Na 25 jaar struisvogelpolitiek moet het kabinet eindelijk de kop uit het zand trekken. Het feit dat in 2031 de eerste 30-jaarstermijn van de hypotheekrenteaftrek eindigt, kan niet langer genegeerd worden. ‘Als het kabinet niets doet, ontstaat er chaos.’
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën en landbouw.
Financieel adviesbureau Van Bruggen Adviesgroep bracht het sluimerende probleem in maart nog maar eens onder de aandacht door middel van een onthullende enquête. Bijna een kwart van de huiseigenaren van 40 tot 67 jaar weet niet dat hypotheekrente maximaal 30 jaar aftrekbaar is. Meer dan de helft (56 procent) weet niet wanneer hun recht op hypotheekrenteaftrek eindigt. Voor de ouderen zal dat vaak al over vijf jaar zijn, in 2031, omdat ze dan dertig jaar gebruik hebben gemaakt van de fiscale aftrekmogelijkheid.
Uit AFM-onderzoek blijkt dat de aflossingsvrije hypotheek in 2024 nog steeds de meest voorkomende hypotheekvorm was. Ongeveer twee derde van de huiseigenaren leent aflossingsvrij. In de leeftijdsgroep boven de 65 jaar is dat maar liefst 94 procent, en het gaat om driekwart van de 45 tot 64-jarigen. Het overgrote deel (meer dan 90 procent) heeft hypotheekrenteaftrek en is in één klap ruim 38 tot bijna 50 procent meer aan hypotheeklasten kwijt, zodra deze vervalt.
De 30-jaarstermijn is in 2001 ingevoerd vanwege de snelle toename van het aantal aflossingsvrije hypotheken. De hypotheekrenteaftrek maakte deze hypotheekvorm, waarbij de lener alleen rente betaalt en niets van zijn schuld aflost, ongekend populair. Het toenmalige kabinet vreesde dat de fiscale subsidie op het eigen huis de overheid op den duur te veel geld zou kosten.
Op 1 januari 2031 verliezen waarschijnlijk honderdduizenden (niemand weet precies hoeveel) huiseigenaren hun recht op hypotheekrenteaftrek. Iedereen die daarna de rente wil blijven aftrekken, moet dan zelf kunnen bewijzen dat zijn 30-jaarstermijn nog niet verstreken is. Het probleem is dat veel mensen dat niet kunnen, omdat ze hun oude belastingaangiften niet tientallen jaren hebben bewaard.
Maar – en nu komt het – de Belastingdienst en de hypotheekverstrekkers hebben deze gegevens ook niet. De Belastingdienst is wettelijk verplicht de belastingaangiften van burgers na zeven jaar te vernietigen. De Belastingdienst is dus helemaal niet in staat de 30-jaarslimiet van de hypotheekrenteaftrek te controleren.
De wettelijke bewijslast ligt bij de huiseigenaar, dus formeel zou de fiscus gewoon kunnen stellen dat die maar met bewijzen moet komen en anders de aftrek verliest. Maar controle van alle belastingaangiften met een hypotheek vraagt enorm veel arbeidscapaciteit, die de Belastingdienst niet heeft. En handhaving zal een stortvloed aan bezwaarschriften uitlokken, die de dienst qua mankracht evenmin aan kan.
Controle is extra complex doordat maar weinig mensen dertig jaar lang dezelfde hypotheek hebben. Mensen kopen eerst een eigen huis, gaan samenwonen, kopen dan samen een huis, scheiden weer, verhogen hun hypotheek tussentijds voor een verbouwing en kopen later weer een nieuw huis met een andere partner.
Deze levensgeschiedenis is niet uitzonderlijk. De (ex-)partners hebben allemaal andere hypotheekrenteaftrekverledens. De ene partner heeft misschien achttien jaar aftrek genoten, de tweede 25 jaar en de derde misschien pas vier.
Er is niemand die dit soort kluwens kan ontwarren. De 30-jaarstermijn is dus niet handhaafbaar. Opeenvolgende kabinetten zijn hiervoor de laatste tien jaar uitvoerig gewaarschuwd, maar kozen ervoor struisvogelpolitiek te bedrijven. Het tweede kabinet-Kok dacht in 2001 niet na over de handhaafbaarheid, omdat het (net als de Belastingdienst) ervan uitging dat de aftrek in 2031 wel afgeschaft zou zijn. De fiscale subsidie is volgens vrijwel alle economen immers marktverstorend en ondoelmatig.
Onderzoeksbureau Panteia gaf in 2019 in een evaluatie al een duidelijke waarschuwing af. ‘Er is nog geen beleid voor handhaving van de 30-jaarstermijn, dat kan vanaf 2031 tot grote problemen leiden.’ Beleidsonderzoeker John Boog, destijds betrokken bij het onderzoek, voorspelt ‘chaos’ bij de Belastingdienst als er voor 2031 niets aan de hypotheekrenteaftrek verandert.
De Panteia-evaluatie verdween in een diepe la; met de aanbevelingen werd niets gedaan. Boog denkt dat dit komt doordat het rapport uitkwam vlak voor de coronapandemie, maar ook doordat ‘we sindsdien veel demissionaire kabinetten hebben gehad die bestonden uit partijen met tegengestelde opvattingen’. En: ‘Men dacht ook: dat probleem speelt pas over tien jaar, dus we hebben nog wel even.’
Volgens het ambtelijke rapport ‘Bouwstenen voor een beter en eenvoudiger belastingstelsel’ uit 2024 is een geleidelijke afbouw heel goed te organiseren zonder dramatische inkomenseffecten voor huiseigenaren. De ambtenaren doen daarvoor een aantal suggesties, en schrijven: ‘De 30-jaarstermijn is vanaf 2031 niet goed uit te voeren voor de Belastingdienst en vraagt echt om een beleidsaanpassing.’
Maar de VVD, die al zestien jaar onafgebroken regeert, houdt alle hervormingen van de hypotheekrenteaftrek tegen. CDA en D66 stelden tijdens de recente formatie voor de aftrek geleidelijk af te bouwen, maar de VVD schrapte dat voornemen uit het definitieve regeerakkoord. Na de formatie liep de partij triomfantelijk te koop met deze tactische overwinning. Op VVD-billboards in het hele land was te lezen: ‘Afspraak is afspraak. Hypotheekrenteaftrek blijft.’
Dat triomfalisme maakt het onwaarschijnlijk dat de liberalen alsnog zullen instemmen met afbouw van de hypotheekrenteaftrek. Desondanks zal het kabinet toch een antwoord moeten formuleren op het 2031-probleem. Het ministerie van Financiën presenteert woensdag een palet aan mogelijke oplossingen, waaruit kabinet en Tweede Kamer dan een keuze moeten maken.
Eén optie is het afschaffen van de 30-jaarstermijn. Huizenbezitters met een oude aflossingsvrije hypotheek, die al het meest van het fiscale voordeel hebben geprofiteerd, zouden dan nog twaalf jaar langer renteaftrek krijgen. Dat kost de schatkist tussen 2031 en 2042 een miljard euro per jaar. Als het kabinet daarvoor kiest, moet het de inkomstenderving opvangen met bezuinigingen of lastenverzwaringen elders.
Luister ook naar onze politieke podcast ‘De Kamer van Klok’:
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant