In campagnes zijn emoties doorslaggevender dan inhoud, menen inmiddels ook partijen als D66 en VVD. Het asieldossier laat zien dat na de verkiezingen die geest niet meer snel in de fles gaat.
Explainer in chief werd de voormalige Amerikaanse president Bill Clinton weleens genoemd: de opper-uitlegger. Barack Obama grapte dat hij hem wilde aanstellen als secretary for explaining stuff.
Politiek redacteur Frank Hendrickx bericht wekelijks over de mechanismen achter de politieke gebeurtenissen.
De optredens van Clinton hadden soms trekjes van politieke magie. Toen hij in 2007 campagne voerde voor zijn vrouw op het platteland van Iowa, wist Clinton een schuur vol sceptische boeren langzaam om te toveren tot een instemmend knikkende meute. De ex-president combineerde een superieure feitenkennis met een laconieke overtuigingskracht over hoe die feiten te interpreteren.
Zou zo’n talent nog tot zijn recht komen in het huidige politieke tijdsgewricht? Ook in Nederland zijn politieke strategen tot de conclusie gekomen dat verkiezingscampagnes niet meer draaien om inhoud, maar om emoties en identiteit. ‘De grote meerderheid van Nederland vindt inhoudelijke debatten ingewikkeld en saai’, zei de ex-D66-spindoctor Roy Kramer voor de verkiezingen.
Kramer geloofde dat er een strikt onderscheid mogelijk was tussen campagnevoeren en besturen. Om kiezers te trekken moeten partijen een appel doen op hun gevoelens en hun verlangen naar hun identiteit; na de verkiezingen moet het weer om de inhoud draaien.
Hoe moeilijk zo’n scheiding is, blijkt nu bij het asieldossier. Zelfs binnen het kabinet wordt erkend dat alle verwikkelingen rond dit beleidsterrein amper nog uit te leggen zijn. Het resultaat: gevoel en beeldvorming overwoekeren alles.
Veelzeggend waren vrijdag de schampere reacties op de aanvullende maatregelen die het kabinet presenteerde om overlastgevende asielzoekers sneller ongewenst te verklaren en om het betalen van dwangsommen in te perken. Alsof zo de groei van het aantal asielzoekers teruggedrongen wordt, zo werd gehoond.
Curieus, want via die twee aanvullende maatregelen wordt alsnog het asielbeleid van ex-PVV-minister Marjolein Faber doorgevoerd, ondanks het wegstemmen van haar asielnoodmaatregelenwet drie weken geleden in de Eerste Kamer. De naam van die asielnoodmaatregelenwet suggereerde daadkracht en hardheid, maar in werkelijkheid werd het gros van de maatregelen ook al geregeld via de zogenoemde uitvoeringswet van het Europese asiel- en migratiepact. Met de vrijdag aangekondigde maatregelen is Fabers oorspronkelijke pakket weer compleet.
Maar leg dat nog maar eens uit. D66 was bijvoorbeeld vanaf het begin fel tegen de asielnoodmaatregelenwet van de verafschuwde Faber, maar wel vóór de uitvoeringswet van het Europese asiel- en migratiepact, hoewel daarin dus veel vergelijkbare maatregelen staan. Omgekeerd schreeuwde de VVD moord en brand over het sneuvelen van de asielnoodmaatregelenwet, hoewel dat dus alweer grotendeels gerepareerd wordt als binnenkort het asiel- en migratiepact wel wordt aangenomen in de Senaat, wat nagenoeg zeker is.
Alleen de strafbaarstelling van illegaliteit gaat voorlopig niet door, maar die maatregel maakte überhaupt geen deel uit van Fabers oorspronkelijke pakket.
Toch overheerst op rechts de rancune sinds het wegstemmen van de asielnoodmaatregelen: het kabinet-Jetten krijgt geen streng asielbeleid voor elkaar en er wordt wéér niet naar het volk geluisterd. Dat sentiment wakkert ook weer de maatschappelijke onrust aan, maar premier Jetten slaagt er niet in om het beeld bij te stellen.
De D66’er heeft tijdens zijn eigen verkiezingscampagne al ervaren dat gevoelens en emoties krachtiger kunnen zijn dan feiten. Alleen werkte het toen nog electoraal in zijn voordeel. Jetten benaderde bij de start van de campagne zelf de pers om aan te geven dat zijn partij voortaan openstond voor een harder asielbeleid. Het AD kopte na een interview dat D66 voor ‘een Canadees model’ was, waarbij alle asielaanvragen voortaan buiten Europa moesten plaatsvinden.
Alleen was daar in het verkiezingsprogramma niets over terug te vinden. Er werd wel gesproken over het moderniseren van het Vluchtelingenverdrag om zoiets mogelijk te maken, maar dat is op z’n best iets van de heel lange adem, zo erkende Jetten bij doorvragen. Sterker nog: het kabinet-Rutte III concludeerde jaren geleden al dat een aanpassing van het Vluchtelingenverdrag weinig realistisch is.
Dat D66 tijdens de campagne inspeelde op de electorale behoefte aan een harder asielbeleid was geen resultaat van interne democratie. Kort voor de campagne praatte Jetten in het partijkantoor nog snel een groepje D66’ers bij over de scherpere toon die hij zou aanslaan. Tegelijkertijd veranderde er inhoudelijk weinig, constateerden sommige partijgenoten gerustgesteld. D66 bleef tegen de asielwetten van Faber, wat Jetten ook tijdens de campagne steeds bevestigde.
Zo werd wel het gevoel gecreëerd dat de partij voor een harder asielbeleid was, zonder dat er inhoudelijk aanknopingspunten voor te vinden waren. De ironie wil dat eenmaal aan de macht het omgekeerde gebeurt: Jetten krijgt het verwijt dat hij een slap asielbeleid voert, terwijl de feiten iets anders laten zien.
Het lijkt het lot van politici die zich erbij neerleggen dat gevoelens in de moderne politiek belangrijker zijn dan de inhoud: vroeg of laat worden ze zelf speelbal van die emoties. Ze denken te duwen, maar ze worden geduwd.
Source: Volkskrant