Home

WHO: Maak klimaat noodsituatie voor de volksgezondheid

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) in Europa krijgt het dringende advies om klimaatverandering officieel uit te roepen tot internationale noodsituatie voor de volksgezondheid. Een speciale commissie, met daarin onder anderen oud-minister van Volksgezondheid Ernst Kuipers, presenteerde vandaag in Genève een rapport waarin zij klimaatverandering omschrijft als "een catastrofale dreiging voor de volksgezondheid, veiligheid en sociale stabiliteit". Tegelijkertijd leggen nieuwe klimaatmodellen de extreemste toekomstbeelden naast zich neer, omdat die volgens onderzoekers niet langer realistisch zijn.

De commissie vraagt Europese landen om snel maatregelen te nemen, variërend van extra geld en betere waarschuwingssystemen voor extreem weer tot publieksvoorlichting over gezondheidsrisico’s. Alle betrokken ministeries zouden klimaatverandering expliciet als veiligheidsrisico moeten opnemen in hun beleid en nauwer moeten samenwerken. Daarbij benadrukken de deskundigen dat sneller handelen niet alleen toekomstige schade kan beperken, maar ook op korte termijn voordelen oplevert, zoals schonere lucht, gezonder voedsel en lagere zorgkosten.

Voor de zorgsector zelf pleit de commissie voor een veel stevigere verankering van klimaat en duurzaamheid in opleidingen en praktijk. Ziekenhuizen en zorginstellingen moeten beter voorbereid zijn op hittegolven en overstromingen, terwijl ze tegelijk hun CO2-uitstoot terugbrengen. In Nederland is de zorg nu goed voor ongeveer 7 procent van de totale uitstoot, waardoor volgens de commissie juist hier winst valt te behalen.

Kuipers verwijst naar onderzoek dat een duidelijke relatie laat zien tussen klimaatverandering en vroegtijdige sterfte, bijvoorbeeld door meer vroeggeboortes, hartinfarcten en longkanker door fijnstof uit bosbranden. Volgens hem worden ook gezonde mensen geraakt en hebben extreme weersomstandigheden gevolgen voor migratiestromen, wat weer invloed heeft op de verspreiding van infectieziekten en antimicrobiële resistentie. De commissie waarschuwt daarnaast voor risico’s voor de voedselzekerheid en een grotere kans op door muggen overgedragen ziekten in Europa.

In het wetenschappelijke debat over de toekomst van het klimaat verschuift intussen het beeld van wat als mogelijk wordt gezien. Binnen het Scenario Model Intercomparison Project (ScenarioMIP) voor het nieuwe klimaatsamenwerkingsproject CMIP7 is een volledig nieuwe reeks scenario’s opgesteld, die vanaf 2026 de basis moeten vormen voor de volgende IPCC-rapporten. Onder leiding van de Nederlandse klimaatwetenschapper Detlef van Vuuren zijn de extreem hoge en extreem lage scenario’s geschrapt, omdat die uitgingen van enorme steenkoolconsumptie en vrijwel geen klimaatbeleid – aannames die volgens veel experts niet meer overeenkomen met de werkelijkheid.

De overgebleven zeven scenario’s bestrijken nu een bandbreedte van wat onderzoekers "plausibele" emissiepaden noemen: van een hoog uitstootpad tot een zeer ambitieus traject dat zo dicht mogelijk bij 1,5 graad opwarming probeert te blijven. Eerste doorrekeningen met eenvoudige klimaatmodellen komen daarmee in 2100 uit tussen ongeveer 1,5 en bijna 3,5 graden opwarming ten opzichte van 1850–1900. Van Vuuren benadrukt dat dit geen geruststelling is: "Het nieuwe scenario heeft ook nog steeds enorme gevolgen voor het klimaat. Op den duur kom je in het nieuwe scenario op dezelfde temperatuur uit, alleen later." De nieuwe modellen moeten vooral een realistischer basis bieden voor onderzoek naar klimaatrisico’s en voor beleid, terwijl de WHO-commissie waarschuwt dat uitstel van actie de gezondheidsgevolgen juist verder vergroot.

Source: Fok frontpage

Previous

Next