Home

Dit zijn de tien beste liedjes van het Songfestival, volgens de Volkskrant-experts

Voor wie toch het Eurovisiesongfestival wil kijken en een land zoekt om voor te kunnen juichen: de tien beste inzendingen van dit jaar.

Noorwegen: Jonas Lovv – Ya Ya Ya

Jonas Lovv brengt rock-’n-roll naar het Eurovisiesongfestivalpodium met een Jack White-achtige bravoure en heerlijk vette dictie. De constant pulserende gitaarriff lijkt net als die bravoure geleend van de beste gitaarbands uit de jaren nul, maar door de ietwat dramatische zang is dit toch een onmiskenbaar Songfestivallied geworden

Jonas Lovv had voor zijn deelname al een bescheiden bekendheid in zijn thuisland: het Noorse publiek kon hem vorig jaar namelijk leren kennen in televisietalentenjacht The Voice. Daar schopte hij het tot de halve finale.

De combinatie van de gitaarriff met de zangmelodie in het refrein werkt vooral goed, in Ya Ya Ya. En de longinhoud van Lovv werkt enorm in zijn voordeel; hij zingt alles met een bewonderenswaardige kracht. Er zitten wat hoge uithalen in het nummer die spannend zullen zijn om live te zingen, maar daar bleek hij in eerdere live-uitvoeringen geen moeite mee te hebben.

Kroatië: Lelek – Andromeda

De Kroaten van de band Lelek haalden voor hun lied inspiratie uit de geschiedenis van hun land. Andromeda gaat over de vrouwen die zich weigerden over te geven aan de Ottomanen, soms zelfs met de dood als enige andere optie. De tatoeages die de zangeressen op hun gezicht dragen tijdens hun vertolking van het lied, droegen Kroatische vrouwen vroeger ook, om de islamitische Ottomanen af te weren.

Behalve een indrukwekkende geschiedenisles een lied over kracht dus, en dat is te horen. Het is een soort folkpowerballad, waarbij de onheilspellende sfeer door het slepende ritme bijna tot kippenvel aan toe overkomt. De climax zit keurig op twee derde van het lied, en ondanks het sjabloonmatige daarvan sleept het je toch mee.

De mythisch klinkende harmonisaties van de vijf zangeressen zijn vooral indrukwekkend, de teksten worden met zo veel overtuiging gebracht dat het bijna voelt alsof je rechtstreeks vanuit de 18de eeuw wordt toegezongen.

België: Essyla – Dancing on the Ice

De Belgische zangeres Essyla (Alice van Eesbeeck) is ingetogen cool op het smaakvol dansbare Dancing on the Ice. Onder de coupletten sluimert een verlangen naar ontlading, die pas in de refreinen een beetje komt. Maar echt knallen wordt het nooit, en dat maakt het een elegant en beheerst dancenummer.

Ook Essyla deed mee aan The Voice, ze werd daar tweede. Dat ze al eerder onder druk heeft moeten zingen voor een groot publiek, zal haar helpen bij de vertolking van haar lied, waarvan substantiële delen gevaarlijk de hoogte in gaan.

De tekst is helaas onbegrijpelijk, dus blijf vooral letten op het hartslagritme en de knappe vocale bochten waar Essyla zich succesvol in weet te wringen.

Oostenrijk: Cosmó – Tanzschein

De Oostenrijkse inzending is hedonistisch, grappig en heeft een makkelijk te leren dansje: Tanzschein móét wel een succes worden. Het leukste gedeelte is het staccato en erg laag gezongen refrein, dat gaat Cosmó ook goed af. Het wordt spannend in de stukken daartussen: op liveversies klinkt zijn stem daar bij vlagen erg wiebelig en zwak.

Mocht dat op het podium in Wenen ook misgaan, dan is er gelukkig nog de vrolijk doorstuiterende drumcomputer om ons af te leiden, en de bridges die rechtstreeks uit het oeuvre van David Guetta uit de jaren tien lijken te zijn geplukt. Of de finale, waarin het dansen opeens wat van z’n braafheid verliest en een beetje grimmig durft te worden. En natuurlijk de dansers met dierenmaskers.

Zwitserland: Veronica Fusaro – Alice

Het had qua tekst en thema zomaar een liedje van Lucy Dacus kunnen zijn, deze tragisch strijdbare indiewals. Veronica Fusaro is verliefd op Alice, maar die staat in de clip nu net met iemand anders te trouwen. In plaats van daardoor in een ballade te verzanden, is Alice een sexy gitarenlied geworden, met prachtige stem gezongen.

Die stem is nét ruw genoeg om Fusaro’s boodschap overtuigend over te brengen. Ze kan bovendien de uithalen net klaaglijk genoeg brengen zonder daarmee haar coolheid te verliezen, wat een erg dunne lijn is om te bewandelen. De gitaarsolo is behoorlijk cliché, maar dat zien we voor het Eurovisiesongfestival door de vingers.

Fusaro timmert trouwens al een tijdje aan de weg: ze bracht al twee albums uit, won een aantal kleine prijzen en stond in 2019 op het Britse festival Glastonbury.

