is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen.
Sparen is een deugd, vooral voor de banken en de fiscus die er een slaatje uit slaan.
Spaarders zelf schieten zich lelijk in de voet. Ze krijgen op een spaarrekening bij een grootbank een rente van 1,25 procent, terwijl de inflatie 2,7 procent bedraagt. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) riep Nederlandse consumenten op om te gaan beleggen. Het ontbrak er nog maar aan dat de toezichthouder op het financiële stelsel tijd voor een propagandapraatje had ingekocht aan de tafel bij het tv-programma Business Class van Harry Mens.
En over die weinige rente moet ook nog eens 36 procent belasting worden betaald in de beruchte box 3. Wie 200 duizend euro op een spaarrekening heeft staan, moet na aftrek van het heffingsvrije vermogen in box 3 belasting betalen over 140.643 euro. Indien wordt gekozen voor het fictieve rendement van 1,28 procent (2026) is 1.800 euro belastbaar. Hiervan gaat 36 procent, ofwel 648 euro, naar de fiscus.
Maar er schuilt nog een addertje onder het gras: het fiscale gedrocht dat de algemene heffingskorting heet.
Deze heffingskorting is sinds 2025 niet langer alleen op het inkomen uit box 1 (werk en inkomen) gebaseerd, maar op het verzamelinkomen. Dus ook op dat van box 3 (sparen en beleggen). Tot een verzamelinkomen van 29.736 euro bedraagt de heffingskorting 3.115 euro. Daarna wordt die afgebouwd met 6,4 procent (bij 67-plussers is dat 3,2 procent) van de verdiensten daarboven.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Van de gevolgen voor spaarders maakte lezer Pieter Markus een pikant sommetje. Wie bijvoorbeeld 50 duizend euro verdient – zeg 48.200 euro aan salaris en 1.800 euro in box 3 – ziet een groot deel van de heffingskorting verdampen. Van dat verschil van 20.264 euro (50 duizend min 29.736 euro) moet 6,4 procent worden ingeleverd: 1.297 euro. Van de totale heffingskorting van 3.115 euro blijft daardoor 1.818 euro over.
Dat leidt ertoe dat de effectieve belastingdruk op het fictieve rendement van 1.800 euro geen 36 procent is, maar 42,4 procent. Voor 67-plussers is dat nog meer, omdat de ouderenkorting daalt met 15 procent van het verzamelinkomen boven 46 duizend euro.
Die betalen over box 3 liefst 54 procent belasting: 36 procent plus 3,2 procent heffingskorting plus 15 procent ouderenkorting. Dat is 5 procentpunten meer dan de hoogste schijf in de inkomstenbelasting. Van de 1.800 euro rendement in box 3 pikt de fiscus 975 euro in.
Opvallend is dat geen enkele Nederlandse spaarder zich daardoor laat afschrikken. In 2025 steeg het spaarsaldo van alle Nederlanders met 30 miljard euro tot 638 miljard euro. Nederlanders zijn of financiële masochisten of de belastingheffing op spaargeld is ook zo ingewikkeld dat niemand nog de bomen door het bos ziet. Daarnaast is het beleggingsuniversum, waar de AFM de spaarder naartoe wil jagen, een enge wereld, waar het krioelt van laaielichters. Het trauma van de woekerpolissen zit nog diep.
Daarom blijven ze sparen, ook als ze weten dat deze deugd voor hen een ondeugd is. En ze doen daarmee onbedoeld iets aan de vermindering van de ongelijkheid.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant