Flotilla Een dag na publicatie van het filmpje waarop ze door een Israëlische minister vernederd werden, heeft het land de 422 ontvoerde Flotilla-activisten donderdag op het vliegtuig gezet. NRC sprak twee van hen. „Ik denk steeds: dit is nog niks vergeleken bij de manier waarop ze Palestijnen behandelen.”
De Italiaanse parlementariër Dario Carotenuto omhelst een familielid bij aankomst op het vliegveld bij Rome, nadat de Israëlische autoriteiten hem en de 421 andere opvarenden hebben vrijgelaten.
De 422 opvarenden van de Global Sumud Flotilla probeerden met een konvooi met hulpgoederen de Israëlische blokkade van Gaza te doorbreken, maar Israël haalde de actievoerders in internationale wateren van boord. Na ruim drie dagen werden de 422 het land uitgezet. NRC sprak twee opvarenden: : de Nederlandse student Jesse van Schaik en de Italiaanse politicus Dario Carotenuto. Zij vertelden over hun „traumatiserende” ervaringen tijdens de dagen in hechtenis.
Drieënhalve dag nadat de Israëliërs haar hadden meegenomen, hield Jesse van Schaik (21) donderdagavond weer de hand van haar geliefde vast. Terwijl Israël de ontvoerde activisten naar Turkije stuurde, reisde ook haar vriend die kant op. Op Istanbul Airport sloten ze elkaar weer in de armen.
Een dag eerder had de wereld kunnen zien hoe de Palestina-activisten in Israëlische hechtenis behandeld werden. Minister Itamar Ben-Gvir (Nationale Veiligheid) deelde een filmpje waarin hij triomfantelijk rondliep tussen de gebonden, knielende mensen. De beelden wekten wereldwijd verontwaardiging. Verschillende landen ontboden de Israëlische ambassadeur in hun land.
Met geschiedenisstudent Van Schaik gaat het „relatief goed”, zegt ze telefonisch vanaf het Turkse vliegveld, al waren de gebeurtenissen wel „traumatiserend”. Ze vertelt wat haar sinds maandagmiddag 12.45 uur overkomen is.
Acht Israëlische militairen enterden de boot waarop ze voer als onderdeel van de Global Sumud Flotilla, een vloot met hulpgoederen voor Gaza. Ze werd onder schot gehouden en meegenomen naar een ander schip.
„Ik moest op mijn knieën zitten en kreeg tiewraps om mijn polsen. We werden met tweehonderd man in vier kleine containers gezet, waar zo weinig ruimte was dat we staand moesten slapen. Ook hielden ze de vloer expres nat.” Uiteindelijk hebben haar handen zestien uur op haar rug gebonden gezeten, zegt Van Schaik. „Ook omdat ik ‘Free, free Palestine’ riep, dat vonden ze niet leuk.”
Na twee dagen werden de activisten naar Israël overgebracht. Bij Van Schaik staan de afdrukken van de tiewraps nog in haar polsen, maar enkele medeactivisten kwamen er slechter van af. „Sommigen hadden gebroken ribben. Een vriend van me mist twee tanden en heeft een misvormd gezicht. En ik sliep in een cel met een meisje dat haar pols had gebroken.” Van Schaik werd met 24 andere vrouwen in een cel gezet waar drie bedden stonden. „We sliepen op de grond.”
Van Schaik wist van tevoren niet precies wat ze van de Israëliërs kon verwachten. „Ik denk steeds: dit is nog niks vergeleken bij de manier waarop ze Palestijnen behandelen. Op de muur van mijn cel stonden teksten in het Arabisch. Mijn celgenoot die Arabisch sprak vertaalde een van die teksten: ‘Als de wereld wist wat zich tussen deze muren afspeelt, dan zouden ze niet alleen tranen huilen, maar ook bloed.’”
Mocht Israël als doel hebben om de activisten af te schrikken, dan zal dat in Van Schaiks geval niet werken: „Ik blijf teruggaan totdat de Israëlische blokkade van Gaza doorbroken is. Dat kan ik niet laten gebeuren.”
Dario Carotenuto (48) zit namens de Vijfsterrenbeweging in de Italiaanse Tweede Kamer en zat op de laatste boot van de Flotilla toen die door het Israëlische leger in beslag werd genomen. Vanuit zijn woning in Napels vertelt hij in een Facebook-gesprek hoe hij en de andere deelnemers aan de Flotilla daarna fysiek werden mishandeld, vernederd en angst werd aangejaagd.
„Eerst werden we naar een militair schip overgebracht, en daar begon meteen de mishandeling. We moesten knielen, werden geblinddoekt en met onze polsen aan buizen vastgemaakt. Zo werden we met hoge snelheid overgebracht naar een gevangenisschip.” Carotenuto en de anderen kregen allemaal een nummer. Zijn persoonlijke bezittingen moest hij meteen inleveren. „Ik zei in het Engels dat ik een Italiaans parlementslid ben en had een diplomatiek paspoort op zak, maar ook dat pakten ze af. Ze gingen hardhandig met me om, trokken mijn jas van mijn lijf, een halsketting van mijn nek, enzovoort.”
Op de brug van het gevangenisschip moest hij een container binnengaan, waar hij door drie forse mannen werd geschopt en geslagen. „Ik kreeg ook een vuist in het gezicht en kon even niet meer zien. Maar ik kon tenminste nog die container uit wandelen, want met anderen liep het veel minder goed af.”
De activisten, die ook artsen en verpleegkundigen in hun groep hadden, onderzochten wie medische zorg nodig had. „De dokters spraken over dertig gewonden met mogelijke breuken en vijf mensen met hoofdletsels. Elf activisten getuigden dat ze in hun intieme delen waren aangeraakt.” Zelf sprak het Italiaanse parlementslid heel wat mensen die met een taser waren bewerkt. „Enkele activisten waren vooraf nat gemaakt.”
’s Nachts bracht hij door in een grote container zonder deur, samen met tientallen anderen, opeengestapeld. „Het was koud, maar we kregen geen dekens. Af en toe kregen we water en een homp oneetbaar brood. Het was een gevangenisschip met verschillende bruggen, waarop gewapende bewakers stonden. Dan riepen ze ons allemaal uit de container. Soldaten schoten met geluidsgranaten en richtten hun machinegeweer op ons.
Uiteindelijk riepen ze mijn nummer af, en later ook dat van Alessandro Mantovani [journalist bij de Italiaanse krant Il Fatto Quotidiano]. We stonden voor de soldaten met de handen omhoog, terwijl ik mijn oren probeerde te bedekken voor het lawaai van de geluidsgranaten.” Vervolgens moesten de twee Italianen zich omdraaien. „We stonden met de rug naar de soldaten, en voor ons zaten de activisten die naar ons staarden. Op zo’n moment denk je: wie weet schieten ze ons wel in de rug. Het waren de langste seconden van mijn leven.”
Wat hij toen niet wist: dat was de eerste stap naar hun vrijlating. Carotenuto en Mantovani behoorden bij de eersten die donderdag naar hun vaderland terugkeerden, Italië.