Fotowedstrijd De vijftien winnaars van de Selection of Dutch Photography Award 2026 (SO’26) zijn bekend. De beelden zijn te zien bij Melkweg Expo in Amsterdam en op abri’s in het centrum van de hoofdstad.
De Dutch Photography Award vestigt aandacht op de diversiteit van de Nederlandse fotografie. Bij de inzendingen voor de editie van 2026 ziet de jury veel relatief ‘veilige’ fotografie, die vaker gericht is op de persoonlijke binnenwereld van de fotografen en hun onderwerpen dan op de grote problemen van de mensheid. „De harde realiteit van nu komen we, net als vorig jaar, bijna niet tegen”, aldus juryvoorzitter Jouk Oosterhof.
Toch komt bij de vijftien geselecteerde fotografen, onder wie twee studenten, een onderwerp als milieuvervuiling meermaals terug in de selectie. Zo brengt Rob Hornstra plasticvervuiling in (Zuid-)Europa in beeld en toont Mark Rammers in Wijk aan Zee de omwonenden van de staalfabrieken van Tata en hun leefomgeving.
Andere terugkerende thema’s zijn gemarginaliseerde groepen, zoals de queer moslims in Nederland die Yasemin Demirözcan portretteert. Of neem de oudere gaucho’s in Chili, die afgedankt worden door de rijke landeigenaren waar ze voor werken, zodra hun lichaam hen in de steek laat. Dat is te zien in de foto’s van Pie Aerts.
Uitgebreide portfolio’s van alle geselecteerde fotografen zijn te zien op de website van beroepsvereniging DuPho, die de wedstrijd organiseert.
Wetenschap en techniek vormen de rode draad in het werk van Sas Schilten. Schilten streeft er niet naar om duidelijkheid scheppen, maar wil het mysterie rond onderwerpen als astronomie, ruimte- en ballonvaart juist vergroten. De jury prijst dat aspect van Schiltens werk: „Zij vergróót en abstraheert in haar werk juist de raadselen waarmee wetenschap en techniek zijn omgeven.”
Kan plastic ooit nog verdwijnen uit onze natuur? Dat vraagt Rob Hornstra zich af in met ‘Plastic Sea, Perfect Storm’, waar hij samen met schrijver Arnold van Bruggen grotendeels in Spanje aan werkte. Ze documenteerden plasticvervuiling in en rond krottenwijken, in struiken, bomen, op het strand. Volgens de jury laat Hornstra, met elkaar versterkende beelden, zien hoe het onuitroeibare plastic en de kwetsbare natuur met elkaar zijn vervlochten.
Clara Franke wil met haar analoog gemaakte intieme portretten, verhalen vertellen die „patriarchale kloven bevragen” en het licht zetten op „tegencultuur”, zoals inqueer-gemeenschappen. Volgens de jury getuigt Frankes werk, gebaseerd op ‘spiritueel ecofeminisme en hydrofeministische theorie’, „van poëtische fantasie, waar de natuur als een godin wordt gevierd”.
Michel Campfens legde voor zijn architectuurfoto’s aanvankelijk de nadruk op de vormgeving en de visuele impact op de omgeving. Dat evolueerde geleidelijk in beelden van interieurarchitectuur van musea. Het prikkelde de nieuwsgierigheid van de jury, die zijn „uitzonderlijke kleurgevoel” roemt: „Heeft hij de muren, de vloeren, de trappen en plafonds een voor een secuur uitgelicht met lampen en filters, of is er driftig en nauwgezet met Photoshop gewerkt?”
Jaap Scheeren, die zijn werk inzond onder de alias Tony Pret, wist de jury te prikkelen met zijn foto’s van zelfgemaakte zandkastelen met kwallen en schelpen, die van een „grote avontuurlijkheid” getuigen. „Een piepklein verhaaltje, of een project dat getuigt van de vluchtigheid en tijdelijkheid van het leven?”, vroeg de jury zich af.
Jermain Cikic onderzoekt in het langlopend project ’77’ het dagelijks leven in Morro dos Prazeres, een favela in Rio de Janeiro. Door er langere tijd te verblijven wil hij met zijn foto’s een brug slaan tussen zichzelf als fotograaf en geportretteerden. Volgens de jury is hij daarin geslaagd met zijn intieme foto’s. „Nooit voelt de toeschouwer zich een buitenstaander”, waardoor mensen die de foto’s zien deelgenoot worden van het „leven van alledag” in de favela.
