Home

De stadsduif verdient beter, dacht schrijver Irwan Droog nadat hij er eentje redde

Duiven Stadsduiven worden uitgemaakt voor ziekteverspreiders, omvergereden door het verkeer en met nestje en al van balkons gegooid. In zijn boek Duif komt Irwan Droog voor ze op: het zijn geen ‘vliegende ratten’, maar waardige stadgenoten.

Irwan Droog, schrijver van het boek ‘Duif’, tussen de duiven op de Dam in Amsterdam.

Gehaast komt Irwan Droog over de Amsterdamse Dam naar een terras naast het Paleis gelopen. Hij was echt op tijd voor het interview, zegt hij terwijl hij zijn stoel naar achter schuift, maar hij zag een duif in nood. Een teentje was afgekneld door een draad. En dat gaat voor.

Nooit zag Droog duiven staan. Ze waren een onzichtbaar deel van het stadsdecor. Tot zijn ontmoeting met die ene duif. Het begint voor iedereen altijd met één duif, zegt Droog. Voor hem was het een Turkse tortel die hij uit de klauwen van een ekster redde en een paar uur thuis opving tot de dierenambulance kwam. Braaf wachtte de vogel in een kartonnen doos in zijn hal. „Opeens zag ik een glimp van een persoonlijkheid.”

Irwan Droog (1984) werkt als redacteur, vertaler en vormgever. Eerder schreef hij Het huis aan het einde (2022), over zijn verblijf op een afgelegen Noors eiland en Wally en wij (2024), over de reis van een walrus langs de Europese kust.

Een jaar later schreef Droog Duif. Over een alomtegenwoordige maar ondergewaardeerde stadgenoot, dat 21 mei is verschenen. Stadsduiven zijn slim, sociaal en zachtaardig, ontdekte hij. Ze herkennen zichzelf in de spiegel, hebben een fantastisch geheugen, zijn liefdevolle partners en betrokken ouders. Hij stuitte op onbaatzuchtige duivenhelpers die het leven van de duif wat prettiger maken door ze gezond voer te geven of hun pootjes proberen te redden. Een groep die steeds groter wordt door de opkomst van belangenorganisaties, duivenfans op sociale media en populaire workshops over hoe je duiven kan redden van stringfoot of draadvoet.

Dat laatste is „het grootste probleem van de stadsduif”, zegt Droog. Duiven hupsen niet rond zoals andere vogels, maar schuifelen over straat. Alle haren, draden of fijn zwerfafval wikkelen zich om die slenterende pootjes. En dan vinden ze het ook nog eens leuk om in rondjes te lopen terwijl ze al koerend flirten met een andere duif, waardoor de draden zich steeds strakker om hun pootjes wikkelen. Het gevolg: afgestorven tenen, infecties en manke poten.

Ook Droog volbracht een workshop destringen. Uit zijn katoenen draagtas van boekhandel De Duif tovert hij een theedoek („om het hoofd te bedekken, dan blijven ze stilliggen”) en een etui met een nagelriemschaartje, een pincet, handgel en wondspray. Het stukje draad waarvan een duif zojuist is bevrijd ligt er ook tussen. „Dat gooi ik natuurlijk niet terug op straat.”

Door je boek voelde ik me op mijn plek gezet. Ik gun een duif zelden een tweede blik. 

„Ook voor mij was het helemaal nieuw, terwijl ik mezelf echt zie als een dierenmens. Ik zet me in tegen de bio-industrie, ga naar demonstraties, ben al zes jaar veganist en al twintig jaar vegetariër. Maar duiven stonden gewoon niet op mijn radar. Ik zág ze niet. Ook vogelspotters of wetenschappers zijn nauwelijks in ze geïnteresseerd. En omdat de stadsduif geen inheemse diersoort is, zijn ze niet goed beschermd door wetgeving en Europese richtlijnen. Ze worden gezien als plaagdier, als ongedierte dat we moeten ‘bestrijden’. Ze hebben een enorm imagoprobleem.”

Maar dat is niet altijd zo geweest. In het boek schrijf je dat mensen zelf de stadsduif hebben gecreëerd. Hoe kwam de duif in ons leven? 

„In de gebieden waar we zijn begonnen met landbouw woonden rotsduiven. Toen die de zaden en pitten op onze akkers ontdekten, begonnen de duiven heen en weer te vliegen tussen hun slaapplek in de rotsen naar de velden waar mensen hun gewassen plantten.

„Het was win-win: mensen gebruikten duiven voor hun vlees, hun poep als mest en door dat pendelen verfijnde de rotsduif zijn navigatiegevoel waardoor mensen ze gingen inzetten als communicatiemiddel. We bouwden torens voor ze, boden ze onderdak en voedsel. Toen mensen de wereld over gingen trekken, namen ze de duif overal mee naartoe. Het begin van een sterke band: waar mensen zijn, zijn duiven. Totdat er betere alternatieven kwamen, zoals de telegraaf, postbezorging, sneller vervoer, de radio. Mensen begonnen ook massaal kip te eten, want die zijn makkelijker vet te mesten en vliegen minder snel weg. We hielden op voor ze te zorgen. Maar dat betekent niet dat de duiven dachten: nou, dan gaan wij ook maar weer terug naar de rotsen. Nee, wij hebben de stadsduif zelf gecreëerd. Het is geen wilde vogel, maar een verwilderde nakomeling van de gedomesticeerde rotsduif. Honden hebben we ook gedomesticeerd en daar zorgen we nog voor. Maar de duiven hebben we laten vallen.”

Stadsduif in Amsterdam.

Wat is het grootste misverstand over duiven? 

„Dat het vliegende ratten zijn die ziektes verspreiden. Dat is niet waar: de duif is geen opvallende ziekteverspreider of -verwekker. In zijn boek Pigeons schreef journalist Andrew Blechman dat de kans dat je ziek wordt van een duif net zo groot is als de kans dat je ziek wordt van het verschonen van de kattenbak.”

Duiven hebben honger, schrijf je, maar in veel gemeenten is het verboden om duiven te voeren. Wat vind je daarvan?

„Een voederverbod is goed uit te leggen, anders kunnen mensen ongestraft tassen vol slecht voer dumpen. Brood bevat trouwens ook helemaal niet de voedingsstoffen die vogels nodig hebben. Het zou veel beter zijn als de gemeente gestructureerd zou voeren op vaste plekken, het liefst rond een duiventil [beheerde duivenhokken].”

Een duiventil, gaan we daarmee de stadsduif niet te veel verwennen? 

„De kosten van een duiventil zijn veel lager dan verdelging. Bovendien kun je bij een duiventil hun gezondheid in de gaten houden, ziektes snel behandelen en de populatie reguleren door met anticonceptie te werken of door echte eieren om te wisselen met nep-eieren. En doordat ze een broedplek hebben gaan ze geen nestjes meer op balkons bouwen.”

Nu bellen mensen ongediertebestrijders, hangen duivennetten op en gooien nestjes van het balkon.

„Zodra wij een probleem hebben met dieren hebben we niet de neiging het probleem op te lossen, maar de dieren te doden. Met duiven doden wordt flink geld verdiend door ongediertebestrijders, terwijl het niet werkt – dat is de wetenschappelijke consensus. Maar voor de gemeente biedt verdelging een weerwoord tegen klachten. Dan kunnen ze zeggen: kijk, we hebben weer tweeduizend duiven uit de stad gehaald. Maar zes maanden later zitten ze er weer.”

Maar ja, niet iedereen zit te wachten op een nestje op zijn balkon.

„Op Instagram wordt vaak lacherig gedaan over duivennestjes: foto’s van een duif met twee takjes en een eitje die lijkt te denken: nou, ik ben klaar. Dat stamt natuurlijk uit hun tijd als oer-rotsduif: ze zijn gewend dat de kliffen en rotsen al voldoende bescherming bieden. Die karige nestjes maken ze hoe dan ook goed qua ouderschap. Ouders zorgen samen voor hun kuiken, werken in shifts, voeren het met eiwitrijke kropmelk en verzorgen het zo goed mogelijk tot het zelfstandig kan uitvliegen.

„Er is wettelijk bepaald dat je duivennesten niet mag verplaatsen of kapot mag maken. Maar in de praktijk gebeurt dat natuurlijk wel. Ik heb verhalen gehoord van mensen die nestjes met jonge duiven en al van hun balkon van achthoog gooien. Wil je ze echt kwijt, meld ze dan liever bij een vogelopvang of een organisatie als SOS Duif. In het ideale geval zie je het als een nieuwe ervaring: als ze op je balkon gaan wonen, dan kan je je ook uitverkoren voelen. Gun de duif zijn plek, rust en een veilige omgeving. Geef ze namen, observeer ze, leer hun gedrag kennen. Er valt zoveel te leren van de dieren om ons heen. Dat hoeft niet in een dierentuin.”

Stadsduif op de Dam in Amsterdam.

Wie moet voor de duif zorgen? De gemeente of de stadsbewoners? 

„Uiteindelijk allebei. Aash Sital, die bekendstaat als het duivenvrouwtje van Rotterdam, was na mijn gesprek met haar ook wel verslagen. Ze vroeg zich af: welk verschil maak ik eigenlijk als er geen bredere omslag is in beeldvorming en beleid? Ze heeft duizenden duiven geholpen, maar kan elke dag weer opnieuw beginnen. In Dordrecht moeten Sital en andere vrijwilligers na elke stoffenmarkt alle duiven destringen en de draadjes opruimen, omdat de gemeente weigert een speciale stofzuiger aan te schaffen om die draadjes op te zuigen.”

Gaat het ergens goed?

„Ja, in Gouda is een gemeentelijke duiventil in het centrum, die wordt gerund door vrijwilligers. In Arnhem en Groningen willen ze geen duiven meer doden. En door de opkomst van organisaties zoals Stichting Stadsduivenhulp en SOS Duif en alle aandacht op sociale media is er steeds meer oog voor de stadsduif. Dat was tien jaar geleden ondenkbaar.

„Misschien is er gewoon tijd nodig om een nieuw beeld van de duif te laten ontstaan en volgt goed beleid daarna. Het helpt vooral als iedereen naar de duiven in zijn eigen straat kijkt. Stadsduiven zijn honkvast. Ze wonen op één plek, in een straal van 400 meter. Het zijn echt je buurtgenoten. En tsja, je zal het samen moeten doen.”

Zelf zorg je ook voor je eigen ‘flock’, die je controleert als je naar de supermarkt gaat of de hond uitlaat. Wat heb je daarvan geleerd?

„Dat ze allemaal andere persoonlijkheden hebben. De een is brutaal, de ander nieuwsgierig, aanhankelijk, of voorzichtig. Ik kan niet meer over straat zonder naar de duiven en hun pootjes te kijken.”

Heb je ze al namen gegeven? 

Hij lacht. „Nee, maar ik heb wel een favoriet, die is zalmroze en ‘voetbevederd’: met allemaal veertjes om het hele pootje. Ik noem het moonboots. Heel chic.”

Duif in nood?

De toegenomen aandacht voor duiven zorgt er ook voor dat mensen soms overmoedig worden en zelf teentjes gaan amputeren of destringen zonder het te hebben geleerd. „Doe dat nooit”, waarschuwt Droog. Heb je een duif in nood gevonden en weet je niet wat je ermee aan moet? Raadpleeg stadsduivenhulp.nl of sosduif.nl 

Duivensoorten Hoe onderscheid je een stadsduif van een Turkse tortel?

Bron: Vogelbescherming Nederland

Natuur en milieu

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next