In een poging de impact van de Iran-oorlog te beperken, doet de Indiase premier Narendra Modi een dringend beroep op zijn bevolking. Modi maant Indiërs om zoveel mogelijk energie te besparen. Ook vraagt hij hen een jaar lang geen goud en juwelen te kopen.
is correspondent Zuid-Azië voor de Volkskrant
De economische schok van de oorlog tegen Iran is wereldwijd voelbaar, maar komt nergens zo hard aan als in Azië. Het werelddeel kreeg een groot deel van zijn fossiele brandstof geleverd via de Straat van Hormuz, die sinds eind februari praktisch gesloten is.
Om de schade te beperken, gingen de meeste Aziatische overheden binnen enkele weken over tot actie. Ze kwamen met thuiswerkverplichtingen en andere maatregelen om brandstof te besparen.
Zo moeten Thai de airco op een iets hogere temperatuur zetten en krijgen Sri Lankaanse en Filipijnse ambtenaren een vierdaagse werkweek. Zuid-Koreanen worden aangemoedigd om korter te douchen en minder vaak de wasmachine te gebruiken. In Bangladesh gaan winkels verplicht eerder dicht en worden de helft van de lessen online gegeven.
Nu, tweeënhalve maand na het uitbreken van de oorlog, vraagt ook de Indiase overheid haar bevolking onomwonden om offers. Premier Narendra Modi riep de 1,4 miljard Indiërs zondag op om spaarzaam om te gaan met brandstoffen. Buitenlandse reizen moeten ‘in deze crisistijd’ met minstens een jaar worden uitgesteld. Verder riep hij werknemers op tot thuiswerken en videobellen.
Maar veruit de meeste aandacht gaat uit naar Modi’s verzoek om een jaar lang geen goud en juwelen te kopen. Een gevoelige oproep, want Indiërs zijn dol op goud. Vorig jaar werd er voor liefst 72 miljard dollar aan goud gekocht. Bij vrijwel elke levensfase wordt de Indiër omhangen met het edelmetaal: van de geboorte, waar baby’s gouden armbandjes krijgen, tot het huwelijk, waarbij de man zijn vrouw een mangalsutra-ketting schenkt. Zelfs bij de dood speelt goud een rol: sommige hindoes worden gecremeerd met een klein stukje goud op de tong.
Op het eerste gezicht lijkt Modi’s oproep weinig met de oorlog tegen Iran te maken te hebben. Toch zit er een duidelijke economische logica achter. India koopt veel producten uit het buitenland, vooral olie en goud, en betaalt die meestal in Amerikaanse dollars. Daardoor heeft het land voortdurend grote hoeveelheden dollars nodig. Hoe groter die vraag naar dollars, hoe zwakker de Indiase roepie wordt.
Dat probleem wordt steeds erger. Door de oorlog zijn olie en gas duurder geworden, waardoor India alleen maar méér dollars nodig heeft. Maar doordat de roepie in waarde daalt, wordt het ook steeds duurder om die dollars te kopen. Zo jaagt het ene probleem het andere aan: een vicieuze cirkel. Als Indiërs minder goud kopen, neemt de vraag naar dollars af.
Maar Modi’s verzoeken zijn wel erg vrijblijvend, oordelen analisten. De overheid doet bovendien weinig om de consument in de juiste richting te duwen. Het houdt de brandstofprijzen namelijk kunstmatig laag. De Indiase benzineprijs is dan ook onveranderd gebleven sinds de oorlog tegen Iran. Dat is een groot contrast met buurlanden Pakistan (stijging van 55 procent), Nepal en Sri Lanka (beiden 38 procent). Zolang consumenten worden ontzien, zal de vraag niet snel dalen.
Het is bovendien ook nog maar de vraag of Indiërs het goud wel laten liggen. Het is in Zuid-Azië meer dan een luxegoed; het is een symbool van status, het biedt financiële zekerheid en hoort vooral bij de traditie. Minder op vakantie of vaker thuiswerken is voor veel Indiërs wellicht haalbaar. Een bruiloft zonder goud ligt een stuk gevoeliger.
1. Gebruik metro’s, treinen en doe aan carpoolen
2. Gebruik elektrische voertuigen
3. Een jaar lang niet reizen naar het buitenland
4. Doe aan thuiswerken en videobellen
5. 10 procent minder olie gebruiken bij het koken
6. Meer lokaal geproduceerde producten kopen
7. Een jaar lang geen goud en juwelen kopen
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant