Home

De geldzorgen zijn terug bij de oudste biodynamische boerderij: ‘Onze toekomst staat op het spel’

Loverendale Ter Linde, het oudste biodynamische bedrijf ter wereld, wil behalve een boerderij ook een ‘ruimte voor maatschappelijke vernieuwing’ zijn. Geldproblemen bedreigen het voortbestaan van het honderdjarige bedrijf, en niet voor het eerst.

is economieredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft onder meer over landbouw en voedsel.

Op de biodynamische boerderij Loverendale Ter Linde in Oostkapelle is het voorjaar alomtegenwoordig. De witroze bloesem van de fruitbomen schittert tussen de beukenrij door die de boomgaard van het erf scheidt. Een ouder echtpaar stapt van hun elektrische fietsen om inkopen te doen bij de boerderijwinkel. Een jong gezin zoekt een plekje aan een van de picknicktafels van de koffiebar, waar de kippen langs scharrelen.

Dit is hoe de eigenaar zijn bedrijf graag ziet: ‘Een spil in de samenleving, een plek waar iedereen terecht kan voor koffie of om even door de stal te lopen’, zegt Tim Moerman, een Vlaming met wilde bruine haardos en dito rossige baard, gestoken in een versleten grijze trui.

Het sluit ook aan bij de ideeën waarmee Marie Tak van Poortvliet honderd jaar geleden de Cultuurmaatschappij Loverendale oprichtte, vertelt Moerman (41) aan een van de picknicktafels. ‘Zij vond dat landbouw moest worden gezien als cultuurdrager. Niet alleen omdat die de fysieke omgeving schept, maar ook omdat er ruimte zou moeten zijn voor maatschappelijke vernieuwing.’

Gestegen rentekosten

Donkere wolken pakken zich nu samen boven die idylle, het oudste biodynamische landbouwbedrijf ter wereld. Door gestegen rentekosten dreigt de stichting waarvan Moerman zijn land pacht een deel van de grond te moeten verkopen. Door middel van crowdfunding hopen ze de 5,6 miljoen euro in te zamelen die nodig is om de lening af te lossen.

En als dat niet lukt? ‘Dat zou het moeilijker maken om de extensiviteit in de veehouderij te behouden. Maar het zou vooral de potentie voor de toekomst fnuiken. Niet alleen voor mij, maar ook voor de komende generaties.’

Als een vrachtwagen het erf oprijdt, onderbreekt Moerman zijn verhaal. ‘Ik moet even de bloemkool uit de auto halen. Loop maar even een rondje.’

Biodynamische landbouw

Loverendale dateert van 1926, twee jaar nadat Rudolf Steiner, de grondlegger van de antroposofie, in een serie voordrachten zijn ideeën over de landbouw had uiteengezet. Steiner pleitte tegen het gebruik van kunstmest, een recente uitvinding. In plaats daarvan zag hij het landbouwbedrijf als levend organisme waarin mens, plant, dier en bodem moeten samenwerken. Terwijl de landbouw specialiseerde, zag Steiner graag gemengde bedrijven met zowel veehouderij als akkerbouw.

Steiners ideeën vormen de basis van de biodynamische landbouw. Belangrijke principes zijn beperkt mestgebruik, respect voor dierenwelzijn en oog voor biodiversiteit. Daarnaast gebruiken ‘BD-boeren’ zogeheten preparaten, zoals een koeienhoorn met mest of hertenblaas met duizendblad, om hun gewassen in verbinding te brengen met kosmische krachten. In Nederland is de BD-landbouw altijd een kleine niche gebleven: 147 boeren hebben het bijbehorende Demeter-keurmerk. Zij gebruiken samen 9.576 hectare, 0,5 procent van alle landbouwgrond in Nederland.

De Zeeuwse kunstverzamelaar en patriciërsdochter Marie Tak van Poortvliet was onder de indruk van Steiners ideeën. Toen ze van haar vader landerijen op Walcheren erfde, wijdde ze die aan biodynamische landbouw.

Kabouterbeweging

Geldzorgen zijn geen onbekende in de geschiedenis van het bedrijf. De buren lachten om de Duitse antroposofen met hun gekke ideeën die Tak van Poortvliet in huis haalde. Het bedrijf kostte haar in de eerste jaren handenvol geld. Toen in de Tweede Wereldoorlog door geallieerde bombardementen Walcheren onder water liep, ging de tuinderij verloren en verdronk het vee.

Gloriejaren volgden in de jaren zestig, toen het Loverendale-brood in reformwinkels door het hele land werd verkocht. Roel van Duijn trok ernaartoe om de opheffing van Provo te verwerken. Een opmerking van de boer, dat luidruchtige machines ‘de kabouters’ zouden verjagen ‘die we voor de groei van de gewassen zo hard nodig hebben’, vormde de inspiratie voor Van Duijns kabouterbeweging.

Door een inzakkende broodverkoop en een reeks ongelukkige overnamen keerden de financiële zorgen terug. In 1991 dreigde zelfs een faillissement, dat alleen kon worden afgewend door een deel van de grond te verkopen. Die werd jaren later met een lening teruggekocht, en in 2020 ondergebracht bij de stichting BD Grondbeheer. Daardoor werd de grond voor eeuwig veiliggesteld voor biodynamische landbouw – althans, dat was het idee.

Kleine en grote giften

Voor de financiering van de grond sloot BD Grondbeheer bij de Triodos Bank een nieuwe lening af. ‘Destijds was de rente laag en konden we die betalen uit de pachtopbrengsten’, vertelt Severijn Velmans, directeur van de stichting, telefonisch. ‘Inmiddels is de rente hard gestegen. Dat maakt de opgave om de grond vrij te krijgen urgent.’

