Home

Digitale kaartenmaker Frans van der Vleuten doet eindexamen aardrijkskunde: ‘Ik begrijp nu pas de logica achter het woord suburbanisatie’

Dag 3: De centraal schriftelijke eindexamens in het voortgezet onderwijs zijn op stoom. De Volkskrant doet twee weken dagelijks verslag.

‘Ik wil het geen trauma noemen, maar ik werd al zenuwachtig toen ik de zin ‘neem de cijfers 1, 2 en 3 over op het antwoordblad’ las. Nog voor ik naar de inhoud had gekeken’, verzucht digitale kaartenmaker Frans van der Vleuten (41) over het vmbo-examen aardrijkskunde. ‘Zo’n leerling was ik dus.’

Zijn landkaartjes die taalverschillen tussen regio’s in Nederland en België laten zien, zijn een hit op Instagram. Die dialectwoorden, zoals het Limburgse ‘lengleng’ in plaats van limonade of ranja, worden ingestuurd door zijn ruim tachtigduizend volgers.

De liefde voor kaarten ontwikkelde Van der Vleuten dankzij zijn oom. ‘Hij werkte bij een bedrijf dat bouten en moeren verkocht aan het Midden-Oosten, reisde daarvoor veel en had daardoor een fascinatie voor geografie. Soms kwam hij binnen en zei hij tegen mij ‘Madagaskar’ en dan moest ik ‘Antananarivo’ zeggen, de hoofdstad.’

Opvallend aan het examen vond Van der Vleuten dat Andalusië in de vraagstelling een provincie werd genoemd in plaats van een autonome gemeenschap. ‘Al had dat het misschien onnodig ingewikkeld gemaakt.’ Ook het begrip suburbanisatie trok zijn aandacht. Waar hij het als tiener maar een abstract woord vond, begrijpt hij nu de logica erachter.

‘Ik ben me pas na mijn studie met taal gaan bezighouden. Met een beetje kennis van Latijn snap je de woorden ‘sub’, wat onder of nabij betekent, en ‘urban’, dat van stad komt. Dan is het veel logischer dat suburbanisatie met buitenwijken te maken heeft. Ik wou dat ik die kennis toen al had gehad.

‘Volgens mij heb ik aardrijkskunde helemaal niet als eindexamenvak gehad’, vertelt Van der Vleuten, die zelf grafisch ontwerpen studeerde. ‘Ik weet ook helemaal niet of ik aardrijkskunde toen wel zo’n interessant vak vond. Het is natuurlijk veel breder dan topografie en ik had vooral een liefde voor kaartlezen en weten waar dingen liggen.’

Aangenomen wordt dat Jan van Eyck zichzelf in de spiegel heeft weergegeven in het Arnolfini-portret. (...) Van Eyck zou een van de twee figuren in de deuropening zijn, en dan waarschijnlijk de in het rood geklede man. Ervan uitgaande dat Van Eyck zichzelf hier heeft weergegeven, kan gesteld worden dat uit het zelfportret zelfbewustzijn van de kunstenaar spreekt. Geef, op basis van de manier waarop Van Eyck zichzelf neerzet, twee argumenten voor deze stelling. (Tekenen, handvaardigheid, textiele vormgeving, vwo.)

Volg je een opleiding aan mbo, hbo of universiteit? Sluit dan gratis een digitaal abonnement af op de Volkskrant via volkskrant.nl/studenten

Source: Volkskrant

Previous

Next