In zaken die het welzijn van kinderen treffen door de overheid en onze rechters, wordt vaak in het geheel geen acht geslagen op de rechten van kinderen onder het Kinderrechtenverdrag. Dat moet (en kán ook) anders.
In Haagse bestuurlijke burelen en de paleizen van justitie is er een groep die structureel niet wordt vertegenwoordigd: kinderen. Zij worden vaak genoemd, maar hun rechten worden net zo vaak met voeten getreden. Het Verdrag inzake de Rechten van het Kind blijkt voor velen in die kantoren en paleizen onbekend. Het is een realiteit die in de praktijk van schuldhulp en rechtshulp dagelijks wordt gezien.
Tegelijkertijd hebben kinderen bescherming tegen de verzinsels van de Haagse burelen juist hard nodig. Er zijn wetten die rechtstreeks in strijd zijn met het Verdrag en die schulden en verplichtingen op kinderen leggen die helemaal niet kunnen. Neem artikel 18a van de Participatiewet, waarin kinderen hoofdelijk aansprakelijk zijn voor door hun ouders of verzorgers veroorzaakte schulden. En zie de Remigratiewet, waarin verplichtingen aan kinderen worden opgelegd die in strijd zijn met het Verdrag.
De afdeling advies van de Raad van State heeft dit alles gemist bij het advies over het wetsontwerp Wet handhaving sociale zekerheid. Voor kinderen zit er niets anders op dan terugvallen op de bescherming door de rechtspraak tegen al dit onrecht en al deze onrechtmatige overheidsdaden.
Over de auteurs
Peter Goes is bestuursvoorzitter van Je Goed Recht. Bas Woudstra is directeur-bestuurder bij Nieuw Vaarwater. Tim Somers is directeur van Fonds Bijzondere Noden Rotterdam.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onderaan dit artikel.
De regering verzette zich in 2022 tot en met 2024 met hand en tand tegen de toepasselijkheid van het Verdrag in situaties waar drinkwaterbedrijven vanwege wanbetaling woningen van water afsloten. Dat de regering de toegang tot water eerder erkende als belangrijk mensenrecht was zij kennelijk weer vergeten. De rechter moest eraan te pas komen om vast te stellen dat water afsluiten van woningen waar kinderen wonen, in strijd is met artikel 3 van het Kinderrechtenverdrag. Dat bepaalt dat bij alle maatregelen die kinderen betreffen het belang van het kind voorop moet staan.
Onlangs bepaalde de Hoge Raad hoe omgegaan moet worden met situaties waarbij een verhuurder of gemeente wil overgaan tot woningsluiting van een woning waar ook kinderen wonen. Op grond van het Kinderrechtenverdrag heeft het kind namelijk recht op huisvesting en een recht om niet gescheiden te worden van de ouders, tenzij die scheiding juist in zijn of haar belang zou zijn.
Allereerst stelde de Hoge Raad dat bij de beoordeling door de rechter de belangen van het kind de eerste overweging moeten zijn. Ook stelde hij dat het gedrag en de mate van verwijtbaarheid van ouders niet het gewicht mag relativeren dat toekomt aan de belangen van kinderen.
Ondanks dit wijze inzicht wordt in veel zaken die het welzijn van kinderen treffen door de overheid en onze rechters in het geheel geen acht geslagen op de rechten van kinderen onder het Kinderrechtenverdrag. Er zijn veel voorbeelden te vinden, maar neem het schrijnende geval van een moeder met twee kinderen die tot eind 2024 met haar kinderen in een woning in Zwolle verbleef. Die was te klein om op een verantwoorde manier invulling te geven aan haar gezinsleven. Zij zocht daarom actief naar geschikte, grotere woonruimte.
Toen zij uiteindelijk een woning toegewezen kreeg in Rotterdam, betrok zij die met haar kinderen en slechts twee koffers met kleding. Haar verzoek om bijzondere bijstand voor de inrichting van het huis werd zonder een woord over de kinderen afgewezen. Haar bezwaar werd ook afgewezen, wederom zonder een woord over de kinderen. De bestuursrechter maakte het vervolgens nog bonter. Die stelt eerst vast dat de door de moeder te maken kosten voor de inrichting noodzakelijk waren, maar vindt dat zij dan maar had moeten sparen. Zij wijdt geen woord aan de rechten van de kinderen en heeft er blijkbaar geen moeite mee dat die op de koude vloer slapen.
Dit is bij lange na niet de enige zaak waar door een bestuursrechter evident in strijd met het Verdrag inzake de Rechten van het Kind is beslist. Zelfs de Centrale Raad van Beroep – de hoogste rechter inzake uitkeringen – heeft op dezelfde wijze geoordeeld in andere zaken.
Het inhumane handelen en onmiskenbare falen van deze rechters lijkt voor een belangrijk deel het gevolg van onbekendheid met het Verdrag. Daarom een pragmatisch voorstel. Een selectie van scholieren bezoekt de komende maanden de diverse gerechten en andere rechtsprekende instanties in ons land, om spreekbeurten te houden over hun eigen rechten onder het Kinderrechtenverdrag.
Daarbij maken zij dan gebruik van door Unicef beschikbaar gestelde lespakketten. De inhoud en soms zelf het bestaan van het Verdrag lijkt veel rechters te zijn ontgaan en dat zorgt voor veel onrecht en pijn. Wellicht dat een college vóór kinderen, dóór kinderen meer indruk gaat maken dan het lezen van een wettekst (of dit opiniestuk).
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant