Home

Te vrolijk, te saai, te perfect: de onmogelijke eisen waaraan actrice Anne Hathaway moest voldoen

Het is de maand van Anne Hathaway. Na The Devil Wears Prada 2 verschijnt deze week Mother Mary, waarin ze een getroebleerde popster speelt. Een toonbeeld van haar reikwijdte: van komisch talent tot emotionele diepgang.

Het is de maand van Anne Hathaway. Na The Devil Wears Prada 2 verschijnt deze week Mother Mary, waarin ze een getroebleerde popster speelt. Een toonbeeld van haar reikwijdte: van komisch talent tot emotionele diepgang.

Er was eens een meisje dat haar moeder op het toneel zag acteren en dacht: dat wil ik ook. Een kwarteeuw later stond ze met een Oscar in haar hand, voor dezelfde rol als die ze haar moeder had zien spelen: Fantine in Les Misérables. Anne Hathaways carrière klinkt als een sprookje. Inclusief obstakels, zoals de onlinehaatcampagne die ze moest trotseren.

Met de release van Mother Mary en twee weken geleden van The Devil Wears Prada 2 kan dit gerust de maand van Anne Hathaway (43) worden genoemd. En dan volgen in de zomer nog Christopher Nolans The Odyssey en David Robert Mitchells The End of Oak Street. De manier waarop ze in Mother Mary een gebroken, lege huls van een mens speelt, om in een volgende scène overtuigend als een ongenaakbare popster op het podium te staan, is een toonbeeld van haar reikwijdte. Hathaway is terug van (nooit helemaal) weggeweest.

De in New York geboren Hathaway begon haar filmcarrière als prinses. Haar debuut, en direct ook doorbraak, was in The Princess Diaries (2001) als Mia Thermopolis, een doorsnee scholier die de troonopvolger blijkt te zijn van een klein Europees vorstendom. Het was een rol waarin de destijds 19-jarige Hathaway in slapstickachtige scènes haar komisch talent kon etaleren.

Dat ze ook met dramatische rollen uit de voeten kon, bewees ze met Rachel Getting Married (2008). Rechtstreeks uit de afkickkliniek bezoekt de door haar gespeelde Kym de bruiloft van haar zus Rachel, een explosieve mix van schuldgevoel, wrok en een neiging tot (zelf)destructie met zich meetorsend. Het leverde haar een Oscarnominatie op. Tussendoor schreef ze met The Devil Wears Prada (2006) ook nog even een iconische film op haar naam (al is dat toch vooral de film van Meryl Streep).

In een interview uit 2012 met de LA Times noemde ze Streep samen met Cate Blanchett en Kate Winslet haar grote voorbeelden. ‘Maar ik geloof niet dat ik hun talent heb. Dus het enige wat ik kan doen is keihard werken.’ Dat interview was naar aanleiding van de film waarvoor ze een aantal maanden later een Oscar zou winnen: Les Misérables. Maar wat het voorlopig hoogtepunt had moeten worden van haar carrière, bleek het middelpunt van een zware periode.

Les Misérables

In Les Misérables speelt ze Fantine, een fabrieksarbeider die in de prostitutie belandt in het Parijs van begin 19de eeuw. Regisseur Tom Hooper stuwt de bombast flink op in de scène waarin Fantine eerst haar haren, dan een paar tanden en vervolgens haar waardigheid opgeeft in een wanhopige poging haar dochter te onderhouden.

De sequentie eindigt met Hathaway die I Dreamed a Dream zingt. Het is een van de weinige scènes waarin Hooper het simpel houdt: een close-up van Hathaway, de achtergrond wazig. Het is een scène die volledig leunt op Hathaway en haar livevertolking. Dat doet ze met een grote emotionele intensiteit. Haar gezicht en mond verwrongen van pijn en wanhoop, haar loepzuivere stem waarmee ze af en toe schrijnend uithaalt. Het zit op de rand van kitsch, maar gaat daar (al zijn de meningen daarover verdeeld) niet overheen.

Hathaway viel kilo’s af voor de rol en bleef Hooper om meer takes vragen, om nog dieper in de emotionele afgrond van Fantine door te dringen. Dat dit de rol was die ze haar moeder op toneel had zien spelen, toen ze een jaar of 8 was, maakte de betekenis ervan nog groter. In voorbereiding op haar eigen vertolking sprak ze uitvoerig met haar moeder over de rol, vertelde ze aan The Hollywood Reporter. ‘Het gaf me het vertrouwen dat deze rol in mijn bloed zat, in mijn DNA. Het was familie-erfgoed.’

Golf van onlinehaat

Maar hoe betekenisvol de rol en de waardering die ze ervoor kreeg ook waren, genieten kon ze er niet van. In 2011 presenteerde ze samen met James Franco de Oscars. Dat werd door hun totale gebrek aan chemie een debacle. Beiden werden bekritiseerd. Franco was volgens de critici te afwezig en zelfingenomen, Hathaway deed te krampachtig haar best dat te compenseren.

Maar het was de kritiek op Hathaway die aanzwol tot een bizarre golf van onlinehaat toen ze het jaar daarop zelf een Oscarnominatie kreeg voor Les Misérables en, zoals dat dan gaat, een intensieve pr-campagne voerde. Wat volgde toont maar weer eens aan dat als je als vrouw te zichtbaar bent, je dat al snel op haat kan komen te staan.

In het geval van Hathaway kreeg die haat zelfs een eigen naam: Hathahate. Op sociale media als Twitter werd het een sport om te laten weten dat je een hekel had aan Hathaway, waarbij men niet eens trachtte te verbergen dat die haat geen enkele fundering had. ‘Anne Hathaway is irritant perfect. En ik haat haar.’ ‘Anne Hathaway is saai. Ik haat saaie mensen.’ ‘Ik haat Anne Hathaway. Zonder enkele reden. Ik haat haar gezicht gewoon.’

Het is maar een greep uit de stroom berichten van vooral eind 2012, toen haar Oscarcampagne op volle toeren draaide. Hathaway was te vrolijk, te energiek, te emotioneel, te serieus, gaf te perfecte antwoorden, zag er te perfect (maar niet sexy genoeg) uit. Het was in dezelfde periode dat Jennifer Lawrence juist de harten stal met haar gestuntel op trappen en liefde voor bier. Lawrence was cool, Hathaway saai. (Overigens kreeg Lawrence enkele jaren later ook een haatcampagne te verduren.) The Washington Post vatte het treffend samen in een artikel uit 2014: ‘[Hathaway] kreeg een lawine van slechte publiciteit over zich heen de laatste jaren vanwege dat o zo polariserende vergrijp: jezelf zijn.’

De rollen droogden niet volledig op, maar veel scheelde het niet. Terugblikkend in een interview in Vanity Fair uit 2024, uitte ze haar dankbaarheid richting regisseur Christopher Nolan. Die castte haar als Catwoman in The Dark Knight Rises (2012) en in 2014, toen de haat op zijn dieptepunt was, in zijn scifi-epos Interstellar. ‘Ik weet niet of hij zich er destijds van bewust was dat hij me steunde, maar dat was wel het effect ervan.’

Weer op gang

Vanaf dat moment kwam haar carrière gestaag weer op gang. Zo speelde ze een van de hoofdrollen in het vermakelijke The Intern (2015) van Nancy Meyers. Net als The Devil Wears Prada een film over een veeleisende (zij het stuk minder tirannieke) baas en een nieuwe stagiair, alleen was zij dit keer de baas en de stagiair niemand minder dan Robert De Niro.

In 2016 speelde ze in de indiefilm Colossal een alcoholist die ontdekt dat er een connectie is tussen haar en een monster dat huishoudt in Seoul. De film is een metafoor voor drankverslaving en de (onbedoelde) destructie die dat veroorzaakt, verpakt in een eigenaardige mix van romcom en monsterfilm. Een belangrijke reden dat de film werkt is Hathaway, die alle bizarre plotwendingen aardt in haar, dare I say, nuchtere spel. Het is een rol met emotionele diepgang, waarin ze ook haar fysieke komische talent kwijt kan, in de scènes waarin ze met haar bewegingen het monster ‘bestuurt’.

In The Princess Diaries somt Mia’s beste vriendin Lily alle redenen op om geen prinses te willen zijn. Eén: geen privacy, twee: je moet er altijd precies goed uitzien. Als ze bij nummer drie is (je kunt nooit gek doen), glijdt Mia uit op de tribune waar de twee overheen lopen en valt schaterlachend op haar kont.

Hathaway heeft het inmiddels allemaal meegemaakt: de onmogelijke eisen die aan een vrouw in de schijnwerpers worden gesteld, het onvermijdelijke onderuitgaan, maar ook het lachend weer opstaan en doorgaan. Het sprookje van Anne Hathaway is nog lang niet uit.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next