Het aantal windmolens in Nederland neemt de laatste jaren amper meer toe. In 2025 steeg het vermogen van windturbines op land met 1,4 procent, de kleinste groei in acht jaar tijd.
is datajournalist van de Volkskrant. Hij analyseert en schrijft over het nieuws in cijfers.
De stagnatie heeft verschillende redenen, schrijft de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) in een maandag verschenen rapport. Zo lopen sommige nieuwe windprojecten vertraging op omdat er onduidelijkheid is over nieuwe regelgeving of omdat bezwaren van bijvoorbeeld omwonenden tot aan de Raad van State worden doorgevoerd. Ook moet vooraf doorgerekend worden of windturbines niet per ongeluk radarsystemen rondom militaire luchthavens verstoren.
In totaal stonden op het Nederlandse vasteland eind vorig jaar 2.547 windmolens opgesteld, negen meer dan het jaar ervoor. Samen hebben die turbines een vermogen van 7.054 megawatt. De RVO verwacht dat het totale vermogen dit jaar zelfs kan dalen, omdat relatief veel oudere turbines aan vervanging toe zijn. Het vermogen van windmolens op zee (4.748 megawatt in 2024) groeit in Nederland nog wel.
Verreweg de meeste windmolens staan in Flevoland. Die provincie is goed voor ruim 30 procent van het opgestelde vermogen. Daarna volgen kustprovincies Groningen (13,1 procent), Zuid-Holland (11) en Noord-Holland (10,2).
Europees gezien zijn er weinig landen die meer elektriciteit uit windenergie opwekken dan Nederland. In de Europese Unie kwam vorig jaar 16 procent van de opgewekte elektriciteit van windmolens op land en 3 procent van windmolens op zee. In Nederland ging het om respectievelijk 15 en 14 procent. Alleen Denemarken, Ierland, Litouwen en Zweden haalden meer energie uit wind.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant