikt op een dienblad? Een ceo die het niet kan nalaten te sturen op interactie en die stiekem blij is met een stuk ‘rood vlees’ waar mensen op happen, omdat het eenzaam is op mijn in naam zo sociale server?

Hopelijk krijgen mensen het onderling vanzelf gezellig en is het vooral mijn taak om als een uitsmijter Russische trollen weg te boksen. Dat is vast meer werk dan ik me nu voorstel. Het zal mij benieuwen hoelang het duurt voor ik snak naar een algoritme dat het voor me regelt. Brengt dit project de Elon Musk in me naar boven?

Ik vind het spannend. Maar ook leuk. Ik respecteer de mensen die blijven en hun vuilnis keurig buiten zetten. Maar ik word blijer van de gedachte dat we een leuk nieuw wijkje zouden kunnen bouwen, met een beter stratenplan.

En wie weet is de tijd echt rijp voor mensen zoals ik. Geen trendsetters, maar wel bereid te bewegen als de technische drempels laag genoeg zijn. Verslaafden die zich lang zijn blijven vastklampen aan wat ze kennen, maar zich uiteindelijk stapje voor stapje losweken.

Wil je reageren? m.dekoning@nrc.nl, @marloezovic@mastodon.nl of @marloesdekoning.eurosky.social

Sociale media

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next