Bezuinigingen Honderdduizenden chronisch zieken dreigen hard geraakt te worden door een stapeling van bezuinigingsplannen van het kabinet-Jetten, op zorg én sociale zekerheid. Simone Stroet is een van hen. „Als je ziet hoe weinig ik overhoud, 31 euro per maand, hoeveel extra kun je dan nog van me vragen?”
Simone Stroet is een van de honderdduizenden chronisch zieken die hard geraakt dreigen te worden door een ‘stapeling’ van bezuinigingsplannen van het kabinet-Jetten.
Simone Stroet heeft al eens een ziekenhuisafspraak moeten afzeggen: ze had geen geld voor het vervoer. Ze heeft ook weleens een paar tientjes voor brandstof moeten lenen om in het ziekenhuis te kunnen komen. Al is bij familie of vrienden aankloppen, zegt ze, „echt mijn laatste strohalm”. „Ik los het liever zelf op.” Bijvoorbeeld door te vragen of de afspraak ook digitaal of telefonisch kan.
Vanuit het Friese dorp Bakhuizen rijdt Stroet (39) zo’n twee keer per week naar het ziekenhuis in Leeuwarden, ruim vijftig minuten verderop. Ze komt daar voor een hele lijst aan problemen, waaronder een darmziekte, een vorm van reuma en een hoofdzenuwaandoening. Meestal lukt het wel om daar te komen, maar bij het tanken gooit ze haar dieselbusje, waar haar rolstoel in past, nooit meer helemaal vol nu de brandstofprijzen zo hoog zijn. „Ik doe er vijftien, hooguit vijfentwintig liter in.”
Haar inkomen is niet eens zo laag. Ze heeft een WIA-uitkering voor volledig arbeidsongeschikten. En omdat ze voorheen een goede baan had, bedraagt die 2.400 euro per maand netto. Ze heeft daarom nét geen recht op huur- en zorgtoeslag. Maar door haar chronische ziektes heeft zij wel tal van extra kosten: een ruime zorgverzekering, speciale voeding, medicijnen die niet of slechts deels vergoed worden en allerlei hulpmiddelen zoals een rollator en steunzolen.
Gemiddeld houdt Stroet, na al haar uitgaven, nu zo’n 30 euro per maand over. En dan moeten de bezuinigingsplannen van het kabinet-Jetten nog komen.
Het kabinet wil op den duur 10 miljard euro per jaar besparen, vooral door mensen op allerlei manieren meer te laten betalen voor hun eigen zorgkosten. Op Sociale Zaken wil het kabinet zo’n 6 miljard bezuinigen door uitkeringen te versoberen, onder meer voor arbeidsongeschikten.
Zeker honderdduizenden chronisch zieken dreigen extra hard getroffen te worden, omdat zij geraakt worden door een ‘stapeling’ van bezuinigingsplannen op zorg én sociale zekerheid. De Patiëntenfederatie Nederland krijgt hier veel bezorgde reacties over, zegt waarnemend directeur-bestuurder Linda Daniels. „Mensen verwachten te moeten bezuinigen op hun kleding, eten en sociale activiteiten. En ze denken dat ze meer zorg gaan mijden of uitstellen.”
Stroet wordt geraakt door minstens vijf bezuinigingsplannen: vier op de zorg, waardoor haar kosten omhoog gaan. En een bezuiniging op haar WIA-uitkering, waardoor haar inkomen daalt. „Ik zou echt niet weten hoe ik dat moet opvangen.”
Politici snappen niet hoe het is om elke dag bezig te zijn met overleven, denkt Stroet. „Je rent een onzichtbare marathon. Vroeger was ik een workaholic, als assistent van de directeur en leidinggevende van het secretariaat. Nu ben ik elke dag thuis, maar werk ik harder dan toen.”
Ze kan nauwelijks vast voedsel eten en neemt vooral drinkvoeding. Kleine slokjes, de hele dag door. Zodra haar lichaam die probeert te verteren, krijgt ze pijn. „Als messen en stompen in mijn maag.” Ze moet vaak overgeven. En dan zijn er nog al die bezoeken aan het ziekenhuis, die door haar chronische vermoeidheid een aanslag op haar lichaam zijn.
Daar komt de dagelijkse financiële puzzel bovenop. Zeker bij tegenvallers. Na de laatste APK-keuring van haar busje, een half jaar geleden, volgde een gepeperde rekening voor allerlei reparaties: ruim 1.000 euro. „Dat had ik echt niet.” Een familielid kon voorschieten en Stroet lost die schuld nu maandelijks af.
Het kabinet heeft beloofd voor de zomervakantie uit te zoeken hoeveel mensen er precies geraakt worden door zo’n stapeling van bezuinigingen, en hoe hoog hun nadeel kan oplopen. Bij chronisch zieken is de onzekerheid groot. „Ik ben niet zo snel bang”, zegt Stroet, „maar nu voel ik boosheid, frustratie en ja, ook wel angst.”
Daarom wil ze wel een interview geven, ook al kost dat haar veel energie. „Ik wil vechten voor mijn lotgenoten.” De dagen voor en na dit gesprek heeft ze vrijgehouden, vertelt ze thuis, aan haar ronde eettafel. „Dat is gewoon nodig om bij te komen.”
Allereerst zou Stroet geraakt worden door de verhoging van het eigen risico, dat het kabinet vanaf volgend jaar met 75 euro wil verhogen naar 460 euro per jaar. Ook behoort Stroet tot de ongeveer negenhonderdduizend mensen die via de belastingaangifte allerlei zorgkosten van hun belastbaar inkomen mogen aftrekken die niet vergoed worden door de zorgverzekeraar. In haar geval enkele honderden euro’s per jaar. Ook deze ‘aftrek specifieke zorgkosten’ wil het kabinet afschaffen.
En dan zijn er nog de twee versoberingen van de Wet maatschappelijke opvang (Wmo), waarmee gemeenten mensen ondersteunen die hulp nodig hebben om thuis te kunnen blijven wonen. Via de Wmo heeft Stroet een scootmobiel en krijgt ze huishoudelijke hulp.
Maar die huishoudelijke hulp wil het kabinet uit de Wmo halen. En de maandelijkse bijdrage voor de Wmo zou voor Stroet omhoog gaan, van de huidige 21,80 euro per maand naar rond de 180 euro per maand. Die bijdrage is nu een vast bedrag voor iedereen, maar moet inkomensafhankelijk worden. „Ik snap best dat het kabinet ergens geld vandaan moeten halen”, zegt Stroet. „Maar als je ziet hoe weinig ik met mijn middeninkomen onder de streep overhoud, 31,84 euro per maand, hoeveel extra’s kun je dan nog van me vragen?”
De huishoudelijke hulp is onmisbaar, zegt Stroet. „Als die er niet meer is, ben ik bang dat ik het zelf ga doen en over mijn grenzen ga. Vorig jaar bukte ik te veel en moest ik naar de Spoedeisende Hulp met een darmbeknelling. Een schoon huis is toch niet zo gek om te wensen, als je daar de hele dag zit?”
Als alle kabinetsplannen doorgaan, lijkt het onvermijdelijk dat Stroet haar maandelijkse uitgaven moet verminderen.
En ja, zegt Stroet, er zijn uitgaven waar ze op zou kunnen besparen, maar die veel voor haar betekenen. Haar driewekelijkse bezoek aan de wimperstylist bijvoorbeeld – 45 euro per bezoek. Voordat ze dat deed, zag ze er meer ‘ziek’ uit, zegt ze. „Mensen vroegen vaak: wat is er met jou aan de hand? Maar door mijn wimpers voel ik mij nog een beetje vrouw, en wakker. Moet ik daar dan op besparen?”
Stroet betaalt ook de hoofdprijs aan diesel, omdat ze zo’n twee keer per week naar het ziekenhuis moet.
Wat niet helpt, is dat voor chronisch zieken zo onduidelijk is wat de bezuinigingsplannen precies inhouden. De meeste plannen zijn nog niet uitgewerkt, bovendien zijn de regels rond zorg en sociale zekerheid zo ingewikkeld dat die zich moeilijk laten vertalen naar je persoonlijke situatie.
Zo maakte Stroet zich ook zorgen over het kabinetsplan om het maximale bedrag van allerlei uitkeringen met 20 procent te verlagen. Ruim 160.000 mensen, vooral werklozen en arbeidsongeschikten met een relatief hoge uitkering, dreigen er hierdoor tot 926 euro per maand (bruto) op achteruit te gaan. Stroet: „Ik zou niet weten hoe ik dan nog moet rondkomen.”
Maar als we haar documenten van uitkeringsinstantie UWV erbij pakken, blijkt Stroets maandelijkse uitkering laag genoeg om buiten schot te blijven. „Dat zou mooi zijn”, zegt ze zodra we dat ontdekken. Het laat wel zien hoe een bezuinigingsplan onzekerheid kan veroorzaken bij een veel bredere groep dan de direct getroffenen.
Een andere bezuiniging op de WIA raakt haar wel. Nu krijgt Stroet via haar WIA-uitkering een jaarlijks nettobedrag van zo’n 220 euro als tegemoetkoming voor haar hogere zorgkosten. Maar het kabinet wil deze tegemoetkoming schrappen, juist nu de zorgkosten verder stijgen.
Nu al kan Simone Stroet moeilijk rondkomen: haar WIA-uitkering is niet laag, maar haar kosten zijn hoog.
Daar wil het kabinet wel een nieuwe tegemoetkoming voor chronisch zieken tegenover zetten, maar het is nog onduidelijk hoe die eruit komt te zien en of die ook terecht gaat komen bij middeninkomens als Stroet. Het kabinet wil dat plan in de zomer uitwerken.
Voor Stroet voelt het lastig om in dit gesprek „een slachtofferrol” te hebben. Ze probeert juist dagelijks te genieten. Van de vogeltjes voor haar huis. Van wandelen in de regen, met rollator of scootmobiel. En zelfs van haar voorgeschreven drinkvoeding met koffiesmaak. Ze heeft ontdekt dat ze die in de melkopschuimer kan doen en over haar koffie kan gieten. „Héérlijk.”
Maar misschien, zegt ze, is het nu even nodig om te laten zien dat het ook zwaar is om chronisch ziek te zijn. „Want ik heb het gevoel dat het kabinet dat gewoon niet wil snappen.”
Met medewerking van Iris Verhulsdonk