Home

Afscheid van Karin Spaink

De manier waarop Karin Spaink (68) onlangs afscheid nam van haar leven, zal me nog lang bijblijven. Het was een langgerekt, bijna opgewekt afscheid van iemand die vond dat het welletjes was geweest met al dat uitzichtloze lijden. Aan haar lijf geen polonaise meer van hulpverlenende handen.

Ik leerde haar kennen toen ik haar in april 1992 uitgebreid interviewde voor NRC Handelsblad. Ze leed toen al zes jaar aan multiple sclerose, een ongeneeslijke aandoening van het centrale zenuwstelsel. De eerste neuroloog die haar behandelde, schreef alles toe aan stress. Karin zag een verwant denkpatroon bij allerlei invloedrijke medische auteurs die de oorzaak vooral ,,tussen de oren’’ zochten. Ze schreef een fel, afwijzend boek, Het strafbare lichaam, over deze ,,orenmaffia’’, zoals zij het noemde.

In dat interview zei ze: ,,Renate Rubinstein heeft het terecht ‘de psychosomatische belediging’ genoemd. Als iemand tegen je zegt: u loopt slecht, want u heeft een onopgelost conflict. Waar haalt men de gotspe vandaan? Het is aanmatigend en het is een angstaanjagende manier van denken.’’  

Strijdbaar was ze – en bleef ze, zoals vooral bleek uit haar columns in Het Parool en haar werk bij Follow the Money, platform voor onderzoeksjournalistiek.

Na ons interview verloren we elkaar goeddeels uit het oog, maar toch liet ze weten nog één keer met me te willen praten, op het terras bij Brouwerij ’t IJ in Amsterdam-Oost, waar ze wekelijks afscheid nam van vrienden en bekenden. Ze had voor euthanasie gekozen.

Ik ging met lood in de schoenen én in de mond,  want wat moet je zeggen tegen iemand die uit het leven wil stappen? Gelukkig was de stemming aan de tafels redelijk ontspannen, soms zelfs vrolijk.  Ik kwam te zitten tussen Karin en een man die ik nooit eerder had gezien. Wist ik wie die man was, vroeg iemand. Ik had geen idee. Alom hilariteit. ,,Dolly Bellefleur!’’ werd er geroepen. De man in burger naast mij, begreep ik, was de befaamde dragqueen en boegbeeld van de lhbtiq-beweging. ,,Niet mijn wereld’’, moest ik bekennen. Nóg meer hilariteit.

Ik wil maar zeggen: de wereld van Karin was groter dan de mijne. Er waren op dat terras ook serieuze journalisten, vooral collega’s van Follow the Money. Karin zat zwaar te vapen terwijl ik met haar in gesprek kwam. We stortten ons maar meteen in het diepe van haar situatie. ,,Wil je echt niet naar het verpleeghuis?’’ vroeg ik. ,,Misschien valt het je mee, ik kom er regelmatig nu mijn vrouw er zit, je wordt er goed verzorgd.’’ Ze schudde gedecideerd het hoofd. ,,Ik wil niet meer afhankelijk zijn. Ik heb straks overal hulp bij nodig. Als ik nu opsta, kan ik zomaar het gevoel krijgen dat de helft van mijn lichaam onder me wegzakt.’’

Ik liet het onderwerp varen, we praatten verder over de wereld in het algemeen en Trump in het bijzonder. En in verband hiermee: het onverminderde nut van onderzoeksjournalistiek.

Het afscheid naderde, de sfeer bleef goed: niet uitbundig, maar ook niet zum Tode betrübt. En, ja, wat zeg je dan, als het belangrijkste gezegd is, behalve het allerbelangrijkste?

,,Hou je goed.’’       

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next