Finland: Linda Lampenius & Pete Parkkonen – Liekinheitin

Je begrijpt waarom Finland graag wilde dat bij hun inzending wél live muziek werd gespeeld. Het werkelijk bespelen van een instrument is niet toegestaan bij het Eurovisiesongfestival, maar voor Finland wordt dit jaar een uitzondering gemaakt, besloot de organisatie vorige week.

Gelukkig, want zonder het vurige spel van violist Linda Lampenius is Liekinheitin (‘vlammenwerper’) een lege huls. In dit lied draait alles om de wisselwerking tussen het triomfantelijke vioolspel van Lampenius en de smachtende, misschien wat overdreven gepassioneerde rockstem van Pete Parkkonen.

De viool en de stem spréken met elkaar, boven een basale dancebeat en de vervormde en best avontuurlijke elektronica in het refrein. Een bijzonder geluid, omgeven door onmiskenbare Songfestivalglitters: Liekinheitin is een logische favoriet bij de bookmakers.

Malta: Aidan – Bella

De walsende ballade Bella brengt ons terug naar een rijk Songfestivalverleden, waarin smachtende orkesten de inzendingen lieten glinsteren en ‘liedjes’ nog ‘liederen’ werden genoemd.

De Maltese zanger Aidan raakt zijn noten zacht en zuiver, ook bij zijn live-uitvoeringen, en zingt haast laconiek over zijn liefde, zijn ‘bella’. Misschien wat te bescheiden voor Songfestivalbegrippen, maar het warme en richting de finale steeds zwieriger orkest sleept je mee en geeft dit verfijnde liedje een klassieke grandeur, die we ook hoorden bij inzendingen van bijvoorbeeld Songfestivalwinnaar Salvador Sobral uit Portugal (Amar pelos dois, 2017).

Boven Bella hangt ook nog een rokerige wolk van jazz, Frank Sinatra en nachtclubnostalgie, dus we rekenen op hoge noteringen bij de vakjury’s.

Bulgarije: Dara – Bangaranga

Bij de titel Bangaranga denk je natuurlijk eerst aan de dancehit Bangarang van Skrillex uit 2012. De opwindende track van de Bulgaarse Dara sluit ook redelijk aan bij het brute dance-idioom van de Amerikaanse producer en opnieuw is het Jamaicaanse begrip ‘bangarang’, voor ‘herrie’ of ‘verstoring’, de slogan.

Bangaranga heeft de beats goed op orde, met steeds net niet té schetterende techno en EDM. De opvallende tempovertragingen én versnellingen, plus de toevoeging van instrumenten uit vele windstreken, maken van dit nummer een feestelijk opveermomentje tijdens een lange festivalzit.

Maar de ster van de show is toch zangeres Dara, die met charisma en veel persoonlijkheid orde schept in de vrolijke chaos van dit nummer. We hopen dat ze dat ook live kan doen.

Luxemburg: Eva Marija – Mother Nature

Zangeres Eva Marija zingt Engels met een wat vreemde intonatie, waarbij een woord als ‘was’ ineens klinkt als ‘wizz’. Het intrigeert wel, vooral ook omdat zij gaandeweg dit ambachtelijk geschreven – en enigszins bombastische – poplied steeds knapper gaat zingen.

Haar stem kan lagere tonen verbinden aan zuchtende en zachte hogere noten of een falsetstem, en schakelt soms binnen één woord, waardoor je wilt blijven luisteren. Het wordt natuurlijk een uitdaging om dit technische zangwerk live goed uit te voeren.

In een subtiel bruggetje tokkelt Marija zelf op de viool: niet eerlijk, zij mag dit straks dus niet live doen, in tegenstelling tot Finland. Maar bij het refrein voel je zomaar een klein beetje kippenvel opkomen, zeker als een koor zich komt bemoeien met de berustende laatste woorden van dit lied: ‘Mother Nature/ She knows.’

Griekenland: Akylas – Ferto

Het is bijna een genre bínnen het sf-genre geworden: strakke en licht neurotische trance, industrial, techno of hardcore, maar dan vermomd als festivalinzending. Dit jaar volgt Griekenland (Akylas) het voorbeeld van Finland (Käärijä) en Nederland (Joost), met een nummer dat in elk geval de beste oorwurm van editie 2026 is.

Niemand die straks dat ‘fer-to-mou-fer-to’ nog uit zijn hoofd krijgt. Als het publiek er zin in heeft, kan de Griekse inzending zomaar het nieuwe Cha cha cha worden, al zijn de dansbewegingen bij de live-uitvoering wel wat minder iconisch.

Ferto zit goed in elkaar en is lekker gevarieerd. Een minder moment is een vreemde piano-onderbreking in de laatste halve minuut, als Akylas ineens verandert in een sentimentele levensliedzanger. Wel leuk: het keyboardloopje dat doet denken aan zowel een 8-bit-gamesoundtrack als de traditionele Griekse sirtaki.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next