Vissen is het mooiste beroep op aarde, vindt de Urkse Job Post (dit jaar 25). De pasgetrouwde skipper hoopt op betere tijden voor de visserij, want die heeft het zwaar. ‘Ik wil er het beste van maken, vooral voor mijn bemanning.’
is televisierecensent voor de Volkskrant.
Hoe ben je opgegroeid?
‘In een vrij normaal gezin, in het oude dorp, hier op Urk. Drie maanden geleden ben ik uit huis gegaan. Toen ben ik getrouwd en gaan samenwonen met mijn vrouw. Dat doen wij hier tegelijkertijd, dat is traditie. Ik had dit huis al in december 2024 gekocht, maar het heeft dus eerst anderhalf jaar staan verrotten.
‘Je ziet wel dat het steeds lastiger wordt om die traditie overeind te houden, want ook hier worden de huizenprijzen hoger. Ik hoor steeds vaker dat mensen hun huwelijk blijven uitstellen omdat ze geen huis kunnen kopen.’
25 in 26
In de serie 25 in 26 vragen we jongeren die dit jaar 25 (zijn ge)worden hoe ze zijn geworden wie ze zijn en hoe ze hun toekomst zien. Meedoen? Mail een korte omschrijving (opleiding/woonplaats/bijzonderheden) naar: 25in26@volkskrant.nl
Heb je er ooit over nagedacht om ergens anders te gaan wonen?
‘Nee. Ik wil gewoon op Urk blijven. Dat komt door het gemeenschapsgevoel. We kunnen hier goed met elkaar overweg, hebben over het algemeen dezelfde instelling.’
Wat is die instelling?
‘Hard werken en niet mopperen.’
Hoe heb je je vrouw leren kennen?
‘Ze is het zusje van het kalletje – zo noemen wij hier iemands verkering – van een vriend van me. Tweeënhalf jaar geleden ging ze met ons groepje mee naar een bar, hier in het dorp. Het klikte meteen. Ze is nuchter en oprecht, typisch Urks. En we hebben dezelfde serieuze blik op het leven.’
Hoe bevalt het samenwonen?
‘Goed. Over de inrichting van ons huis werden we het snel eens. Of nou ja… Mijn vrouw heeft alles bepaald. Ik hoefde alleen maar te knikken.
‘Sinds kort hebben we een hondje, Teddy. Mijn vrouw had bij haar ouders vier honden, dus die is gewend om iets op de benen te hebben als ze op de bank zit. En ik ben skipper, kapitein op een vissersboot, dus ik zit doordeweeks op zee. Door Teddy heeft zij dan alsnog gezelschap.’
Hoe ziet jouw werkweek eruit?
‘Zondagnacht ga ik de Noordzee op om te vissen op tong, schol, tarbot en allerlei andere vissoorten. Donderdagnacht varen we de haven hier weer in.
‘Op zee werken we dag en nacht. Als het rustig is, werk je telkens een half uurtje met anderhalf uur pauze. Maar het kan ook extreem druk zijn, omdat je bijvoorbeeld een hoop troep naar boven takelt, waar je de vis tussen moet zoeken. Dan heb je soms een dag lang telkens maar tien minuten vrij, na vijftig minuten werken. Dan ga je snel even liggen – sokken uit, ogen dicht – zodat je lichaam denkt dat je slaapt. En daarna ga je er weer tegenaan.’
Dat lijkt me nogal slopend.
‘Dat hakt erin, ja. Maar je went eraan. In de weekenden moet ik wel altijd even herstellen. Gelukkig heb ik een lieve vrouw, die daar begrip voor heeft. Dus dat levert geen problemen op.’
Vanaf wanneer wist je dat je visser wilde worden?
‘Al snel, toen ik op de havo mijn vakkenpakket moest kiezen. Ik was altijd al iemand die graag met zijn handen werkt, dus ik hoef geen baan waarbij ik achter een bureautje moet zitten.
‘Mijn vader heeft eigen schepen. Soms ging ik een paar weekjes met hem mee, als ik vakantie had. Van het een komt het ander, en voor je het weet sta je zelf aan boord. Het is het mooiste beroep dat er is, je voelt zoveel vrijheid op zee, met het mooie water om je heen, lekker genieten van de natuur.
‘Ik ben onderaan begonnen, als kok. Koken kon ik toen nog niet echt, maar als je het in het diepe wordt gegooid, leer je zoiets vanzelf. Al moet ik toegeven dat ik vooral pasta kookte. Daarna werd ik machinist, toen was ik verantwoordelijk voor bijvoorbeeld de motoren. En sinds drie jaar ben ik skipper, op een van de boten van mijn pa.’
Hoe vond je het op school?
‘Verschrikkelijk. Het interesseerde me allemaal niet. Aan het einde van het jaar was mijn schrift nog leeg. Het erge is dat ik daar ook nog eens mee weg kwam, want ik haalde redelijke cijfers. Daardoor kreeg ik nooit het gevoel dat ik beter mijn best moest doen.
‘Na mijn derde jaar moest ik bepalen of ik door wilde met de laatste twee jaar havo, want die kan je hier in het dorp niet volgen. Daarvoor moet je naar een andere school, verderop, in Kampen. Maar omdat ik toch al wist dat ik visser wilde worden, heb ik een jaar vmbo-tl gedaan en daarna mijn papieren gehaald op de visserijschool. Vervolgens ben ik bij mijn vader aan boord gegaan.’
Vind je het jammer dat je niet hebt doorgeleerd?
‘Soms denk ik: wat heb ik er met de pet naar gegooid. Ik had makkelijk verder kunnen studeren. Maar ja, wat had ik daaraan gehad? Dan ben je een visserman met een papiertje.
Job Post wordt 25 op 16 juni
Woonplaats: Urk
Hoe volwassen vind je jezelf op een schaal van 1 tot 10? ‘Een 6. Ik mag dingen soms serieuzer nemen, want ik lach veel weg. Dat vindt mijn vrouw ook.’
Voel je jezelf onderdeel van een generatie? ‘Totaal niet.’
Waar ben je over zeven jaar? ‘Ik hoop dat ik dan kinderen heb. En dat het goed gaat met de visserij.’
‘Mijn broer heeft wel gestudeerd, die is naar de zeevaartschool in Rotterdam gegaan. Daardoor is hij pas op latere leeftijd gaan vissen. Maar hij heeft wel veel van de wereld gezien, is naar Shanghai geweest. Dat is ook wel mooi. Werken kan je je hele leven nog. Dus het is maar net hoe je het bekijkt. Elk verhaal heeft meerdere kanten, zeg ik altijd.’
Is het normaal dat mensen al op jouw leeftijd kapitein zijn?
‘Vroeger wel. Mijn vader was al op zijn 18de skipper. Maar toen ik skipper werd, was ik de jongste van het dorp. Je ziet dat minder jonge mensen gaan vissen. Dat komt door alle regelgeving, maar ook de hoge brandstofprijzen. Het is allang niet meer de vraag hoeveel winst je maakt, maar hoe hard je erop achteruitgaat. Maar ik blijf hopen dat er betere tijden aankomen.’
Kun je je voorstellen dat je ooit iets anders zou moeten doen?
‘Nee. Drie jaar geleden is er een saneringsronde geweest, waardoor een groot deel van de vloot van Urk bij het oud ijzer belandde. De schippers van die boten werken nu op de binnenvaart, of bij Rijkswaterstaat. Bij mij zou het vuurtje dan wel echt doven.
‘Het is erg frustrerend: ze gooien de hele zee vol met windmolens, terwijl wij daar maar met een paar boten tegelijk varen. Toch krijgen wij telkens te horen dat we minder mogen vangen.
‘In Brussel willen ze nu ook al verplichten dat we vanaf 2030 camera’s aan boord hebben die bijhouden hoeveel we vangen. Daar ga je toch niet prettiger van werken? Ik loop daar toch ook geen kantoor binnen om een camera op te hangen, om te controleren wat ze daar uitspoken?’
Maak je je veel zorgen?
‘Ik zet dingen makkelijk van me af. Anders houd je dit werk geen week vol. Maar misschien heeft het onbewust toch wel invloed op me. Soms ben ik toch best gestrest, geloof ik. Dat heeft mijn vrouw vaak beter door dan ik zelf. Ik praat er sowieso liever niet over. Het is al een wonder dat ik dit nu aan jou vertel.
‘Wij vissermannen zijn gewoon nuchter, zeggen altijd dat het allemaal wel meevalt. Na die saneringsronde werd een visser geïnterviewd voor een tv-programma, terwijl achter hem een kerkhof van schepen lag. Hij zei dat het hem niks deed dat zijn familiebedrijf bij hem eindigde. Maar toen hij toekeek hoe de grijper zijn eigen schip pakte, zag je iets heel anders in zijn ogen.’
Hij is even stil. ‘Een mooi beroep, dat is het. Zonde als het verdwijnt. Maar voor nu wil ik er het beste van maken, vooral voor mijn bemanning. Daar heb ik zo’n gigantisch hechte band mee, ook omdat het een risicovol beroep is. Elke zondagnacht, voor we uitvaren, gaat de Bijbel open. Dan bid ik dat de zes man die de haven uitvaren, ook weer allemaal terugkomen.’
Wat betekent je geloof voor jou?
‘Het geeft houvast. Natuurlijk heb ik weleens getwijfeld, dat ik dacht: wie is God? En wat voor sprookjesboek zit ik nu te lezen? Of als ik iets meemaakte waarvan ik niet had gedacht dat God zoiets zou laten gebeuren.
‘Maar bij tegenspoed merk ik altijd dat er een kracht van boven is die me helpt. Toen mijn oma vorig jaar op sterven lag, zat ik op zee. Gelukkig was ik net op tijd terug om haar nog te zien. Mijn oma was een felle vrouw, maar ze lag daar helemaal rustig en wees naar boven. Jezus is ook voor mij opgestaan, zei ze.’
Wat hoop je nog te bereiken?
‘Ik heb het goed – en dat probeer ik zo te houden. En ik wil een mooi gezin, met kinderen. Natuurlijk hoop ik dat ik de visserscultuur ook aan hen kan doorgeven.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant