Home

Trainen jullie allemaal maar voor een beachbody, ik streef een nog onmogelijker doel na

Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.

Er is een theorie die zegt dat er ooit een dag komt dat je voor het laatst je kinderen optilt. Dat is natuurlijk geen theorie, maar een gegeven. Net zo onontkoombaar als de dood. Net zo onontkoombaar als dat de dag kwam dat jouw vader of moeder jou voor het laatst optilde.

De kans is groot dat je het niet doorhebt als die dag daar eenmaal is; je doet het, je merkt hoe zwaar ze is, voelt haar lange haar tegen je neus, probeert momentum te pakken door haar even tegen je aan te trekken, je zucht, steunt, mompelt wat over je onderrug en zet haar weer neer. En dat was het dan.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Het is een klinische waarheid, feitelijk en triest. Het is ook een waarheid waarbij ik me absoluut niet ga neerleggen, en ik heb me voorgenomen mijn dochters elke dag op te tillen. Het liefst tot de dag dat ik doodga.

Hopelijk gebeurt dat pas als ik heel oud en chagrijnig ben en het allemaal wel gezien heb. Dat zou wel betekenen dat ik als seniele, hoogbejaarde man mijn volwassen dochters van een jaar of 50, misschien 60, nog moet kunnen optillen, om vervolgens keihard dood neer te vallen.

Het lijkt me een geweldige manier om te sterven, al zal het waarschijnlijk diepe groeven nalaten in de psyche van mijn kinderen. ‘Onze vader had een best rare wens en daar heeft het hele gezin eigenlijk enorm onder geleden. Vooral de laatste jaren, toen het wat slechter met hem ging. Dus ja, we zijn wel blij dat het nu een keertje klaar is.’

Het betekent ook dat ik veel moet trainen, zodat ik sterk word en dat zo lang mogelijk blijf. Deadlifts, front squats, kettlebell swings. Een sterke core is ook belangrijk, dus veel planking. Trainen jullie allemaal maar voor een beachbody, ik doe het om een nog onmogelijker doel na te streven. Zo rond hun 20ste, als ik ongeveer 50 ben, zal het al lastig worden. En dan heb ik het nog niet eens over het brute sociale ongemak om ten overstaan van je vrienden of collega’s te worden opgetild door je vader.

Ondertussen vergeet ik het regelmatig. Zeker bij de oudste, die 11 is en een puberlijf begint te krijgen. Heb haar al zeker twee weken niet opgetild, bedenk ik nu ik op haar, haar zusje en mijn vrouw sta te wachten op Schiphol. Misschien is ze er zelf inmiddels wel een beetje klaar mee.

‘Papa!’, hoor ik, en een weer iets langere en zwaardere prepuber komt op me af rennen. Een paar grote stappen, dan zet ze zich af en springt. Recht in mijn armen.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next