Buitenlandminister Tom Berendsen heeft ondanks een rechterlijk bevel geen verzoek ingediend bij Israël om 48 Palestijnen met een Nederlands visum uit de zwaar getroffen Gazastrook te krijgen. Terwijl het echt niet zo ingewikkeld is.
Nee, minister Tom Berendsen, je hóeft geen Palestijnen te helpen als je niet wilt. Of wacht: het moet toch wel.
De voorzieningenrechter in Den Haag heeft de minister van Buitenlandse Zaken opgedragen 48 Palestijnse studenten uit Gaza consulaire hulp te bieden bij het ophalen van hun voorlopige visum op de Nederlandse ambassade in Jordanië. Aan hen waren al zowel een visum als een studieplek in Nederland toegezegd.
En rara, Israël laat ze niet zelfstandig uit Gaza vertrekken.
Over de auteur
Gijs Plantinga is internationaal vastgoedspecialist en oud-medewerker Ministerie van Buitenlandse Zaken.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onderaan dit artikel.
Tussen hen en dat visum – een sticker in je paspoort – staan dus geen wetten meer in de weg, maar alleen praktische bezwaren. En CDA-minister Tom Berendsen. Die mag van de rechter namelijk zelf bepalen hoe hij deze opgelegde inspanning invult. Hij hoeft ze niet zelf naar Amman te begeleiden.
Wat hij wel gaat doen is ook na zeventien naargeestige Kamervragen van de VVD niet duidelijk geworden. Geen ‘logistieke ondersteuning’ in elk geval. Ook geen namenlijstje verstrekken aan COGAT, de Israëlische dienst die dit soort uitreiskonvooien sanctioneert. Wel gaat hij tegen de uitspraak in beroep. Want stel je eens voor dat na deze buslading straks ook alle Oeigoerse doctorandussen persoonlijk met een limousine opgehaald willen worden.
Wat ook zou kunnen, en mij een stuk praktischer lijkt dan alle juridische procedures, is met twee marechaussees en een klaptafeltje in de kofferbak in een auto stappen en in een paar uur van Amman naar de dichtstbijzijnde grenspost van Gaza tuffen. Iets met bergen en profeten – gevaarlijke beeldspraak in deze contreien, I know.
Het toeval wil dat er momenteel iemand in Den Haag zit die geknipt is voor dat soort ritjes: Emiel de Bont, onze ambassadeur in Teheran. Die houdt van autorijden en is niet vies van een beetje avontuur. Omdat Israël een bevriende natie is en Emiel de Iraanse machthebbers heeft weten te weerstaan, mag hij er vast door.
En anders bied ik me aan. Ik heb twintig jaar terug immers zelf ervaring opgedaan als visumkoerier bij Buitenlandse Zaken. Zo ben ik eens met een pakket van duizend visumstickers onder de arm naar de Nederlandse ambassade in Caracas gereisd. In bruin pakpapier gewikkeld, met een straatwaarde van zo’n 5 miljoen euro. Ik moest er persoonlijk voor tekenen. Zelden is een overhead cabin compartment 12 uur lang zo nauwlettend beloerd als toen. Ik heb er nog een schuin oog van.
Ik wil maar zeggen: dit is dagelijkse kost voor het departement. De weg is er, nu nog de wil. Maar deze minister zal hooguit een obligate note verbale aan zijn Israëlische ambtsgenoot laten zenden. Een diplomatiek ‘te laat-briefje’, voor de administratie.
Nee Tom, je zou eens een paar Palestijnen de kans geven zich te ontwikkelen. Of een eerzame invulling geven aan je opdracht. Had de juf je misschien óók een sticker gegeven.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant