Home

Overal zie je ‘care’ op de gevels, maar goede zorg is er ook als het moeilijk en onrendabel wordt

is huisarts en schrijver.

Ze legt haar telefoon op mijn bureau en schuift hem mijn kant op. Of ik haar wil verwijzen naar deze kliniek. Op het scherm verschijnt een pastelkleurige website van een zorgaanbieder met, bijna voorspelbaar, het woord ‘care’ in de naam. SkinCare, EyeCare, OrthopedicCare, SpineCare, HeartCare, OrthoCare, SleepCare, FemmeCare, MentalCare, BreastCare, ElderCare, Link2care, WeCare, ExcellentCare. De variaties zijn eindeloos, maar deze ken ik nog niet. Het lijkt een van vele zorgbedrijfjes die de laatste jaren, gevoed door schaarste en wachttijden, als paddenstoelen uit de grond schieten. Met beloften als snelle toegang, een grondige analyse en persoonlijke aandacht.

Ik vraag wat ze daar hoopt te vinden. Ze haalt haar schouders op. ‘Ze kijken daar net wat beter.’ Ik scrol verder op de website en zie dat ze geen contracten hebben met een zorgverzekeraar. ‘Je weet ook dat het slechts deels vergoed wordt?’ Ze knikt. ‘Geen probleem.’

Dus daar zit ik als huisarts. Niet alleen behandelaar en poortwachter, maar steeds vaker scheidsrechter, politieagent en verkeersregelaar in een uitdijend zorglandschap van aanbieders die zich richten op relatief gezonde mensen met overzichtelijke klachten. Vermoeidheid, overgangsklachten, een pijnlijke knie, rugklachten, het algemene gevoel ‘niet helemaal in balans te zijn’. De ideale patiënt is iemand die nog prima functioneert, maar zich nét niet optimaal voelt.

Artikel 13 van de Zorgverzekeringswet, de vrije artsenkeuze, biedt ruimte voor ongecontracteerde zorg. En laat het helder zijn: dat is een waardevol principe. Het biedt patiënten de ruimte om uit te wijken als het reguliere systeem tekortschiet, en geeft zorgverleners buiten grote instellingen de kans om goede en vernieuwende zorg te bieden. In die zin is vrije artsenkeuze een belangrijke correctie op de macht van zorgverzekeraars. Maar diezelfde ruimte maakt ook iets anders mogelijk: selectie aan de voordeur en een aantrekkelijk verdienmodel.

Daarvoor is het mechanisme eenvoudig: richt je op klachten met een gunstig natuurlijk beloop, investeer in tijd en aandacht (twee schaarse middelen in de zorg), vertel dat je verder kijkt dan de standaard, voeg diagnostiek toe, bied trajecten aan die zelden eindigen bij ‘afwachten’. De patiënt voelt zich gezien en serieus genomen en vaak wordt er ook daadwerkelijk goed geluisterd. Alleen, aandacht is niet hetzelfde als noodzaak, en grondiger is niet automatisch beter. Soms betekent grondiger simpelweg vooral méér. Meer onderzoeken en behandelingen voor het individu, maar ook hogere zorgkosten voor ons allemaal.

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Omdat zorgverzekeraars zo’n 70 procent van de ongecontracteerde zorg moeten vergoeden, kun je door slim te werken met betrekkelijk weinig risico een renderende onderneming bouwen. Zo kreeg ik onlangs bericht van een online ggz-aanbieder. Zij hadden een patiënt in zorg genomen, maar lieten mij weten dat ik vanwege hun online status verantwoordelijk bleef voor eventuele recepten, spoedzorg en onderzoeksaanvragen. Zo wordt ‘zorg verlenen’ wel erg vrijblijvend.

Intussen draagt de reguliere zorg de ‘achterkant’ van het systeem: de spoed in avonden, nachten en weekenden, de patiënt met meerdere aandoeningen en zonder goed verdienmodel. Met andere woorden: gecontracteerde aanbieders zuchten onder regels, administratie en de plicht om er altijd te zijn, terwijl parallel een circuit groeit van klinieken die die lasten niet dragen. Zij trekken personeel weg, jagen de productie op en wakkeren de zorgvraag aan.

Het is verleidelijk om dan maar te pleiten voor het afschaffen van de vrije artsenkeuze, maar daarmee raak je ook de goede partijen. Want ongecontracteerd is niet hetzelfde als ongereguleerd.

Er zijn veel zorgverleners die vrijwillig investeren in kwaliteit, en praktijken die ondanks het leveren van kwalitatief goede zorg toch geen contract krijgen omdat ze te klein zijn, of niet passen binnen de inkoopstrategie van de zorgverzekeraars.

Wie de zorg eerlijker wil maken, moet niet de patiënt beperken maar de prikkels corrigeren. Laat wie meedeelt in specialistische tarieven ook bijdragen aan de minder rendabele zorg, en toets wat er werkelijk geleverd wordt: medisch-specialistische zorg, of eigenlijk eerstelijnszorg op een bedje van care met een sausje van service?

Vrije artsenkeuze verdient bescherming, maar is geen vrijbrief. Zonder duidelijke grenzen verschuift zorg van een publieke voorziening naar een markt van goed vermarkte beloften. Want terwijl ‘care’ inmiddels overal op de gevel verschijnt, herken je echte zorg aan de bereidheid er ook te zijn als het moeilijk, traag, vies, frustrerend, ingewikkeld en onrendabel wordt. Juist dan.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next