De aanloop naar de 61ste Biënnale van Venetië stond bol van de controverses. En het contrast tussen de intentie van de curator en de openingsweek was groot. Toch zijn er genoeg kunstwerken te zien die raak zijn en ontroeren.
is kunstredacteur van de Volkskrant.
‘Neem een diepe ademteug. Adem uit. Laat je schouders zakken. Sluit je ogen.’ Zo luidde de uitnodiging van de Kameroens-Zwitserse curator Koyo Kouoh aan bezoekers van de Biënnale van Venetië. Een contemplatieve editie had ze voor ogen. Luisteren naar ingetogen mineurklanken, naar de troost van poëzie, naar complexe melodieën zonder ‘orkestrale bombast en militaire marsen’. Dat was de belofte.
Het liep totaal anders. De aanloop naar de 61ste editie van de grootste internationale tentoonstelling (van 9 mei t/m 22 november) stond bol van controverses, protest en tragiek. Het is alsof er een vloek op deze Biënnale rust.
Allereerst is Kouoh er niet bij. Een jaar geleden overleed ze onverwachts, ze was pas 58. Vijf curatoren met wie zij had samengewerkt stelden volgens haar eerdere instructies de hoofdtentoonstelling In Minor Keys samen.
Nadat de organisatie de lijst van honderd landen die een eigen tentoonstelling zouden organiseren bekend had gemaakt, waaronder Rusland en Israël, kwamen er petities en protestacties op gang en ontstond er politieke onrust.
Vorige week, tijdens de voorbezichtiging van de Biënnale, klonk een kakofonie van protest. Niks contemplatie, keiharde statements. Luid en duidelijk. Niet alleen waren er protesten bij de tentoonstellingen van Rusland en Israël, vrijdag werd er zelfs gestaakt. Zo’n twintig paviljoens gingen dicht uit protest tegen de deelname van Israël.
De ogen sluiten, zoals Kouoh had gewenst, was niet mogelijk. Sterker nog, dat leek verkeerd. Oorlogsgeweld schreeuwde om aandacht. In de stad hingen posters waarop optredens van Oekraïense kunstenaars en schrijvers werden aangekondigd, met daaroverheen op een zwarte strook ‘Geannuleerd, omdat de schrijver is vermoord door Rusland’.
Her en der waren stickers geplakt met ‘Death in Venice – Russia go home!’ en er werden flyers verspreid tegen de Israëlische deelname met erop ‘No to the genocide pavilion’. Vrijdagmiddag was er een pro-Palestina-demonstratie in de stad.
Tijdens een persconferentie verdedigde Biënnale-directeur Pietrangelo Buttafuoco zijn besluit om Rusland en Israël aan de tentoonstelling te laten deelnemen. Verzoeken om ‘censuur en uitsluiting’ deed hij af als ijdel en lui. Bovendien is de Biënnale volgens hem ‘de plek waar de wereld samenkomt’.
Dat is een utopische gedachte. Een afspiegeling van de wereld is dit niet. Op de Biënnale zijn volgens de spelregels nationale tentoonstellingen welkom van landen die door Italië worden erkend (waardoor bijvoorbeeld Palestina geen aanspraak maakt op een eigen presentatie).
Daarnaast zijn er andere barrières, zoals het verkrijgen van visa, het bijeenbrengen van geld (cultuurministeries die zich dat kunnen veroorloven spenderen hier honderdduizenden euro’s, in sommige gevallen miljoenen) en het vinden van een geschikte locatie.
Wat betreft dat laatste zitten enkele tientallen landen gebeiteld. Zij hebben een eigen paviljoen in het expositiepark, de Giardini, zoals Nederland; of een vaste plek op de andere hoofdlocatie, het Arsenale, een voormalige scheepswerf en militair terrein.
De organisatie van de Biënnale verwacht dat landententoonstellingen worden georganiseerd door een persoon of instantie die daarvoor door de overheid is aangesteld. De overheid laten beslissen over kunst is echter niet zonder risico. Dit keer waren, naast Rusland en Israël, de presentaties van de Verenigde Staten, Australië, Zuid-Afrika en Servië omstreden.
Zo moest de kunst in het paviljoen van de VS volgens nieuwe regels van de regering-Trump ‘Amerikaanse waarden reflecteren en aanwakkeren’. Enkele kunstenaars zouden voor die eer hebben bedankt.
Uiteindelijk werd de relatief onbekende beeldhouwer Alma Allen (55) afgevaardigd door een recentelijk opgetuigde organisatie die werd geleid door een vrouw die voorheen eigenaar was van een dierenwinkel in Florida. En die kennelijk een goed netwerk heeft.
Met die bizarre voorgeschiedenis maakte Allen geen schijn van kans. Bezoekers lieten het paviljoen links liggen. The New York Times oordeelde minzaam dat de glimmende sculpturen niet zouden misstaan in een hotellobby in South Beach (Florida).
Over die kunstwerken, de meeste abstract en allemaal Not Yet Titled geheten, meldt de zaaltekst: ‘Onder hun ontwapenende vrolijkheid schuilt een diepgaande conceptuele, artistieke en filosofische inhoud.’ Zo zouden de sculpturen voor het paviljoen de gevaren symboliseren ‘die een ongeschoren schaap loopt wanneer het dapper genoeg is om van de kudde af te dwalen’.
Is Allen zelf dat ongeschoren schaap? Een risico nam hij sowieso, en of dat dapper of dom was moet nog blijken. Zijn naam zal voor altijd met de regering-Trump worden geassocieerd, al heeft het paviljoen volgens de zaaltekst ‘artistieke autonomie’ hoog in het vaandel.
Een andere heikele kwestie had een gunstige afloop. De presentatie van Zuid-Afrika werd last minute geannuleerd, omdat het geselecteerde kunstwerk Elegy van Gabrielle Goliath (43) volgens de Zuid-Afrikaanse cultuurminister ‘verdeeldheid zou zaaien’.
In de indringende installatie worden slachtoffers van femicide en (oorlogs)geweld herdacht door videobeelden van vrouwen die aaneengesloten een toon zingen. Pijnpunt: dit keer zou het kunstwerk onder anderen de Palestijnse dichter Hiba Abu Nada (1991-2023) memoreren.
Gelukkig is Elegy door ingrijpen van verschillende (kunst)fondsen en sponsoren alsnog in Venetië te zien. De alternatieve locatie, de ontwijde Chiesa di Sant’Antonin, werkt perfect. De akoestiek en de rust van een locatie buiten het Biënnale-gedruis zijn toepasselijk. Hier lijken de aanwijzingen van Kouoh wel van toepassing: dit is een plek om stil van te worden, stil bij te staan, te luisteren.
De dood is ook nabij in de hoofdtentoonstelling In Minor Keys. Pontificaal in de eerste tentoonstellingszaal van het Arsenale hangt het aangrijpende gedicht If I Must Die van de Palestijnse dichter, hoogleraar en activist Refaat Alareer (1979-2023). Hij werd vermoord bij een Israëlische luchtaanval in Gaza. De eerste, inmiddels beroemde regels: ‘Als ik moet sterven, moet jij blijven leven, om mijn verhaal te vertellen.’
Ook voor kleiner en schijnbaar particulier leed is in de tentoonstelling plek. Zo reconstrueert de Amerikaanse kunstenaar Nina Katchadourian (58) in een video het zelfbedachte ritueel van recarcassing (‘herkarkassen’). Vroeger probeerde ze op die manier samen met haar broer in zee verdronken Playmobil-poppetjes nieuw leven te geven.
Via nostalgisch speelgoed heeft Katchadourian het op een rake en ontroerende manier over magisch denken, spel, opgroeien, familie en afscheid.
