Songfestival
Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.
‘Hier is toch niets op aan te merken?”, merkte de Nederlandse commentator op na het optreden van de Australische Delta Goodrem die haar hoge noot, anders dan de meeste van haar collega’s, wel haalde. Die opmerking bleek de rode draad van de avond van ’s werelds grootste culturele tv-evenement, waar wel degelijk wat vraagtekens bij geplaatst konden worden.
Nederland was een van de vijf landen die de moed hadden getoond om tot een boycot over te gaan en niet mee te gaan in de uitoefening van de soft power van een land dat door talloze expers en een VN-commissie wordt beschuldigd van genocide. Desondanks besloten de NOS en de NTR de halve finales en finale uit te zenden met allerlei voorbeschouwingen eromheen alsof er ‘niets op aan te merken’ was. Om het geheel toch nog een Nederlands tintje te geven, werd er aandacht besteed aan een Nederlandse decorbouwer en kwamen er ‘watchparty’s’ in het land. Zo werd het humanitaire standpunt van AvroTros ondergraven door de collega’s uit Hilversum. Het is te hopen dat er na deze editie grondig geëvalueerd wordt door AvroTros, de NOS en de NTR: als je kiest voor een boycot, moet je niet alsnog naar manieren zoeken om toch zo veel mogelijk mee te doen.
Zowel in Wenen, waar het Songfestival werd gehouden, als in de voorbeschouwingen werd gedaan alsof het om een cultureel evenement ging dat los staat van de politieke realiteit. „Diversiteit is de hartslag van het Songfestival”, verklaarden de presentatoren plechtig.
Onderzoek van The New York Times naar de rol van Israëlische invloed op het Songfestival wees uit dat Israël het evenement ziet als een ideale manier om de wereld te tonen dat ‘Europa’ achter Israël staat. „De stem van Israël moet overal te horen zijn”, benadrukte de Israëlische president Isaac Herzog toen een boycot dreigde. „We moeten meedoen, onze vlag hoog hijsen en onze beste zangers sturen.”
De Israëlische overheid stak dit jaar bijna een miljoen euro in de marketing van Eurovision, grotendeels betaald door het ministerie van Buitenlandse Zaken, om stemmen te trekken. Organiserende omroepen werden in december door Israëlische ambassades in de desbetreffende landen benaderd om niet tot een boycot over te gaan, zo beschreef The New York Times. „Ik ben wat verbaasd dat dit een zaak van de ambassade is”, merkte de directeur van een IJslandse omroep op. Vorig jaar had Israël de publieksstemmen gemanipuleerd, aldus de Finse publieke omroep YLE en The New York Times.
Israël mocht meedoen, en afgezien van een reprimande van het Songfestival over het opnieuw inzetten van advertenties om stemmen te werven, leek de deelname van het land niet anders dan anders. In het promotiefilmpje voorafgaand aan het Israëlische lied waren beelden van een mooi, vreedzaam land te zien. Uiteindelijk belandde het land op de tweede plek.
Het Songfestival bewees, net als de opening van het kunstevenement Biënnale een week eerder, dat culturele evenementen niet apolitiek zijn, hoe hard de organisatie dat ook mag roepen. Rusland en Israël konden hun cultuur uitdragen in Venetië, waarbij Pussy Riot protesteerde terwijl voor het Russische paviljoen het glas werd geheven op de eigen volkscultuur op het park waar voor Oekraïne geen vaste locatie is.
Dat Israël in Wenen tweede werd en dus volgend jaar niet hoeft te organiseren, betekent dat het Songfestival voorlopig is ‘gered’ door Bulgarije. Of daarmee ook het aanzien van Europa is gered, is maar zeer de vraag.