Student Enzo Visser onderzoekt met geënsceneerde fotografie en zelfportretten thema’s als identiteit, absentie en mannelijkheid. In zorgvuldig opgebouwde zwart-witbeelden gebruikt hij fotografie om emoties zichtbaar te maken die zich moeilijk laten verwoorden. De jury stelt dat er in zijn portfolio „een diepere betekenis schuilt” en omschrijft hem als „een fotograaf die, als student, nog zoekende is, in de positieve betekenis van het woord”.
In de Chileense regio Magallanes, in het uiterste zuiden van Patagonië, wonen oudere gaucho’s in isolement in afgelegen boerderijen op uitgestrekte ranches. Ze vervullen er zwaar werk voor de welvarende families waarbij ze in dienst zijn, totdat ze te oud zijn en worden afgedankt. „Aerts maakt de versleten arbeiders geen moment klein en toont hun trots, maar de toeschouwer voelt ook hun pijn”, aldus de jury.
De jonge fotograaf Yasemin Demirözcan wil met haar fotografie verhalen tonen „die in dominante beeldvorming onderbelicht blijven”. Ze zond onder meer werk in waarin ze de impact van klimaatverandering op haar familie in Turkije vastlegt; maar ook een portrettenreeks van (queer) moslims in Nederland. Het valt de jury op hoe Demirözcan contact maakt, wat in haar foto’s een gevoel van nabijheid oproept en daarmee sympathie wekt voor personages in haar werk.
„Nu we samen fotograferen kijken we het recht in de ogen aan. We moeten wel; als we er voor elkaar willen zijn. Als ik jouw ervaring wil vangen, en jij de mijne. En omdat jij even zwaar weegt als ik, geef ik de camera ook aan jou.” Dit citaat komt uit de brief die student Lieve van der Zijde aan haar zus heeft geschreven, beiden geportretteerden en makers van het fotoproject met wie ze dit fotoproject uitvoert. De jury werd stil van de poëtische wijze waarop Van der Zijde de niet bij naam genoemde ziekte, stoornis of persoonlijke crisis duidt.
Hoe is het om je huis te hebben op een plek waarvan men zegt dat deze slecht is voor je gezondheid? Dat vroeg Mark Rammers zich af over het dorp Wijk aan Zee, dat onder de rook van de vervuilende Tata Steel-fabrieken ligt. Hij verwachtte terecht te komen in een dorp onder hoogspanning, maar kreeg van inwoners van ‘Wijk’ te horen dat wonen er „verrukkelijk” is. De jury roemt de „onbevangen blik” van Rammers, waarmee hij „een oer-Nederlands onderwerp met nieuwe ogen bekijkt alsof het een verre, onbekende wereld is”.
Nella Ngingo’s werk is naar eigen zeggen „een studie van het lichaam als een plek van herinnering”, evenals een manier om een „enorm familiearchief op te bouwen”. De jury ziet hoe de in haar geboorteland Burundi, Ivoorkust en Nederland gemaakte beelden „een film noir-achtige spanning oproepen”.
Samen met textielartiest Carla IJff ondernam Lotte Bruning Donskoi het project ‘Holding Without Grasping’ op. Ze maken naast fotografie gebruik van textiel en collage. De serie ontvouwt zich in de ruimte tussen loslaten en vasthouden, om „kwetsbaarheid en kracht” niet als tegenpolen, maar als gelijktijdig aanwezige en elkaar versterkende krachten naar de oppervlakte te brengen. De jury ziet de sensuele beelden waarin ‘body positivity’ onbenoemd blijft als „een vorm van ageren tegen de gelikte beeldtaal van Instagram”.
In haar werk wil Nanda Hagenaars onderzoeken of „wat we zien en ervaren daadwerkelijk de realiteit is”. Door te spelen met herhaling, perspectief en vervorming, wil ze mensen een ander perspectief aanbieden en hen laten beseffen dat ieders blik slechts „een van de vele mogelijke perspectieven” is. Die methode heeft Hagenaars zich volgens de jury „volledig eigen gemaakt”. Haar surrealistische werk roept bij de jury herinneringen op aan Salvador Dalí en Man Ray.
Visdraad, karton, ledematen en andere tastbare materialen zijn de attributen waarmee Aisha Zeijpveld in de studio haar spel speelt met vervreemdende perspectieven en optische illusies. De jury roemt Zeijpvelds veelzijdigheid en de drang om te experimenteren.