Blokkade Met een bezoek van de CIA-directeur en een mogelijke aanklacht tegen oud-president Castro voeren de VS de druk op Cuba verder op. Hoewel Cubanen snakken naar verandering, zitten ze niet te wachten op een Amerikaanse militaire interventie, zegt Cuba-specialist Luisa Steur.
Bij het licht van hun telefoons spelen mensen in Havana domino op straat in de Cubaanse hoofdstad Havana.
Begint de Amerikaanse wurggreep op Cuba het eiland nu echt te verstikken? „We hebben absoluut geen benzine, absoluut geen diesel”, zei de Cubaanse minister van Energie en Mijnen Vicente de la O Levy vorige week op Cubaanse staatstelevisie. In Havana viel de stroom die dag 22 uur uit.
Op verschillende plekken in het land sloegen bewoners uit protest op potten en pannen. „Doe de lichten aan!”, riepen ze. Grote stapels afval, die door de brandstofschaarste van vuilnisophaalwagens al wekenlang ophopen, werden in brand gestoken.
Een dag later, op donderdag, bezocht CIA-directeur John Ratcliffe Havana. Volgens persbureau Reuters laat Washington daarmee zien bereid te zijn tot gesprekken met Cuba – maar alleen als de regering fundamentele hervormingen doorvoert.
Ratcliffe’s verrassingsbezoek, dat ook door de Cubaanse autoriteiten werd bevestigd, is opmerkelijk: het is pas de tweede keer sinds de Cubaanse revolutie van 1959 dat een CIA-directeur Cuba bezocht. De vorige keer was in 2015, toen John Brennan in het geheim naar Havana reisde tijdens de toenadering tussen Cuba en de VS onder president Barack Obama.
Het bezoek onderstreept dat Washington de druk op Cuba opvoert. De Verenigde Staten hopen economische hervormingen en meer politieke openheid af te dwingen. In Havana leeft de vrees dat de Amerikanen uit zijn op regimewisseling.
Nachtelijke verlichting in Cuba op 15 mei 2025 (boven) en 7 mei dit jaar (onder).
Sinds januari kampt Cuba met een vrijwel volledige blokkade van olie-importen, opgelegd door de VS. Amerikaanse sancties zijn er al decennia maar die werden omzeild door leveringen van brandstof uit Venezuela, dat in ruil Cubaanse artsen en andere professionals ontving. Ook Mexico leverde incidenteel brandstof.
Maar nadat de VS begin januari de Venezolaanse president Nicolás Maduro ontvoerden, legden de Amerikanen beslag op de Venezolaanse olie-industrie. De olietoevoer stokte sindsdien volledig – op één Russische olietanker na die eind maart aanmeerde in de Cubaanse haven van Matanzas en door de Amerikanen werd toegelaten vanwege „humanitaire redenen”, met 730.000 vaten olie aan boord.
Die voorraden raken nu uitgeput. In grote delen van Cuba is nog maar enkele uren per dag elektriciteit beschikbaar en is er ook geregeld geen stromend water. Het dagelijks leven gaat wel door, merkt Luisa Steur op, universitair hoofddocent antropologie aan de Universiteit van Amsterdam en Cuba-specialist. „Wel besteden mensen steeds meer tijd aan het regelen van basisbehoeften”, zegt ze. „Koelkasten werken niet meer betrouwbaar en water opslaan is cruciaal geworden.”
Delen van de particuliere economie, die tijdens de toenadering tussen Obama en Cuba opbloeide, blijven functioneren. Steur spreekt geregeld met een bezorger van een sneakerwinkel. „Hij heeft zijn benzinescooter vervangen door een elektrische variant en werkt nog steeds door,” zegt ze. „Mensen kopen blijkbaar nog altijd schoenen.” Ook zorgen de vele dagelijkse vluchten tussen Cuba en met name Miami voor de toevoer van goederen.
Brandend afval in Havana.
Wat volgens Steur wel verandert, is de sociale samenhang. De economische crisis vergroot de ongelijkheid en zet het traditionele controlesysteem van de Comités ter Verdediging van de Revolutie onder druk. Deze buurtorganisaties speelden decennialang een belangrijke rol in het opleggen van sociale controle en het handhaven van politieke loyaliteit. Er is meer ruimte voor kritiek, ziet ze, „zolang die komt van individuen en niet vanuit gemobiliseerd verzet tegen de revolutie of het socialisme”.
Ook de publieke gezondheidszorg lijdt onder de verslechterende omstandigheden. Ziekenhuizen, die lange tijd bekendstonden om hun kwaliteit, worstelen met medicijntekorten en stroomstoringen. Het ophopende afval draagt bij aan de verspreiding van door muggen overgedragen ziekten zoals dengue, chikungunya en het minder bekende oropouchevirus.
De spanningen tussen Washington en Havana lopen ondertussen verder op – net zoals het dagelijkse aantal uren stroomuitval. Naar verwachting maken de VS deze woensdag bekend een formele aanklacht in te dienen tegen voormalig president Raúl Castro, broer van Fidel Castro en nog altijd een invloedrijk figuur binnen de Cubaanse machtsstructuur. Castro, die volgende maand 95 wordt, zou in 1996 de opdracht hebben gegeven voor het neerhalen van twee kleine vliegtuigen van een ngo, waarbij drie Amerikaanse staatsburgers en een Cubaanse Amerikaan om het leven kwamen.
De mogelijke aanklacht tegen Raúl Castro wordt gezien als een verdere verscherping van de druk op de Cubaanse leiding – en een voorbode van eventueel Amerikaans militair ingrijpen. President Trump liet zich eerder ontvallen dat hij met Cuba ‘kan doen wat hij wil’. De stap doet denken aan de strafrechtelijke aanklacht tegen de Venezolaanse leider Maduro, die begin dit jaar voorafging aan zijn ontvoering.
Mensen staan in de rij om brood te kopen in Havana.
De Amerikaanse nieuwssite Axios meldde zondag op basis van inlichtingenbronnen dat Cuba de afgelopen jaren zeker driehonderd aanvalsdrones uit Rusland en Iran zou hebben verkregen. Volgens de site vrezen Amerikaanse veiligheidsdiensten dat Havana daarmee druk wil uitoefenen op Amerikaanse militaire doelen in de regio, zoals de basis Guantanamo op Cuba.
In reactie op de berichtgeving, maar zonder die te bevestigen, schreef de Cubaanse minister van Buitenlandse Zaken Bruno Rodriguez op X dat Cuba het recht heeft zichzelf te verdedigen, „net zoals alle landen ter wereld”. President Miguel Díaz-Canel schreef op hetzelfde sociale mediakanaal dat „Cuba geen bedreiging vormt” en „geen agressieve plannen of intenties heeft”, maar dat iedere Amerikaanse militaire actie tegen zijn land tot een „bloedbad” zal leiden.
Ondanks de groeiende onvrede verwacht Steur niet dat Cubanen een eventuele Amerikaanse inval massaal zullen verwelkomen. „Mensen beoordelen de regering vooral op de vraag of zij nog in basisvoorzieningen kan voorzien. Ze hopen op verandering, en het maakt ze niet uit hoe die er komt”, zegt ze. „Als het maar niet door militaire actie komt.”
De Cubaanse revolutie is onderdeel van het dna van het land. Steur: „Op Cuba is het anti-imperialistische sentiment vaak nóg sterker dan het socialistische.”