Home

Tasmaanse overheid biedt excuses aan voor oneigenlijk verzamelen en tentoonstellen van lichamelijke resten

Anatomisch museum Vorig jaar wees onderzoek uit dat een museum van de Universiteit van Tasmanië in het bezit was van 177 autopsiemonsters die zonder weet van de families van de overledenen werden bewaard – en in sommige gevallen ook tentoongesteld.

Skeletten en kasten vol andere menselijke resten in het Rodda Museum van de Universiteit van Tasmanie. In september bleek dat het museum 177 anatomische monsters in bezit had die zonder toestemming waren verkregen.

Tussen 1966 en 1991 hebben pathologen in de Australische staat Tasmanië zonder toestemming en medeweten van zowel de verantwoordelijke lijkschouwers als de nabestaanden autopsiemonsters achterovergedrukt. Het gaat om in totaal 177 menselijke resten die werden bewaard, en in sommige gevallen ook tentoongesteld, in het pathologiemuseum van de Universiteit van Tasmanië.

Voor deze kwestie heeft gezondheidsminister Bridget Archer dinsdag in het parlement formele excuses aangeboden aan de betrokken families namens de staat. „We erkennen de schok, de woede, de rouw en het trauma van de families toen ze er – vaak jaren of decennia later – achter kwamen dat de stoffelijke overschotten van hun geliefden gestolen waren.” Ze benadrukt dat het niet ging om enkel anatomische ‘specimens’: „het waren mensen”.

De menselijke resten werden verzameld tijdens gerechtelijke autopsies: medisch-forensische onderzoeken die worden uitgevoerd om de exacte doodsoorzaak te achterhalen wanneer het gaat om (het vermoeden van) een misdrijf. Ook verkeersongelukken vallen daaronder.

Geen bevoegdheid

In 2016 nam een conservator van het Rodda Museum zelf contact op met de Tasmaanse autoriteiten. Ze verzocht om overleg met de gerechtelijk lijkschouwers naar aanleiding van vermoedens „over drie exemplaren uit onze collectie, die kennelijk na een gerechtelijke post mortem onderzoek zijn bewaard zonder toestemming”.

Er volgde een uitgebreid onderzoek onder leiding van lijkschouwer Simon Cooper, dat in september 2025 werd gepubliceerd. Daaruit bleek dat niet drie, maar 177 autopsiemonsters zonder toestemming bewaard werden door het museum. Het grootste deel daarvan is verstrekt door de inmiddels overleden forensisch patholoog Royal Cummings.

Mogelijk hebben hij en andere pathologen monsters genomen van lichamen met als enig doel deze over te dragen aan het museum. Dat is illegaal. Een lijkschouwer heeft volgens de Tasmaanse wetgeving geen bevoegdheid om lichaamsdelen te verwijderen of te bewaren voor andere doeleinden dan het onderzoeken van de doodsoorzaak. Gebruik ervan voor medisch onderzoek of onderwijs is toegestaan, maar alleen met toestemming van directe nabestaanden.

Brein in schoenendoos

Die toestemming ontbrak bij deze 177 monsters. Dat zo veel menselijk weefsel tijdens de autopsie is verwijderd en niet in het lichaam is teruggeplaatst voordat het werd vrijgegeven voor de uitvaart, noemt hoofdonderzoeker Cooper „een bron van pijn en woede voor veel families”. Om die pijn niet te verergeren, gaf hij opdracht de resten niet meer publiek tentoon te stellen tot het onderzoek was afgerond.

Nadat alle mogelijke stappen waren ondernomen om te herleiden waar de anatomische monsters vandaan kwamen, werden in januari 2025 advertenties geplaatst in drie kranten met een lijst van namen van de overledenen. Hun families werd verzocht contact op te nemen met de afdeling lijkschouwing van het gerechtshof van Tasmanië.

Op deze manier kwam onder meer nabestaande John Santi erachter dat ze zijn destijds 19-jarige broer Tony, die omkwam bij een motorongeluk, in 1976 hebben begraven zonder zijn hersenen. De familie was destijds door de patholoog verteld dat ze slechts een minuscuul stukje van Tony’s brein hadden bewaard. Maar toen John de teruggegeven menselijke resten vorig jaar op de begraafplaats bij de rest van zijn broer wilde begraven, kreeg hij tot zijn verbazing een hele schoenendoos aangereikt van de begrafenisondernemer. „Ik opende de doos en daarin zat zijn hele brein,” vertelt hij aan 1News.

Uiteindelijk lukte het om ongeveer 100 van de 177 resten definitief te identificeren. Deze resten zijn teruggegeven aan de familieleden, of in overleg met hen gedeponeerd. Van de lichaamsdelen die niet geïdentificeerd konden worden of waarvan geen nabestaanden in beeld waren, heeft het museum zich „op respectvolle wijze en overeenkomstig met de wet” ontdaan.

Het museum liet in 2025 al weten blij te zijn met de afronding van het onderzoek, en het trauma van de nabestaanden te erkennen. „Medewerkers hebben persoonlijk met veel families gesproken die meer inzicht wilden in de geschiedenis van de zaak – en we blijven tot hun beschikking staan.”

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next