Van de Duitse kunstenaar Carsten Höller (64) zijn de kunstwerken Geur van mijn moeder en Geur van mijn vader uit 2017 te beleven. Die geuren werden nagemaakt aan de hand van een sjaal van zijn moeder en een hoed van zijn vader, en worden in de tentoonstelling verspreid bij twee bankjes.
Ook in andere kunstwerken speelt geur een rol, maar de omstandigheden zijn er niet altijd naar om de geuren goed te ervaren.
Op verschillende plekken is In Minor Keys namelijk rommelig en vol; regelmatig is het zoeken welk titelbordje bij welk kunstwerk past. Die wat hectische opzet past niet bij Kouohs nadruk op vertragen, de tijd nemen. Soms krijgen de kunstwerken niet de ruimte die ze verdienen. Een fantastische installatie van de Keniaans-Amerikaanse kunstenaar Wangechi Mutu (53) is bijvoorbeeld in een te kleine zaal geperst.
En dat terwijl er aanzienlijk minder kunstenaars meedoen dan vorige keer; toen liet curator Adriano Pedrosa een recordaantal van 331 kunstenaars en collectieven zien, dit keer gaat het om 111. Wel zijn er meer dan ooit tevoren gemakkelijke plekken gemaakt om te zitten en rond te kijken.
Net als in de vorige twee edities valt de hoeveelheid textielkunst en keramiek op en zijn er veel relatief onbekende kunstenaars te ontdekken. Kunstenaars uit het mondiale Zuiden zijn zeer goed vertegenwoordigd, met als terugkerende onderwerpen rituelen, ecologie, (familie)geschiedenis en post-kolonialisme.
Kouoh zelf wordt in de tentoonstelling herdacht in een indrukwekkend groot schilderij van de Cubaanse kunstenaar María Magdalena Campos-Pons (66). Ze verbeeldde Kouoh samen met schrijver en dichter Toni Morrison (1931-2019) in een bloementuin.
Zij markeren twee ijkpunten in de geschiedenis van zwarte vrouwen: Morrison als eerste zwarte vrouw die de Nobelprijs won, Kouoh als eerste Afrikaanse vrouw die de Biënnale-tentoonstelling samenstelde. Samen overzien ze vanaf gene zijde de tentoonstelling. Wat zou Kouoh ervan vinden, van ‘haar’ tentoonstelling en van alle controverse?
De Biënnale wordt wel de Olympische Spelen van de kunsten genoemd. Dit keer gaf de vijfkoppige internationale jury er echter de brui aan. Traditioneel reikt zij op de openingsdag prijzen uit, voor een kunstenaar uit de hoofdtentoonstelling en een landenpaviljoen.
Maar eerder hadden de juryleden (die door Kouoh waren aangesteld) al laten weten dat ze niet van plan waren een prijs uit te reiken aan ‘die landen waarvan de leiders momenteel door het Internationaal Strafhof worden beschuldigd van misdaden tegen de menselijkheid’. Een voorbehoud dat vermoedelijk niet door de Biënnale-organisatie is geaccepteerd.
Directeur Buttafuoco verzon na het aftreden van de jury een list. Er zouden publieksprijzen komen: geen gouden leeuwen, maar ‘publieksleeuwen’. Een besluit dat door de Italiaanse premier Giorgia Meloni, met wie Buttafuoco bevriend is, ‘geniaal’ werd genoemd. In allerijl werd een systeem bedacht: alleen bezoekers die zowel in de Giardini als het Arsenale waren geweest, mochten stemmen.
Op de openingsdag van de Biënnale lieten 52 kunstenaars uit de hoofdtentoonstelling In Minor Keys en 22 van de deelnemende landententoonstellingen alvast weten dat ze niet aanmerking wilden komen voor de publieksprijzen. Dat deden ze ‘in solidariteit met het aftreden van de jury’.
Ook de Nederlandse inzending wil geen publieksleeuw. Als er überhaupt nog een uitreiking volgt, zal dat een wassen neus zijn.
Als het allemaal anders was gelopen, wie waren dan de kanshebbers? Sowieso het Oostenrijkse paviljoen. Hier organiseerde performancekunstenaar Florentina Holzinger (40) een stevig staaltje shock-art. Enkele van de ingrediënten: naakte performers, water, urine, een jetski en een enorme klok. De bedoeling is dat bezoekers door te plassen bijdragen aan een gesloten watersysteem waar de performers in zitten opgesloten.
Van dit ranzige dystopische spektakel kreeg niemand genoeg. De rijen waren lang en iedereen pakte schaamteloos de telefoon erbij, ondanks duidelijke aanwijzingen: ‘please do not take photos or videos’. Kennelijk was de verleiding te groot om iets van deze gekte op sociale media te plaatsen, als bewijs: ‘Ik was op de plek waar het gebeurde.’
Performancekunst is meer dan andere disciplines in staat zo’n gevoel van belang en actualiteit op te wekken. Een sculptuur of schilderij heeft geduld, kan wachten, een performer niet. Opvallend was dat ook bijvoorbeeld de paviljoens van België, Nederland, Japan, Qatar en Panama performances boden. Soms als hoofdact, soms als toegift.
In het Nederlandse paviljoen werd in de performance van Dries Verhoeven (50) afgegeven op de traditioneel in Europa meest gewaardeerde kunstdiscipline: schilderkunst. ‘Paint a fucking landscape!’, was de wat cynische uitsmijter van de brultirade die daar op bezoekers werd afgevuurd. Hier op te vatten als: de wereld vergaat, hoe durf je nog te schilderen? En ook: hoe kun je nog genieten van schilderkunst?
Toch wordt er geschilderd, natuurlijk. Weinig in de landententoonstellingen (Groot-Brittannië, Turkije en Peru vormen enkele geslaagde uitzonderingen), maar volop door de kunstenaars die zijn geselecteerd voor In Minor Keys.
Soms is dat schilderen een reactie op de narigheid in de wereld. Toen de Indiase kunstenaar Sohrab Hura (44) jong was, geloofde hij dat fotografie de wereld kon veranderen. Hij had succes met zijn geëngageerde foto’s en is lid van fotopersbureau Magnum Photos.
Toch sloeg de twijfel toe: ‘Ik wist precies welke foto ik moest maken om een bepaald gevoel over te brengen’, legde hij in een interview uit. Het leed dat hij fotografeerde kon hij er niet mee oplossen.
Sinds kort maakt Hura schilderijen. Die tonen veelal komische, alledaagse of absurde liefdevolle scènes in felle kleuren. Vrolijke honden in een zwembad, twee vreemde figuren die elkaar omhelzen, een felblauw paard dat richting een zonsondergang loopt. Deze kunstwerken redden vast de wereld niet, maar verlichten die wel.
In dezelfde museumzaal hangen kleine collages van de Palestijnse kunstenaar Mohammed Joha (48), die in Frankrijk woont. Met stukjes doek, papier, plakband en andere gevonden materialen maakt hij landschappen die hij No Shelter noemt en die meteen doen denken aan Gaza.
Volgens de zaaltekst refereert hij met deze techniek aan ‘de creatieve veerkracht van een bevolking die aan haar lot is overgelaten terwijl de machthebbers onverschillig toekijken’. Dit is volkomen onspectaculaire kunst, geen luid statement, wel een duidelijke getuigenis.
De Biënnale zal bijna tweehonderd dagen duren. Wat zal het meest beklijven na de kakofonie: de subtiele melodieën of de ontregelende performances? Eén ding is duidelijk: nooit was er een groter contrast tussen de intentie van de curator en de openingsweek van de tentoonstelling.
‘De plek waar de wereld samenkomt’ werd vorige week een draaikolk van ongenoegen.
Venetië zit barstensvol kunst. Naast de hoofdtentoonstelling In Minor Keys en de honderd landententoonstellingen zijn in de stad tientallen andere tentoonstellingen te zien.
Mis deze locaties niet:
1. Giardini della Biennale
In de Giardini staan 28 landenpaviljoens, waaronder dat van Nederland, waar een verontrustende performance is te beleven. Bezoek ook de tentoonstellingen van Denemarken, Groot-Brittannië, Frankrijk, Japan, Oostenrijk en Polen. In het centrale paviljoen is een deel van de hoofdtentoonstelling In Minor Keys te zien, met onder meer de kunstwerken van María Magdalena Campos-Pons, Sohrab Hura en Mohammed Joha.
2. Arsenale di Venezia
In het Arsenale zijn nog eens 25 landententoonstellingen te vinden. Sla hier de tentoonstellingen van Luxemburg, Oekraïne, Turkije en de Verenigde Arabische Emiraten niet over. Ook is hier, binnen en buiten, het tweede deel van de hoofdtentoonstelling In Minor Keys te zien. Het gedicht van Refaat Alareer en de video van Nina Katchadourian vind je hier.
3. Chiesa di Sant’Antonin
Nadat Gabrielle Goliaths video-installatie was geweigerd voor de Zuid-Afrikaanse tentoonstelling, vond zij een prachtige nieuwe locatie in deze ontwijde kerk. Elegy in Venice is een aangrijpende klaagzang en aanklacht tegelijk. Gelukkig is het kunstwerk aan de censuur ontsnapt.
(t/m 31/7)
4. Complesso dell’Ospedaletto
Voor de derde keer organiseert Fondazione Between Art and Film van ontwerper, verzamelaar en mecenas Beatrice Bulgari een overweldigende tentoonstelling in Venetië. Dit keer met acht speciaal voor de locatie (een voormalig ziekenhuis) gemaakte video- en mediakunstinstallaties van onder meer Janis Rafa en Lawrence Abu Hamdan.
5. Palazzo Contarini Polignac
In Still Joy – From Ukraine laten 21 internationale kunstenaars zien wat plezier in tijden van oorlog kan betekenen. Zo lieten kunstenaars Roman Khimei en Yarema Malasjtsjoek een Oekraïense jongen die naar Polen was gevlucht via een robothond zijn school en ouderlijk huis bezoeken. Het is schrijnend om te zien hoe hij (via die robot) contact zoekt met zijn kat en zijn moeder.
(t/m 1/8)
6. Palazzo Tiepolo Passi
De jong overleden Chinees-Canadese schilder Matthew Wong (1984-2019) had in 2024 een adembenemend mooie tentoonstelling in het Van Gogh Museum in Amsterdam. In de kleine tentoonstelling Interiors ligt de nadruk op de eveneens bloedmooie kleurrijke en dromerige interieurs die hij schilderde.
(t/m 1/11)
7. San Giovanni Evangelista
Belarus, een dictatuur, kent geen vrijheid van meningsuiting. De groepstentoonstelling Official. Unofficial. Belarus toont kunstwerken die zijn gemaakt door kunstenaars die het land zijn ontvlucht. Zij laten voelen hoe beklemmend onvrijheid, surveillance en censuur zijn.
8. Giardino Mistico
De tentoonstelling van het Vaticaan bestaat uit een kloostertuin vol geluidskunst om bezoekers in vervoering te brengen. The Ear is the Eye of the Soul is geïnspireerd door de Duitse mysticus Hildegard van Bingen (1098-1179). Onder anderen Brian Eno, FKA Twigs, Patti Smith en Meredith Monk werkten mee. Let op: het is nodig om van tevoren een tijdslot te reserveren.
Exposities t/m 22/11, tenzij anders vermeld.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant