Jevhen Hlibovytsky | analist en politicoloog De EU stelt hoge eisen aan de toetreding van Oekraïne. Maar stelt die wel genoeg eisen aan zichzelf? Volgens Jevhen Hlibovytsky is Oekraïne op dit moment vooral bezig met overleven, en is het de vraag of de EU wel genoeg in huis heeft om daarbij te helpen. „Tot ik boots on the ground zie, beschouw ik niemand als bondgenoot.”
Yevhen Hlibovytsky, op het Onafhankelijkheidsplein in Kyiv.
Op de puinhopen van vier jaar oorlog is een nieuw Oekraïne herrezen. Zelfverzekerder, zelfstandiger, zelfredzamer. Een land met agency. Voor de gerenommeerde Oekraïense publieksintellectueel Jevhen Hlibovytsky (50) is dat geen nieuws. „Dit Oekraïne werd geboren in 2014, maar niemand heeft het opgemerkt”, zegt Hlibovytsky, zittend aan een tafeltje in een café in Kyiv.
„Ik ben een saai iemand om mee te praten, want ik herhaal altijd hetzelfde verhaal”, zegt hij. Grijze streken door zijn wilde baard en vriendelijke bruine ogen. „Het enige dat is veranderd is dat ik in 2015 vaker werd uitgelachen.” Nu zien juist steeds meer mensen de waarachtigheid in zijn woorden.
Oekraïne zal volgens hem zijn veiligheid nooit meer aan een ander toevertrouwen – zoals in 1994 toen het afstand deed van zijn kernwapens in ruil voor veiligheidsgaranties van de VS en Rusland. Als Oekraïne voor de keuze komt te staan tussen een overeenkomst of herbewapening, zal iedere verstandige Oekraïense politicus voor het laatste kiezen, zegt hij. „De enigen die onvoorwaardelijk de vrijheid van Oekraïne beschermen, zijn de strijdkrachten.”
Hlibovytsky is politicoloog, oud-journalist en partner bij het Frontier Institute, een onderzoeksbureau dat zich buigt over veiligheidsvraagstukken en democratisering voor Oekraïne. Hij schakelt moeiteloos van Oekraïens naar academisch Engels en is gewend zijn verhaal in beide talen te houden.
„De Oekraïense oorlog gaat niet over Oekraïne”, is zijn punt. De oorlog staat volgens Hlibovitsky in het centrum van een internationaal proces waarin oude begrippen worden geherdefinieerd. „Dat gaat over het vermogen van democratieën zichzelf opnieuw uit te vinden. Over autocratie, die een comeback probeert te maken. Het gaat over de transitie van een unipolaire wereld naar een multipolaire wereld. Het is ook een lakmoesproef voor westers kolonialisme: kan Europa zelfkritisch zijn, of zet het die koloniale traditie voort?”
Het slagen (of niet) voor deze „lakmoesproef” zou zijn af te meten aan het vermogen van westerse bondgenoten om Oekraïne te accepteren als daadwerkelijk zelfstandig handelend land. In de Amerikaanse druk bij het onderhandelen over een eind aan de oorlog, de ‘mineralendeal’ en de voorgestelde verdeling van de bezette kerncentrale van Zaporizja (waar de VS aan willen gaan verdienen) ziet Hlibovytsky een bewijs van een tegenovergestelde agenda bij de Amerikanen.
Oekraïne heeft de EU veel te bieden, stelt de analist. „Dit gaat niet om de graanschuur die bij de club wil. Wij zijn mensen met ervaring met het totalitarisme, die een westers onderwijssysteem hebben doorlopen, waardoor we goed bepaalde problemen herkennen en met oplossingen kunnen komen. Maar we worden nog niet serieus genomen. Terwijl: naast graan heeft Oekraïne ook ideeën, het is innovatief. Dat zie je in de drone-oorlog. Oekraïne draagt al op een zeer unieke en, ik moet zeggen, pijnlijke manier bij aan Europa.”
Dat Oekraïne dekolonisatie-retoriek gebruikt, ligt gevoelig bij landen uit het mondiale Zuiden. „Die landen noemden Oekraïne hypocriet: als het zo antikoloniaal is als het claimt te zijn, waarom wil het dan onderdeel worden van de unie met de ergste voormalige koloniale grootmachten op aarde?” Het Oekraïense antwoord, volgens Hlibovitsky, is dat Kyiv op zijn eigen voorwaarden wil toetreden. „Oekraïne wil het aangezicht van de EU in de wereld verbeteren.” De landen van het mondiale Zuiden waren niet overtuigd. „Hun antwoord: yeah right”.
Een vrouw fotografeert een woongebouw in Kyiv op 14 mei werd getroffen door bij een Russische luchtaanval.
Dit veranderde volgens Hlibovytsky na de confrontatie tussen Donald Trump en Volodymyr Zelensky in het Oval Office, vlak na de inauguratie van de Amerikaanse president in 2025. Sindsdien lukt het Oekraïense diplomaten beter samen te werken met landen in het mondiale Zuiden, hoort Hlibovytsky. Oekraïne werd daarna meer gezien als één van hen, een land dat onderschat en gekleineerd wordt door de Verenigde Staten. Een land dat met één voet boven de afgrond bungelt en moet knokken om gehoord te worden.
Een ander deel van het onbegrip heeft ermee te maken dat Rusland in westerse antikolonialisme-kringen niet gezien wordt als kolonisator – hoewel Moskou vele inheemse volkeren onderwierp en onteigende. „Ik merk dat er veel onwetendheid is over het imperialisme”, zegt Hlibovytsky, „en dan met name over Rusland, China en India. De zee-imperia zijn verdwenen, maar de landimperia niet. Die hebben dezelfde missie: veroveren, onderwerpen, grondstoffen onttrekken en mensen uitbuiten, maar dan bij hun naaste buren.”
De Europese Unie heeft geen ervaring met het laten toetreden van landen ‘op hun eigen voorwaarden’. Het eist juist veel van ieder land dat erbij wil: rechtstaat, mensenrechten, democratie, voedselveiligheid, actie op het gebied van klimaat. Landen als Montenegro en Kosovo zitten tot hun frustratie al bijna twee decennia in het voorportaal. Hoe ziet Hlibovytsky dit dan voor zich? „Het toetredingsproces is natuurlijk asymmetrisch, maar alsnog moeten allebei de kanten overeenstemming bereiken. Oekraïne treedt toe tot de EU maar de EU treedt ook toe tot Oekraïne. De vraag is: wat gaat de EU aan zichzelf veranderen om beter verenigbaar te zijn met Oekraïne?”
Volgens opiniepeilingen heeft nu nog maar 40 procent van de Oekraïners het gevoel dat ze écht op Europa kunnen rekenen. „We waren zo verliefd!”, zegt Hlibovytsky. „Nu wordt de relatie steeds meer transactioneel.” Vreemd is dat niet, de EU is ook een op handel en economie gericht blok dat gelooft in samenwerking ter voorkoming van oorlogen. „Maar geloven ze nog in de Europese humanistische waarden?”, vraagt Hlibovytsky. „Oekraïne weet hoe het eruitziet als die wegvallen. Wij komen uit vier generaties hel en totalitaire trauma’s. Vanaf hier is het dertig minuten rijden naar Boetsja [waar na de Russische bezetting bleek dat tientallen vrouwen verkracht waren en honderden inwoners gedood] waar iedereen kan zien hoe het verlies van deze waarden eruitziet.”
Bussen met vrijgelaten Oekraïense krijgsgevangenen reden na een gevangenenruil met Rusland op 24 april de regio Tsjernihiv binnen.
Op 15 mei kwam opnieuw een groep vrijgelaten Oekraïense krijgsgevangenen aan in de regio Tsjernihiv.
„Hoe kunnen wij aan Nederlandse, Duitse, Franse samenlevingen duidelijk maken dat wat zij hebben niet vanzelfsprekend is, maar je er hard voor moet blijven werken? Er is een diepe overtuiging in Oekraïners dat er iets mis is met ons. Dat we moeten veranderen. Dat is een heel ongemakkelijk gevoel. Dit besef voedt onze vooruitgang. Deze voedingsbodem is niet aanwezig in West-Europese landen.”
„Sorry”, zegt Hlibovytsky opeens, en hij staat op. „Let op”, klinkt een vrouwenstem door de speakers van het café dat tot nu toe elektropop draaide. Het is 9.00 uur. De minuut stilte voor de doden in de Russische oorlog. Het verkeer stokt, voetgangers houden halt en iedereen in het café staart in stilte voor zich. Alleen de airconditioning bromt. Oekraïne herdenkt dagelijks de minstens 55.000 militaire doden en minstens 15.000 burgerdoden. Met het geluid van een klok tikken de seconden weg. De uitroep Slava Ukraini (Glorie aan Oekraïne) beëindigt de minuut. Twee gasten kuchen hun ingehouden hoest weg.
Hlibovytsky vervolgt: „In Oekraïne zien wij de staat niet als een instelling die er enkel op gericht is de samenleving te dienen, zoals Europeanen. Oekraïne worstelt ermee dit uit te leggen aan westerlingen die zich afvragen: waarom zou ik sterven voor mijn administratieve diensten? Wij weten: de staatsdiensten zijn een ecosysteem waar álles in de samenleving mee verbonden is.”
Inmiddels debatteert Europa over versnelde toetreding van Oekraïne. Deze maand bleek opnieuw dat het lastig gaat worden de lidstaten hiertoe te bewegen. „Lukt dit niet, dan zou dit betekenen dat ze zich totaal niet bewust zijn van de veranderde situatie”, vervolgt Hlibovytsky. „Dan zou Oekraïne toetreden tot de verkeerde Unie om de verkeerde redenen.”
De ‘verkeerde Unie’ is er volgens Hlibovytsky één die zichzelf niet kan verdedigen, die blijft hopen op de VS en zich verschuilt achter de NAVO. „De verkeerde reden is als we toetreden tot een welvaartsunie – niet een geopolitieke unie. Oekraïne heeft geen welvaartsunie nodig. Uiteindelijk natuurlijk wel, maar nu gaat het om overleven. Als je rijkdom hebt zonder bescherming, word je gewoon een rijker doelwit.”
Als toetreding tot de EU uitblijft, ligt volgens Hlibovytsky een variant op het ‘Israël-model’ voor de hand. En dan met name: een volledig op defensie ingerichte samenleving. „Oekraïners zien de problemen die Israël heeft met democratie niet. Ze begrijpen de geschiedenis niet en herkennen ook niet de beslissingen die zijn genomen sinds de jaren zestig die het land nu kwellen. Wat zij zien is een land dat ongelooflijk zelfredzaam is en ongelooflijk innovatief in zichzelf verdedigen. Zij zien: het doet er niet toe als de hele wereld tegen je is, als je maar volhoudt blijf je bestaan.”
En dan ligt recalcitrantie of zelfs radicalisering en verval van democratie op de loer. „Hoe gaan we voorkomen dat Oekraïne dezelfde weg opgaat als Hongarije ging? Hoe zorgen we dat Hongarije de weg vervolgt die het is ingeslagen?” Ook Hlibovytsky denkt: „Tot het moment dat ik boots on the ground zie, ga ik er vanuit dat we wel vrienden en partners hebben, maar geen van hen een bondgenoot is. Dat zaait kiemen van rancune. En uiteindelijk, ze weten het zelf nog niet, zullen er politici zijn die op deze golf gaan meeliften.”
Rouwende Oekraïners, op 30 april in Kyiv, bij de uitvaart van Viktoria ‘Kvitka’ Bobrova, die sneuvelde aan het front in het oosten van Oekraïne.