Een poging om bij Triodos gunstigere voorwaarden te bedingen, slaagde niet. ‘De voorwaarden zijn gebaseerd op het leningprofiel en de rekenmodellen van de bank’, zegt Velmans. ‘Daar kunnen ze niet van afwijken.’

Hij hoopt het bedrag daarom met ‘kleinere en grotere giften’ op te halen. ‘Loverendale is binnen de doelgroep landelijk bekend, er komen veertigduizend unieke bezoekers per jaar. Als het niet helemaal lukt, moeten we mogelijk een deel van de grond verkopen en een deel tegen betere voorwaarden herfinancieren.’

Krulstaarten en hoorns

Zittend in een vorkheftruck haalt Moerman grote kratten met vers geoogste winterbloemkool uit de vrachtwagen. De kratten gaan een gigantische koeling in. Groot genoeg voor twee miljoen kilo fruit en groente, vertelt Moerman.

Even verderop wroeten een paar zwartgevlekte varkens knorrend in een berg appels die in hun verblijf is gestort. Twee biggen duiken in de modderpoel die voor ze is aangelegd. ‘Ze leven grotendeels van de reststromen van fruit, bakkerij en akkerbouwproducten’, zegt Moerman als hij klaar is met de bloemkolen. Daardoor groeien de dieren langzamer: waar een normaal varken binnen zeven maanden naar de slacht gaat, blijven ze op Loverendale anderhalf jaar.

Dieren aanpassen aan hun verblijf, zoals het afknippen van varkensstaarten of het verwijderen van koeienhoorns, is bij biodynamische bedrijven uit den boze. De varkens hebben hun krulstaarten dus nog en hun buren, de roodbonte koeien in de naastgelegen stal, hun hoorns.

‘Als ik er nu een zonder zie, heb ik toch het idee dat er iets mist’, zegt Moerman over koeien en hun hoorns. Omdat ze elkaar sneller in de weg zitten met hun hoorns, hebben de dieren meer ruimte in de stal dan gebruikelijk. ‘Als je een sombrero op hebt, pas je ook niet door elke deur’, zegt Moerman gekscherend.

Ruimte vormt gelukkig geen beperking: op Loverendale lopen dertig melkkoeien met jongvee, hoewel de stal en vergunning 113 melkkoeien mogelijk maken. Zulke dieraantallen – het gemiddelde voor een Nederlands melkveebedrijf – noemt Moerman ‘niet meer van deze tijd’. ‘We zitten hier vlak bij een Natura 2000-gebied, je moet je afvragen of zo veel dieren dan verstandig is.’

Nieuwkomer op Loverendale

Moerman arriveerde op Loverendale in 2010. Een uitwisseling naar Senegal, waar hij op een markt Nederlandse uien en kippenpoten zag, had zijn interesse gewekt in het voedselsysteem. Tijdens zijn studie sociologie in Gent las hij er veel over en ontwikkelde hij ideeën, die hij besloot in de praktijk te brengen.

‘Ik wilde iets met vee, omdat ik vind dat een duurzaam landbouwsysteem bestaat uit vlinderbloemigen (gewassen die stikstof in de grond vastleggen zoals klaver en peulvruchten, red.), granen en herkauwers. Ik had alleen nog nooit een koe of geit van dichtbij gezien.’ Hij liep stage op Loverendale en werd na een paar weken gevraagd veehouder te worden. Na een onderbreking keerde hij in 2017 terug om de boomgaard over te nemen. In 2020 kwam ook de rest van Loverendale onder zijn hoede.

Als nieuwkomer op Loverendale kende Moerman de biodynamische landbouw nog niet goed. ‘Maar het sluit het beste aan bij wat ik denk dat het juiste is. Al vind ik soms dat het niet ver genoeg gaat.’

In het mogelijk maken van diereigen gedrag zou er volgens Moerman bijvoorbeeld een schepje bovenop mogen. De kalveren blijven op Loverendale drie maanden bij hun moeder, maar dat is geen verplichting binnen de BD-landbouw.

In het gebruik van preparaten om kosmische krachten te stimuleren, is Moerman naar eigen zeggen ‘minder bevlogen’. ‘Het hoort erbij, maar het is niet zo tastbaar voor mij. Als er hier in de bedrijfsvoering wat meer rust komt, hoop ik dat ik daar ook meer verbinding mee kan krijgen.’

Vloeken op de vorige generatie

Na de stallen leidt Moerman zijn bezoek langs de ijsmakerij en bakkerij. In die laatste wordt van alles gebakken, van brood en croissants tot de hoorntjes voor het ijs – dat scheelt weer papieren of plastic bekertjes. De gebouwen zijn de afgelopen jaren opgeknapt en het verschil in bezoekersaantallen is volgens Moerman ‘dag en nacht’.

Of hij de lange geschiedenis van het bedrijf als een last ervaart? Moerman neemt weer plaats aan een van de picknicktafels. ‘Het is dubbel. Natuurlijk is het mooi dat je in een traditie aan de slag bent die al honderd jaar bestaat. Maar ik denk niet dat het eeuwig en altijd zo zal zijn. Ieder doet het op zijn eigen manier.’

‘Ik hoop dat de volgende generatie even hard op mij vloekt als ik op de vorige heb gevloekt bij het herinrichten van het erf’, zegt hij. ‘Zo van: waarom is dit nu op die manier gedaan? Anderzijds hoop je dat je niet iedere keer het warme water hoeft uit te vinden, dat je door kan op datgene wat er al is.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next