Home

Libris Literatuur Prijs naar gruwelijke kamproman met razende doorleesfactor

Schrijver Bert Natter heeft de Libris Literatuur Prijs gekregen voor zijn roman Aan het eind van de oorlog. Volgens de jury levert hij over ‘het haast onschrijfbare toch een roman af die zich niet laat wegleggen’.

is redacteur van Zondag en televisierecensent van de Volkskrant.

Natter volgt in zijn boek minutieus het laatste etmaal in een concentratiekamp, realtime beschreven vanuit 31 (!) perspectieven. ‘Dit wordt een totale mislukking’, dacht Bert Natter (1968) bij het schrijven van Aan het eind van de oorlog. ‘Of het beste dat ik ooit heb gemaakt.’

Natter zette met deze roman op alle vlakken hoog in. Dikte: 640 pagina’s. Perspectief: 31 figuren die zich in en rondom een concentratiekamp bewegen, wisselend van SS-luitenant tot Joodse gaskamermedewerker. Setting: 20 april 1945, de laatste verjaardag van Hitler. Sfeer: weerzinwekkend.

Die geestdrift betaalde zich maandagavond uit. Uit handen van juryvoorzitter Noraly Beyer mocht Natter de onderscheiding voor de beste Nederlandstalige roman van het afgelopen jaar in ontvangst nemen. Natter heeft een bedrag van 50 duizend euro gewonnen.

Atypisch monsterproject

Wie is toch die schrijver die zich jarenlang en met zoveel overgave en een, ironisch genoeg, haast Duitse precisie op het onvoorstelbare heeft gestort, die het diepste kwaad moedwillig in de ogen heeft gekeken?

Natter bleef als schrijver voorheen wat onder de radar. De journalist en oud-uitgever trok na de middelbare school en zijn (niet afgemaakte) studie Nederlands al schrijvend vooral met vriend Ronald Giphart op – nog steeds zijn ze elkaars meelezers.

Natters eerste roman volgde in 2008, het geprezen Begeerte heeft ons aangeraakt. De daaropvolgende romans Remington, een intieme vader-zoonroadtrip, en het humoristische Goldberg, over klassieke muziek (beide uit 2015) werden goed ontvangen en eindigden op shortlists, maar het grote publiek vond Natter niet.

Tot dit atypische monsterproject, dat op geen enkele manier aan die eerdere Giphart-samenwerkingen doet denken: zo lood- en loodzwaar als dit boek voelt. Natter maakt de lezer persoonlijk deelgenoot van de waanzin van de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust.

Huiveringwekkend

Deelgenoot, in de letterlijke zin van het woord: in Aan het eind van de oorlog is iedere huiveringwekkende seconde opgetekend. Natter matst zijn lezers niet met ontwijkende sprongen in de tijd. Kijk maar eens goed hoe verdorven we allemaal zijn, lijkt hij te willen zeggen. Nu het eind van de oorlog nadert, blijkt de rolverdeling in het kamp niet in beton gegoten.

In de setting van een concentratiekamp, dat veel wegheeft van Ravensbrück, waar veelal politieke en vrouwelijke gevangenen werden opgesloten, gemarteld, uitgehongerd en verkracht, kiest Natter voor een The Boy in the Striped Pajamas-plotlijn.

Daaruit ontspruit een koortsachtige zoektocht. Ernst, de 11-jarige zoon van de plaatsvervangend kampcommandant Karl Zehlendorf, raakt verzeild (geen échte spoiler, het staat op pagina 150) in die ene ruimte – de kamer die de lezer vertelt waartoe de mens in staat is.

‘De pijn is bijna niet uit te houden, maar als hij de mevrouw tegen zich aan drukt, gaat het een beetje beter, voelt hij minder pijn. Alleen krijgt hij geen adem, het is alsof er eten in zijn verkeerde keelgat is geschoten. Knappe luis die dit overleeft. (...) Eindelijk dringt het tot Ernst door dat hij bezig is dood te gaan.’

Wegduiken kan niet

Aan het eind van de oorlog is beslist geen struisvogelliteratuur. Wegduiken kan niet, en, tegen wil en dank: het boek wegleggen ook niet. Natter schrijft met een hoge doorleesfactor. ‘Wie begint met lezen, stopt niet meer’, merkte Volkskrant-recensent Bo van Houwelingen op. Haar Trouw-collega Rob Schouten noemde het boek ‘in feite een hellevaart als pageturner’.

‘Kan een roman over de Duitse concentratiekampen schitterend zijn? Ik denk het wel, ik weet zeker van niet. Omdat het niet mag’, vond Kees ’t Hart in De Groene Amsterdammer. Want wat voelt het wrang, te kunnen genieten van een verhaal dat op z’n gunstigst als ‘ongezellig’ (Van Houwelingen) kan worden bestempeld.

‘Wil je wel lachen? Wil je wel meeleven met personages die verantwoordelijk zijn voor gruwelen? Wil je wel plezier beleven aan het lezen van deze roman?’, vraagt de jury van de Libris Literatuur Prijs zich af.

Documentair vertellen

Thematisch gezien is dit oorlogsboek het meest traditionele van de shortlist. De andere genomineerden bogen zich over hippere problemen, zoals midlifecrises, moederschap, klassenmigratie.

Maar Natters vlotte, niets-ontziende aanpak werkt en past eigenlijk wel bij de tendens van Holocaust-entertainment. ‘Verfilmbaar’: die term plakt de jury hoopvol op het boek. Misschien is de tijd nu pas rijp voor dit soort proza. Natter biedt ‘een nieuw soort belevend, verschuivend en daarin bijna documentair vertellen over gruweldaden die, hoewel historisch, helaas niet tot het verleden behoren.’

In het jaaroverzicht met de beste boeken van 2025 van De Groene Amsterdammer kwam Kees ’t Hart gegeneerd terug op zijn eerste, zijns inziens te morele lezing van het boek. ‘Ik vroeg me te veel af wat Natter bezielde om een dergelijke roman te schrijven. (...) Zelfs beweerde ik dat zo’n boek niet geschreven zou mogen worden, ‘omdat het te erg is’. Flauwekul.’

Immers: don’t shoot the messenger, hoe meedogenloos hij ook is. Natters sensationele vorm geeft de lezer, dixit de jury, ‘nieuwe ogen’ om naar het verleden en heden te kijken. Essentieel, nu fascisme zich in dat rijtje met hippe problemen voegt.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next