Tijdens de Art Brut Biënnale in Hengelo staat ‘rauwe’ kunst centraal, gemaakt door kunstenaars die autodidact zijn, of werken buiten de gevestigde kunstwereld. ‘Er zijn zoveel mensen met psychische problemen. Praten helpt. Daarom sta ik hier om mijn verhaal te delen.’
schrijft voor de Volkskrant over hedendaagse beeldende kunst.
Een grote industriële hal, daglicht valt van bovenaf schitterend binnen. Hal 43 van de voormalige Koninklijke Machinefabriek van Stork in Hengelo is een prachtig stukje industrieel erfgoed. Enorm ook, met z’n 7.000 vierkante meter. Toch is het niet het gebouw, maar de kunst die hier deze week te zien is, die direct bij binnenkomst de show steelt. Van metershoge beschilderde banieren tot felgekleurde wandkleden en expressieve maskers: de energie spat hier van de wanden en sokkels af.
Terwijl de wereldpers zich heeft verzameld in Venetië voor ’s werelds belangrijkste kunsttentoonstelling, opende in Hengelo afgelopen weekend een ándere biënnale: de Art Brut Biënnale. Voor de zesde keer organiseren curator Elvira van Eijl en Jan Noltes, samen met honderd vrijwilligers, deze manifestatie voor ‘rauwe’ kunst. Die wordt gemaakt door kunstenaars die vaak autodidact zijn, of werken buiten de gevestigde kunstwereld. Veel van hen zijn neurodivergent of kampen met psychiatrische problematiek. ‘Maar met diagnoses zijn we niet bezig’, zegt Van Eijl.
Kunsthistorica Van Eijl en grafisch ontwerper Noltes begonnen in 2011. Van Eijl: ‘Het idee ontstond toen ik zag dat er in ateliers bij zorginstellingen vaak mooi werk werd gemaakt, maar dat werd bijna nooit getoond. Wij dachten: daar moeten we eens een tentoonstelling mee maken.’ Het sloeg aan, zegt Noltes. ‘De eerste editie trok 10.000 bezoekers, dat hadden we niet zien aankomen.’
De kunst die in Hengelo te zien is, staat ook wel bekend als ‘outsider art’. Maar dat is een stigmatiserende term, vinden de organisatoren. ‘Het klinkt alsof je buiten de maatschappij staat’, zegt Van Eijl. ‘Het gaat ons om de kwaliteit van deze kunst. De gemene deler van de kunstenaars hier is dat ze vaak direct en puur communiceren over wat er in hun binnenwereld speelt.’
Daarom kozen ze voor de term Art Brut, bedacht door de Franse kunstenaar Jean Dubuffet. ‘Brut’ is Frans voor ruw. Niet dat de kunst op de biënnale grof is. Er zijn ook verfijnde schilderijen, tekeningen en textielwerken te zien. Van Eijl: ‘De term ‘brut’ komt ook uit de wijnwereld: brut champagne is heel zuiver. Net als deze kunst.’
In vijftien jaar groeide de biënnale uit tot een internationaal begrip. Dit jaar doen er 230 kunstenaars mee, uit 25 landen, van IJsland tot Iran en Japan. Van de zo’n 20 duizend bezoekers die worden verwacht, komt een deel uit het buitenland. Noltes: ‘Dit is het grootste evenement in z’n soort in Europa.’
De Volkskrant spreekt met drie deelnemende kunstenaars over ‘art brut’ en hun werk.
De presentatie van Kobus Visser (59) vormt een oase van kalmte tussen de vele kleurrijke kunst op de biënnale. Hij bouwt zijn doeken op uit lagen olieverf, die hij er deels weer afwast. Door die zachte, verwassen kleuren ogen de schilderijen dromerig en ingetogen. De vormen zijn licht, alsof ze bijna oplossen. ‘Dat past bij mij’, zegt Visser. ‘Ik beleef de wereld ook heel dromerig.’
Visser, met een achtergrond in het theater, begon te schilderen na een periode van zwaar psychisch lijden. ‘Ik ben heel gevoelig, en toen het privé moeilijk was, werd de stress me te veel’, vertelt hij. ‘Mijn zintuigen waren in de war.’
Een term als ‘art brut’ vindt Visser stigmatiserend. ‘Je past niet in de reguliere kunstwereld en wordt al snel gezien als de dorpsgek bij de waterpomp.’ Tegelijk wil hij zijn kwetsbaarheid juist omarmen. ‘Er zijn zoveel mensen met psychische problemen. Praten helpt. Daarom sta ik hier om mijn verhaal te delen.’
Een rivier die uit een oog stroomt. Een boom die uit een schouder ontspruit. In de sierlijke tekeningen, aquarellen en olieverfschilderijen van de Iraans-Franse Samaneh Atef (36) versmelten lichamen met de natuur en hun omgeving.
Atef is autodidact. Ze is opgeleid tot ingenieur, maar wijdt zich inmiddels volledig aan de beeldende kunst. ‘Mijn kunst is intuïtief’, vertelt ze. ‘Ik beeld vaak lichamen af, maar het gaat me niet om het weergeven van een persoon. Dat lichaam drukt een gevoel uit, of een situatie. Dat kan bijvoorbeeld gaan over wat er gebeurt in mijn thuisland Iran.’
Omdat ze vaak vrouwenlichamen afbeeldt, wordt haar werk gezien als feministisch. ‘Maar ik houd niet van labels’, zegt ze. ‘Of het nou ‘feministisch’ is, of ‘outsider art’. Een label als ‘art brut’ is niet belangrijk. Wat wel belangrijk is, is dat hier kunstenaars samenkomen met verschillende achtergronden en ervaringen. Dat is prachtig.’
De krachtige, metershoge paarden op de doeken van Jannemiek Tukker (61) lijken in eerste instantie geschilderd. Van dichtbij zie je dat wat penseelstreken lijken, talloze borduursteken naast elkaar zijn.
Tukker, opgeleid tot beeldhouwer, begon met borduren na een psychose, die zij liever ontregeling noemt. ‘Ik had een deel van mijn schilderijen en tekeningen verscheurd. Met borduurgaren heb ik ze gerepareerd, en dat werd zo mooi dat ik dat ook in mijn nieuwe werken begon te gebruiken.’
Tukker werkt vaak vanuit thema’s en beelden uit haar eigen leven. Het doek Verbondenheid en vrede toont een paard en een vrouw die contact maken. ‘Tijdens een ontregeling raak je juist geïsoleerd. Je zit in je cocon. Dan is het bijzonder als je weer verbinding kunt maken.’
Voor elke steek moet Tukker om het hele canvas heen lopen. ‘Dat meditatieve vind ik mooi. Mijn werk is niet therapeutisch, maar wel een noodzakelijke handeling vanuit een bewogen innerlijk.’
Art Brut Biënnale, 9 t/m 17 mei, Industrieplein 3, Hengelo. Gratis toegang.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant