Real Betis keert komend seizoen na 21 jaar terug in de Champions League. De ploeg van oud-Ajacied Antony en oud-Feyenoorder Sofyan Amrabat won dinsdag met 2-1 van Elche en verzekerde zich zo van de vijfde plek in La Liga.
Eerder plaatsten kampioen FC Barcelona, Real Madrid, Villarreal en Atlético Madrid zich al voor het hoofdtoernooi van de Champions League. Die clubs waren dit seizoen ook actief in het miljoenenbal.
Voor Real Betis is Champions League-plaatsing een bijzonderheid. De enige keer dat de Spaanse club meedeed aan het belangrijkste Europese clubtoernooi was in het seizoen 2005/2006. Betis eindigde destijds als derde in groep G, achter Liverpool en Chelsea, en daarmee was het Champions League-avontuur voorbij.
Betis kende daarna mindere jaren. De club uit Sevilla degradeerde in 2009 en 2014 uit La Liga, maar keerde beide keren wel snel terug. Daarna ging het beter. In 2022 werd Betis ook al vijfde, maar die plek gaf toen nog geen recht op Champions League-voetbal. Dit seizoen is dat wel het geval in Spanje.
De vreugde bij Betis was dinsdag groot na de 2-1-thuiszege op Elche. Cucho Hernandez en Pablo Fornals scoorden voor de thuisploeg in Estadio Benito Villamarín. Amrabat en Antony maakten de negentig minuten vol bij de verliezend Conference League-finalist van vorig seizoen.
Atletico Madrid kwam dinsdag ook in actie in La Liga. De ploeg van trainer Diego Simeone won met 1-2 bij Osasuna.
Atlético kwam in Pamplona na een kwartier op voorsprong via een strafschop van Ademola Lookman. In de tweede helft maakte Alexander Sørloth de tweede treffer voor Atlético, dat de wedstrijd met tien man beëindigde na de tweede gele kaart voor Marcos Llorente.
Kike Barja scoorde in de extra tijd nog voor Osasuna uit de rebound.
Source: Nu.nl sport