Home

‘Dingen die onaantrekkelijk lijken, motiveren mijn creativiteit’: striptekenaar Olivier Schrauwen wil soepele verhalen vertellen

Graphic novel Striptekenaar Olivier Schrauwen ontvangt in juni de Bronzen Adhemar, de belangrijkste Belgische oeuvreprijs. Hij maakte een prachtige strip over een lamlendige zondag. „De neiging om wat rond te hangen heb ik ook gehad. Met de tijd heb ik er beter mee leren omgaan.”

Striptekenaar Olivier Schrauwen won een oeuvreprijs.

Het is nogal wat als de ongekroonde koning van de strips, Chris Ware, je boek in The New York Review of Books vergelijkt met de klassieke roman Ulysses van James Joyce, en het „net als Ulysses een meesterwerk” noemt. Het overkwam de Vlaamse striptekenaar Olivier Schrauwen vorig jaar bij verschijning van de Engelse vertaling van zijn strip Zondag. Ware omschreef de 500 pagina’s dikke strip als „een poging om de gedachten, ervaringen, herinneringen, mijmeringen en obsessies van een man in één dag te vangen”. Net als Joyce deed dus.

Ware woorden van Ware, die misschien ook verwantschap voelde met hoe Schrauwen compassie voor de underdog weet uit te beelden in uitgebeende, heldere tekeningen op strak vormgegeven pagina’s. Na die recensie volgden drie nominaties voor de prestigieuze Eisner Awards, de Oscars van de Amerikaanse stripindustrie, onder meer voor Best Graphic Album-New en Best Writer/Artist.

Veel eerder, in 2016, was zijn prachtige Arsène Schrauwen al genomineerd voor Album van het Jaar op het stripfestival van Angoulême, het belangrijkste Europese stripfestival. En nu voegt zich bij al die internationale eerbewijzen de toekenning van de Bronzen Adhemar, de belangrijkste Belgische oeuvreprijs. De jury noemt de 48-jarige tekenaar „de schepper van een oeuvre dat uniek en compromisloos is, en even eigenzinnig als diepzinnig”.

In zijn Brussels appartement, vijf hoog op een hoek, waar hij na tien jaar Berlijn naartoe verhuisde, vertelt Schrauwen dat het krijgen van de Bronzen Adhemar hem verraste. Het is ook vroeg, voor een allerminst afgerond oeuvre. „Ik ben niet van zins nu met pensioen te gaan. Ik bevind me halverwege mijn carrière, hoop ik.”

In Zondag wordt in ruim 500 pagina’s het verhaal van één luie zondag van hoofdpersoon Thibauld verteld. Hij doodt de tijd met gamen, masturberen en blowen, in afwachting van de terugkeer van zijn vriendin uit Afrika. Op alle tekeningen loopt zijn innerlijke monoloog door, ook als de camera verschuift naar de bezigheden van andere personages, zoals zijn neef Rick en een buurman. Dat samenkomen van zijn stem met dialogen elders is een mooie vondst, want er ontstaan allerlei vormen van samenspraak. Dat is knap gecomponeerd, maar Zondag is vooral een gedurfd en geestig boek over totale ledigheid. Bij vragen daarover moet de maker grinniken om wat hij heeft bedacht.

Beeld uit ‘Zondag’ van Olivier Schrauwen. Links de avonturen van een kat, rechts scènes in een café, terwijl de teksten de gedachtes zijn van de hoofdpersoon, Thibauld, die thuis zit.

Voorin staat dat Zondag gebaseerd is op het leven van Schrauwens neef. Zoals hij in het even monumentale Arsène Schrauwen verwees naar het leven van zijn grootvader. Maar in beide gevallen zijn de verhalen compleet fictief. Schrauwen: „Zondag is gestoffeerd met her en der autobiografische anekdotes, die allemaal verdraaid zijn voor het komisch effect. De meeste personages zijn eigenlijk Duitsers, want ik baseerde ze op mensen die ik ken in Berlijn.”

Hoe kwam je op het idee om één dag te verstrippen?

„Het was vooral de zondag die mij prikkelde, omdat het zo’n lege dag is. Ik wilde iets doen met verveling. Zondag is een dag die frustreert, omdat je het gevoel hebt dat je niks te doen hebt. Een onbestemde dag, waarop niks functioneels lijkt te gebeuren.

„Dingen die onaantrekkelijk lijken motiveren mijn creativiteit. Je moet vanuit het niets iets opbouwen. Dat is interessant.”

Is de leegte van de zondag exemplarisch voor hoe je naar het leven kijkt?

Hij lacht. „Hopelijk niet.”

Net als Arsène in ‘Arsène Schrauwen’ faalt Thibault in zijn poging iets van het leven te maken.

„Zijn leegte is meer een kwestie van de dag dan van Thibault zelf. Ik presenteer hem in zijn meest vervelende versie, al is hij op andere dagen waarschijnlijk ook een klier. Ik heb zijn onhebbelijkheden radicaal uitgewerkt, maar ik ben niet zo cynisch dat ik hem als prototype van de mens bedoel.

„Een biologisch aspect is dat Thibault waarschijnlijk een vorm van ADHD heeft. Ik heb die symptomen ook, met bepaalde vormen van uitstelgedrag. Hij lijkt op mij toen ik een stuk jonger was. De neiging om wat rond te hangen heb ik ook gehad. Met de tijd heb ik er beter mee leren omgaan.”

De personages vertonen weinig ambities. Waarom is dat?

„Ze dobberen inderdaad maar wat rond. Maar dat is wat de zondag met je doet. Op andere dagen zijn ze misschien wel actief.”

Arsène Schrauwen is ook een personage dat niet weet wat hij met zijn leven aan moet.

„Dat beeld ontstaat doordat Arsène een onbeschreven blad is, in contrast met zijn neef Roger Desmet, die de droom heeft midden in het oerwoud van de kolonie een stad te stichten. Arsène is toeschouwer, niet de motor van het verhaal. Door zijn ogen kun je op een onbevangen manier naar de wereld kijken.”

Thibauld drinkt, rookt en masturbeert zich de dag door. In dat opzicht is ‘Zondag’ een vrij schaamteloos boek.

„Dat is de lol. Het is leuk om mee te kijken naar bezigheden die niet al te stichtelijk of flatterend zijn. Tegelijkertijd kan je je als lezer afvragen waarom je met dit soort banaliteiten wordt geconfronteerd. Ik speel met die spanning, en balanceer op die grens. Want er moest ook ambiguïteit in zijn karakter zitten. Hij is creatief en speels in de manier waarop hij over dingen nadenkt.

„Volgens mijn vriendin lijkt hij op de meest onvriendelijke vriend die ik heb. Dus misschien is het geen vriendelijke man. Hij leeft afgekeerd van de wereld, en van de realiteit.”

Zoekt hij naar zingeving?

„Dat zit er wel in bij hem. Maar zonder veel discipline. Zijn impuls is om een filosofieboek te lezen, maar hij geraakt niet langs de eerste zin. Al is hij er heel lang mee bezig. Dat toont toch ook wilskracht.”

De wil om zich herhaaldelijk af te trekken is sterker.

„Mensen willen niet zien dat anderen dat doen. Dat ik het teken, is geen provocatie, want er wordt nu eenmaal gemasturbeerd. En dit is een eenzame man. Het is ook een manier om de verveling vorm te geven.”

Beeld uit ‘Zondag’ van Olivier Schrauwen. Links zijn vriendin bij de auto, rechts een andere vriendin in een café. De teksten bovenin de plaatjes zijn de gedachtes van de hoofdpersoon, Thibauld, die thuis is.

Hoe zijn gedachten samenkomen met dialogen van anderen op andere plekken is vaak betekenisvol. Die teksten gaan met elkaar in gesprek. Had je dat zo van tevoren bedacht?

„Het was een van de voornaamste dingen waarvan ik vooraf wist dat ik het wilde doen. Ik wist dat het nodig zou zijn om dicht bij dat personage te blijven en toch ook weg te trekken van zijn wat claustrofobische wereld.

„Voor elk hoofdstuk was rudimentair een script. Maar in de praktijk heb ik na het tekenen de pagina vaak moeten hermonteren om het samenlopen beter te laten werken. De leukste stukken zijn die waar gebeurtenissen per toeval in elkaar haken. Soms suggereert de botsing van teksten meer dan mijn intenties waren. Lezers leggen hun eigen connecties.”

Thibaulds neef Rick deed me denken aan de zuipschuit uit je boek Portret van een zuipschuit, uit 2019, ook qua uiterlijk.

„Dat is omdat ik het eerste deel van Zondag ongeveer in dezelfde periode heb getekend. Ik heb ze hetzelfde uiterlijk gegeven. De zuipschuit is een piraat en Rick is ook een soort piraat geworden. Hij is een wildeman, weinig empathisch, tegelijk irritant en sympathiek, maar minder onzalig dan de piraat.”

Thibault is typograaf. Zijn werk noemt hij de eeuwenoude kunst van het symbool maken. „Je krast wat lijnen door elkaar en er ontstaat betekenis”, zegt hij. Is dat een knipoog naar wat je zelf doet?

„In dit boek gaat het vaker over wegmatigheden in de wereld en over de vraag in welke mate symbolen die zich aandienen betekenis hebben of niet. En in beide boeken zie je dat betekenisvolle situaties defragmenteren tot niets, omdat ingrediënten hun betekenis verliezen. Zo ervaar ik mijn eigen leven ook. Dan vraag ik me af waarom ik iets een bijzonder moment vond. Of andersom: je ziet nadien pas dat iets betekenis had.”

