Jihadisme De Nigeriaanse autoriteiten krijgen geen grip op het escalerende geweld van een steeds diffusere groep strijdende partijen. Inmiddels vechten ook de Amerikanen mee.
Nigeriaanse militairen van de Multinational Joint Task Force tijdens een training op de militaire basis in Monguno, in de noordoostelijke deelstaat Borno.
Het was, met de gebruikelijke stroom aan hyperbolen, de Amerikaanse president Donald Trump die het nieuws op zijn medium TruthSocial deelde: in een gezamenlijke operatie met het Nigeriaanse leger slaagden Amerikaanse strijdkrachten er vorig weekend in om in het noorden van Nigeria een kopstuk van Islamitische Staat (IS) te doden. Of in Trumps woorden: „De meest actieve terrorist in de wereld.”
Het is niet met zekerheid te zeggen dat deze Abu Bilal al-Minuki, zoals Trump claimt, de „nummer twee” van IS was, zeggen analisten die al langer terreurgroepen in dit deel van Afrika volgen. Maar zijn dood is voor IS wel degelijk een gevoelige klap: de Nigeriaan al-Minuki was zonder twijfel een sleutelfiguur in de expansie van IS in West-Afrika en de Sahel.
Al-Minuki werd, na een vuurgevecht waaraan Amerikaanse commando’s deelnamen, gedood door een luchtaanval. De aanval vond plaats in het Tsjaadmeer Bassin, een uitgestrekt gebied met moerassen en eilanden waaraan onder meer Nigeria’s noordelijke staat Borno grenst. Dit is het epicentrum van één van de machtigste facties van Islamitische Staat: IS Provincie West-Afrika (ISWAP), ontstaan uit een afsplitsing van terreurgroep Boko Haram.
Het bleef niet bij al-Minuki. De VS en Nigeria zeggen de afgelopen dagen 175 IS-strijders te hebben gedood met gezamenlijke luchtaanvallen in het noordoosten. Ook zouden wapenvoorraden, controleposten en andere logistieke knooppunten van IS zijn vernietigd.
Het is een zeldzaam succes voor de Nigeriaanse regering dat zich tot nu toe machteloos heeft getoond ten aanzien van het geweld dat met de dag verder escaleert. Had het leger de handen al vol aan separatisten in het zuiden en sinds 2009 aan de jihadisten in het noordoosten, het afgelopen decennium kwam daar elders in het land gewapend geweld uit diverse bronnen bij. Van rivaliserende terreurfacties. Van zogenoemde bandieten. En alles loopt in elkaar over.
In 2014 was het nog wereldnieuws toen Bokom Haram-strijders 276 meisjes ontvoerden van een school in Chibok, Borno, inmiddels komen massa-ontvoeringen in Nigeria zo veel voor, dat ze nauwelijks nog aandacht krijgen.
Iedere week zijn er aanslagen. Ook afgelopen zaterdag toen president Bola Tinubu het Nigeriaanse en Amerikaanse leger feliciteerde met de ,,heavy blow” die zij IS toedienden. Vrijwel gelijktijdig vielen islamisten in de nabijgelegen staat Yobe een militaire school aan. Zeventien politieagenten, die daar in opleiding waren om te leren omgaan met de dreiging van terreurgroepen, kwamen om.
De veelheid en fluïditeit van de gewapende groepen die in Nigeria actief zijn – sommige zijn aan IS gelieerd, sommige aan Al-Qaida, andere staan op zichzelf – maakt het voor de Nigeriaanse autoriteiten lastig succesvol op te treden, zegt onderzoeker James Barnett. Daar komen alle interne problemen van het leger en de politie bij, zoals het gebrek aan middelen, de corruptie en de overmatige centralisering. „Ze zijn simpelweg niet opgewassen tegen deze taak.”
De Amerikaan Barnett doet sinds 2020 onderzoek naar ‘banditisme’ en terreurgroepen in Nigeria’s noordoosten- en westen. Begin dit jaar publiceerde hij samen met een lokale collega een rapport over de expansie van terreurgroeperingen in en náár Nigeria. Waaronder het aan Al-Qaida gelieerde Jama’at Nusrat al-Islam wal-Muslimin (JNIM), volgens analisten het machtigste jihadistenbolwerk in West Afrika.
De wortels van JNIM liggen in Mali, waar het recent een grootschalige reeks aanslagen pleegde. Inmiddels heeft de groep zijn eerste aanvallen in Nigeria geclaimd. „Veel van wat zij daar nu doen, is nog verkennend”, zegt Barnett. Volgens de onderzoeker probeert de groep daarbij vooral zijn grote rivaal in de Sahel af te troeven: IS-Sahel Provincie, dat ook naar Nigeria oprukt.
Die laatste werkt daarbij steeds meer samen met ISWAP, de meer gevestigde IS-tak in Nigeria, zegt Barnett, die spreekt van een „zorgwekkende trend”. Zo zouden IS-Sahel-strijders voor een grote aanval op de luchthaven in Niamey, de hoofdstad van Niger, in januari door hun Nigeriaanse collega’s zijn getraind in het gebruik van gewapende drones. Ook elders zouden ze inlichtingen delen en logistiek coördineren. De nu gedode Abu Bilal al-Minuki was leidend in die steeds innigere samenwerking.
Maar het geweld in Nigeria komt ook van criminele groepen, die van kidnapping hun hoofdactiviteit hebben gemaakt. In centrale delen van Nigeria zijn er gemeenschappen die elkaar bevechten. Boeren en nomadische Fulani-herders die strijden over land, waarbij religie en etniciteit de verhoudingen soms verder vergiftigen.
President Trump en diens minister van Defensie Pete Hegseth geven weinig om die complexe lokale dynamieken. De regering-Trump beweert op basis van dubieuze en eenzijdige bronnen dat in Nigeria – waar de bevolking vrijwel evenredig is verdeeld tussen christenen en moslims – christenen worden „afgeslacht”.
De Nigeriaanse regering wringt zich al maanden in bochten om dat verhaal te ontkrachten. Ja, christenen zijn het slachtoffer van ontvoeringen en moordpartijen. Maar moslims net zo zozeer, blijkt ook uit cijfers van ACLED, een non-profitorganisatie die conflictdata bijhoudt. De terreurgroepen zijn vooral actief in het overwegend islamitische noorden van Nigeria.
Het Witte Huis, aangespoord door enkele Republikeinse senatoren en evangelisten, houdt vast aan zijn lezing. Dat leidde afgelopen najaar tot een, deels digitale, confrontatie. Via TruthSocial dreigde Trump met „guns-a-blazing” in te grijpen in Nigeria om „onze GELIEFDE christenen” te beschermen tegen „terroristisch tuig”.
Op Kerstavond voerden de Amerikanen voor het eerst luchtaanvallen uit in de noordwestelijke staat Sokoto. Met „goedkeuring” van de Nigerianen, die zich na Amerikaanse dreigementen – onder meer om hulp aan Nigeria stop te zetten – gedwongen zagen te laten zien dat ze de crisis in hun land serieus nemen. In februari stuurde de VS troepen naar Nigeria.
Er werd gezegd dat de Amerikaanse soldaten een adviserende rol zouden spelen, maar de aanvallen de afgelopen dagen laten zien dat het daar niet bij blijft. Dat zij er met hulp van Nigeriaanse inlichtingen in slaagden een kopstuk als al-Minuki te doden, is daarbij welkome pr. Sinds 2023 staat de Nigeriaan als IS-kopstuk op de terreurlijst van de Amerikanen.
Kenners houden wel nog een slag om de arm: in 2024 claimde het Nigeriaanse leger al eens de terrorist te hebben gedood. Nu stelt zij dat het om een commandant met dezelfde nom de guerre ging.
Ook in het waarschijnlijke geval dat de ‘echte’ al-Minuki nu dood is, is het de vraag wat de impact op de slagkracht van IS zal zijn, zegt Vincent Foucher, als onderzoeker gespecialiseerd in terreurgroepen in het Tsjaadmeer Bassin. „Er is in de Sahel en vooral in Mali veelvuldig geprobeerd groepen te verzwakken door het uitschakelen van leiders en kopstukken. De effecten zijn weinig spectaculair.”
Dat geldt zeker voor IS en zijn filialen, stelt Foucher. „Dit zijn vrij machtige groeperingen die niet per se afhankelijk zijn van één leider.” Na de val van het kalifaat in Syrië en Irak in 2019 werkt de terreurgroep in Afrika aan een heropleving. Alleen al in de eerste helft van vorig jaar vonden ruim twee derde van hun aanvallen plaats op het continent, aldus cijfers van ACLED. Waaronder in Nigeria.
Het Nigeriaanse leger had daar tot nu toe geen antwoord op, zegt Foucher: ze verdedigen vooral, maar terrein terugwinnen lukt niet. „Het kan zijn dat de komst van de Amerikanen daar een impuls aan geeft.” De regering-Trump heeft daarbij alleen oog voor IS en niet voor de wirwar aan meer lokale, gewapende groepen. Uit eigenbelang: een herrezen IS is ook een bedreiging voor de VS. Zo refereerde Trump specifiek aan potentiële aanslagen op Amerikaanse doelen.
In plaats van het „beschermen van christenen” in Nigeria, zoals de Amerikaanse president en zijn minister Hegseth beloofden, gebeurt vooralsnog het tegenovergestelde: sinds de Kerstavond-luchtaanvallen zijn christenen bij uitstek het doelwit van lokale IS-takken. „Ze waren al doelwit”, benadrukt Foucher. „Maar de laatste maanden zijn de aanvallen op hen zo toegenomen, dat het moeilijk is dat los te zien van de Amerikaanse acties.”