Home

Opinie: De zorg in Caribisch Nederland is ondermaats, investeer in werkelijk gelijkwaardige zorg

De Nederlandse zorg heeft twee gezichten: een ‘trotse’ versie in Europa, en een B-versie in Carabisch Nederland. Het is de hoogste tijd dat daar een einde aan komt, stelt universitair docent Robert Borst: het zorgstelsel in Caribisch Nederland moet op de schop.

Het is een drukke maand voor de ambtenaren die zich bezighouden met gezondheidszorg in Caribisch Nederland. In één week tijd stelden twee onafhankelijke analyses dat de zorg ondermaats is, discriminerend zelfs. Bij elkaar opgeteld zouden de adviezen moeten leiden tot een complete renovatie van het Caribisch Nederlandse zorgstelsel.

Ministers Sophie Hermans en Mirjam Sterk van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zijn wat minder rigoureus. In hun beleidsbrief – waarin zij de plannen voor de komende tijd samenvatten – doen zij het af met een rituele belofte: ‘Het kabinet zet zich de komende periode in om de voorzieningen voor zorg (…) in Caribisch Nederland gelijkwaardig te maken met Europees Nederland.’

Intussen doorleven eilandbewoners dagelijks deze ‘gelijkwaardigheid’: een op de drie inwoners van Bonaire, Saba en Sint-Eustatius leeft in armoede, de toegang tot zorg is onvoldoende, en de kwaliteit – alle verbeteringen ten spijt – is vaak slecht. Vijftien jaar na de staatkundige hervorming van 10 oktober 2010 en bijna vijf jaar na de ‘gelijkwaardigheid’ aangekondigd door toenmalig staatssecretaris Maarten van Ooijen, is de belofte van gelijkwaardigheid nog steeds niet vertaald naar beter beleid.

Over de auteur

Robert Borst is universitair docent veerkracht en bestuur van de gezondheidzorg aan de Erasmus Universiteit Rotterdam

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Stevig hervormen

De ministers stellen verder: ‘Nederland heeft veel om trots op te zijn: de zorg is hier goed en toegankelijk.’ Dat geldt alleen niet voor de bijna 32 duizend mensen die in het Caribisch deel van Nederland wonen. Trots op de zorg is daar ver te zoeken. Dat dit terecht is, blijkt uit twee gezaghebbende adviezen.

De Commissie Zorg Caribisch Nederland, onder voorzitterschap van oud-gouverneur Frits Goedgedrag, stelt dat alleen door het zorgstelsel op de BES-eilanden (Bonaire, Sint Eustatius en Saba, red.) stevig te hervormen én te versterken sprake kan zijn van werkelijk gelijkwaardige zorg. Een dag later concludeert de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme (NCDR) dat de bestaande ongelijkheden niet op zichzelf staan, maar geworteld zijn in een koloniaal verleden dat doorwerkt in de zorgverhoudingen van vandaag. De NCDR poneert daarbij de belangrijke vraag om eerst eens goed te kijken waarom Nederland eigenlijk twee zorgsystemen heeft: de ‘trotse’ versie hier in Europa, en de ‘B-versie’ 8.000 kilometer verderop.

Twee rapporten, één week, soortgelijke conclusie. Je zou denken dat Den Haag daar wakker van wordt. Maar kijk naar wat tegelijkertijd gebeurt: op het ‘dossier’ zorg Caribisch Nederland, gemakshalve gedumpt bij Volksgezondheid, wordt bezuinigd.
Terwijl experts roepen dat juist meer moet worden geïnvesteerd in preventie, zorginfrastructuur, en het aantrekken en behouden van zorgprofessionals op deze kleine eilanden, krimpt de beleidsruimte. Als keuze nota bene, niet als ongelukkige samenloop van omstandigheden.

Dossier doorgeschoven

Caribisch Nederland is al decennialang het ondergeschoven kind van VWS. Niet omdat de problemen onbekend zijn: er zijn rapporten genoeg. Maar omdat de politieke prikkels ontbreken. De eilanden tellen samen zo’n 32 duizend inwoners. Als zij al stemmen, laten zij geen kabinet vallen. Collega Wouter Veenendaal noemt dat ietwat eufemistisch een ‘democratisch tekort’.

Dus wordt het ‘dossier’ jaar na jaar doorgeschoven, van staatssecretaris naar minister, van Kamerbrief naar beleidsbrief, terwijl de belofte van gelijkwaardigheid verwelkt tot een slappe beleidsformule van 130 woorden. Ondertussen wordt de VWS-directie verantwoordelijk voor Caribisch Nederland voortdurend op het matje geroepen en streng toegesproken, terwijl zij met anderhalve man en een paardenkop een compleet zorgsysteem moeten runnen. Niet de uitvoering, maar Kamer en kabinet zijn aan zet – laat dat duidelijk zijn.

Commissie ingesteld

Stel je voor dat Terschelling geen werkloosheidsuitkering zou kennen, dat middelbare scholen in Oegstgeest structureel ver ondermaats presteerden en dat het merendeel van de inwoners van Arcen met drie banen nog steeds niet rondkwam. De verontwaardiging in de Tweede Kamer zou niet van de lucht zijn. In Caribisch Nederland zijn dit de feiten, en de reactie in Den Haag is: we stellen een commissie in – waarvan vervolgens, zoals bij de Commissie Sociaal Minimum Caribisch Nederland gebeurde, meermaals de vergadering wordt afgezegd en Kamerleden niet komen opdagen.

Wat nu moet gebeuren is niet ingewikkeld. Voer de aanbevelingen van beide rapporten uit. Stop met bezuinigen op het recht op zorg voor mensen in Caribisch Nederland; de zorg krijgt nu al structureel te weinig aandacht en middelen. Erken daarnaast eindelijk dat gelijkwaardigheid niet iets is waar je alleen naartoe werkt als de omstandigheden het toelaten. Het is een verplichting die nú al geldt, voor alle inwoners van Nederland. Een beleidsbrief met goede bedoelingen volstaat niet meer. Dat weten de commissies die onlangs rapporteerden. Den Haag weet het ook. Nu nog doen.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Source: Volkskrant

Previous

Next