Schrauwen wijst op de kaft van Arsène Schrauwen waarop tekeningen van onder meer een vrouw, een schoen en sleutel met sleutelgat zijn voorzien van trefwoorden, zoals ‘liefde’, ‘avontuur’ en ‘lust’. „Die uitleg van symbolen blijkt niet stabiel in het boek. Dingen betekenen iets anders in een nieuwe context.”

Hoe teken je?

„Tekenen doe ik vooral in functie. Ik ben niet iemand die dwangmatig tekent. Vroeger dacht ik dat ik zo iemand moest zijn. Maar mijn tekenen is afgestemd op het vertellen. Al hoop ik dat de pagina’s op zich wel mooi zijn. Voor mij het belangrijkste is dat het verhaal vlot doorloopt. Ik heb dat ook bij andere strips. Het is niet omdat een strip er goed uitziet dat het een goede strip is.

„Bij de scènes zie ik een film voor me. Daar zoek ik een oplossing bij die op papier werkt. Dat is foefelen en zoeken, naar hoe het tempo te versnellen of te vertragen.”

Je kleurentechniek, met rood en blauw, is bijzonder. Hoe werkt dat?

„Voordat ik begon met Arsène heb ik tweedehands een risomachine op de kop kunnen tikken in Berlijn. Stel dat niemand het wilde publiceren, dan kon ik het zelf drukken. Zo is het ook gepubliceerd, maar door een uitgever in Berlijn. Met riso kun je maar twee kleuren drukken. Maar die kleurenreductie gaf de strip een enorme boost. Dat beviel me erg.”

Is het kleurgebruik ook een gevolg van hoe je tekent?

„Nu houd ik er bij het tekenen rekening mee. Soms teken ik op papier en kleur ik in met de hand. Soms werk ik digitaal, soms gebruik ik foto’s. Door alles in die riso-tweekleurentechniek om te zetten, ziet het resultaat er samenhangend en gestroomlijnd uit.”

Hoe kwam je bij Arsène Schrauwen op de fantasie over het bouwen van een stad zomaar ergens in het oerwoud?

„Ik denk dat het een samenraapsel is van invloeden uit andere strips en verhalen. In Fitzcarraldo bijvoorbeeld, de film van Werner Herzog, wil iemand een operahuis in de jungle bouwen. Het idee is ook geënt op mijn ervaring in Berlijn: de boerenlul verdwaald in de grote stad.”

De kolonie verwijst naar Belgisch Congo, waar je grootvader ooit was. Wat heeft hij je daarover verteld?

„Hijzelf nooit iets. In ons huis waren er wel spullen die er op wezen, zoals zo’n typische tropenhelm.”

Waarom koos je voor een kolonie als omgeving?

„De kolonie is een metafoor om aan te geven dat het een avonturenverhaal is, zoals in veel Belgische strips. Maar het is eerder een soort koortsdroom, een verzonnen wereld die heel weinig te maken heeft met wat er werkelijk aan de hand was in Congo.”

Heb je je verdiept in hoe het eraan toeging in Congo? De misdaden, de uitbuiting?

„Ik heb erover gelezen. Ik kan me niet herinneren het op school te hebben meegekregen. Dat is ondertussen denk ik wel veranderd.”

Het boek is geen aanklacht?

„Zeker niet. Anders zou het een aanfluiting zijn voor het tragische verhaal van dat koloniale verleden. Ik denk ook niet dat ik het boek op deze manier nog zou maken. Dat absurde en surrealistische wringt toch te veel met wat er is gebeurd.

„Hoogstens kun je de complete naïviteit en het egocentrische van het bouwproject als commentaar zien. Met dat megalomane steek ik natuurlijk wel de draak.

„Dat megalomane speelde trouwens ook in Berlijn. Kijk maar hoe er daar een nieuwe stad verrijst, met grote, architecturale projecten die geen relatie met de gemeenschap hebben en alleen vanwege het prestige worden gebouwd.”

Verwijst Lippensville naar de Lippens die gouverneur-generaal was in Congo en daar rijk werd?

„Meer naar zijn kleinzoon, die burgemeester was van Knokke-Heist. Het is satire die er zijdelings insluipt. Voor satire is de graphic novel eigenlijk geen geschikt medium. Dan wil je toch scherper en actueler zijn.”

Zit er veel ‘Kuifje in Congo’ in het boek?

„Ik hoop het niet. Die strip is zeer Spartaans getekend door Hergé. Hij is later een beter tekenaar geworden. Ik hoop vooral dat het inhoudelijk niet bij Kuifje aanleunt. Maar het behoort tot de strips die ik als kind las. Dus het zit vast ergens.”

‘Zondag’ van Olivier Schrauwen.

Olivier Schrauwen: Zondag. Uitgeverij Bries, 472 pag. 59,95 euro.Olivier Schrauwen: Arsène Schrauwen. Uitgeverij Bries, 256 pag. 35 euro.

Strips

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next