De drie grootste Europese oliebedrijven hebben de afgelopen maanden miljarden euro’s verdiend met het verhandelen van olie, blijkt uit schattingen van analisten in opdracht van de Financial Times. Door grote prijsschommelingen kan slim aan- en verkopen veel geld opleveren.
is economieredacteur van de Volkskrant.
Door de aanval van de Verenigde Staten en Israël op Iran is de wereldwijde oliemarkt uit balans geraakt en zijn de brandstofprijzen rap gestegen. De afgelopen weken bleek al dat dat tot grote overwinsten leidde voor oliebedrijven: Shell en BP verdubbelden hun winst tot respectievelijk 6,9 en 3,8 miljard dollar. TotalEnergies kreeg ruim 40 procent erbij, naar 5,4 miljard.
Een groot deel daarvan is niet het gevolg van productie van olie, maar handel, schrijft de Financial Times. Vijf analisten met wie de zakenkrant sprak schatten dat de handelsafdelingen van die drie olieconcerns in het eerste kwartaal tussen de 3,3 en 4,75 miljard dollar extra opbrachten ten opzichte van het vierde kwartaal van 2025. De handelsactiviteiten zouden zo de helft tot tweederde van de winstgroei voor hun rekening nemen.
Naast faciliteiten voor de winning en raffinage van olie hebben de drie concerns ook grote afdelingen die zich op handel richten: het in- en verkopen van ruwe olie en eindproducten, al naar gelang de eigen behoefte en bewegingen van de markt. Daarmee onderscheiden ze zich van hun Amerikaanse concurrenten, die meer afhankelijk zijn van de eigen productie.
De handelaars zijn actief op zowel de spotmarkt, waar ze direct olie kunnen verhandelen, als op termijnmarkten, waar ze zich kunnen indekken tegen toekomstige prijsstijgingen of -dalingen. Juist in tijden van grote prijsschommelingen valt er veel geld mee te verdienen.
BP heeft een van de grootste handelsafdelingen, met tweeduizend medewerkers en driehonderd olietankers. Jaarlijks verhandelt het Britse bedrijf 4 miljard vaten olie, een veelvoud van de eigen productie.
Het Britse bedrijf heeft vermoedelijk ook het meest geprofiteerd van zijn handelsactiviteiten. De analisten waar de Financial Times mee sprak gaan gemiddeld uit van een winststijging van 1,75 miljard dollar ten opzichte van eind vorig jaar. Bij Shell zou de handel 1,6 miljard dollar hebben opgeleverd, Total zou er zo’n 800 miljoen euro mee hebben verdiend.
Tijdens de presentatie van de kwartaalcijfers wezen bestuurders van alle drie de bedrijven op het belang van de handelsactiviteiten voor hun goede financiële resultaten. Sinead Gorman, financieel directeur van Shell, noemde bijvoorbeeld de ‘significant hogere bijdrage van handel’ en BP-topvrouw Meg O’Neill benadrukte ‘de waarde die wij zien in onze handelsorganisatie’. Total-CEO Patrick Pouyanné zei dat zijn handelaars ‘over het algemeen best tevreden zijn als ze een volatiele markt zien’.
Total benadrukt in een reactie aan de Financial Times dat oliehandel ‘niet risicovrij’ is en tot zowel winst als verlies kan leiden. Shell en BP wilden niet reageren.
ACM: oliebedrijven en raffinaderijen verdienen aan hoge olieprijs, tankhouder niet
De onrust op de oliemarkt lijkt vooral bij producenten en verwerkers tot hogere winsten te leiden, meldt de Autoriteit Consument en Markt in haar eerste Monitor Brandstofprijzen. Voor het idee dat tankstations meer verdienen aan de hogere brandstofprijzen zijn volgens de ACM ‘geen aanwijzingen’.
De onrust op de oliemarkt en sterk gestegen prijzen leiden tot meer aandacht van de ACM. De toezichthouder houdt daarom vanaf deze maand wekelijks gegevens bij over de brandstofmarkt, en rapporteert daar maandelijks over.
Uit het onderzoek blijkt dat de prijs van ruwe olie sinds maart ongeveer 70 procent is gestegen. De toezichthouder noemt het ‘niet aannemelijk dat de kosten van olieproductie in dezelfde mate zijn gestegen als de prijzen’. De logische verklaring is dat olieproducenten meer marge rekenen over hun ruwe olie.
Ook in de raffinage zijn er volgens de ACM ‘signalen van hogere gemiddelde winstmarges’, met name op diesel en kerosine. Voor benzine lijken de marges juist lager te liggen.
Bij de tankstations is het beeld volgens de ACM gemengd. Pomphouders kopen hun brandstoffen tegen hogere prijzen in, en rekenen die door hun klanten. De ACM ziet geen aanwijzingen dat de winstmarges gemiddeld zijn gestegen. Wel lijkt het erop dat de marges sterker schommelen dan voorheen, als reactie op de schommelingen in de groothandelsmarkt.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant