Iets schrijven dat even raar als vanzelfsprekend is, even goor als liefdevol, dat is verdomd moeilijk. Nadia de Vries doet het, met humor, hoop en een heleboel uitroeptekens. Overgave op commando is nooit zwaar op de maag, en soms zelfs sprookjesachtig.
is redacteur van Zondag en televisierecensent van de Volkskrant.
Het uitroepteken. Welke auteur gebruikt ’m nog? Door sceptici de knuppel van het onvermogen genoemd, totaal overbodig als je in je woorden zélf al kunt vatten wat het teken zou moeten benadrukken.
Een zwaktebod, want archaïsch, overdreven. Maar laat die uitroeptekenhaters eens Nadia de Vries lezen, zou ik zeggen – ik heb door haar Overgave op commando een nieuwe liefde voor dit leesteken opgevat. Dartelend, speels, uitgesproken. Het leven tegemoet!
Het relaas van Schelvis (‘Aangenaam!’), het genderloze hoofdpersonage van De Vries’ tweede roman, is gelardeerd met uitroeptekens. En dat terwijl het verhaal van deze verschoppeling, de ‘held’ tot wie De Vries zich richt in haar hoofdstuktitels, misschien juist vraagtekens behoeft, want wat een heerlijk markant, weerzinwekkend boek is dit, vraagteken uitroepteken; maar in al z’n raarheid tóch volkomen in harmonie.
In een IJmuiden-achtig kustdorp, onder de rook van een fabriek die het hele jaar ‘gratis gruis en wolken’ over Schelvis’ soortgenoten uitspuwt, leren we deze blauwharige, aandoenlijke figuur kennen.
Schelvis wil vooruit, weg uit het systeem dat eigenlijk maar twee eindbestemmingen kent: orderpicker in het distributiecentrum of fabrieksarbeider. Moeders rookt sigaretten en behaagt mannen in de hoop dat de liefde van een vent haar minder afstotelijk zal maken. Schelvis prikt ondertussen gebruikte condooms en halflege patatbakjes in de duinen. Een correctionele bijbaan, noemen de autoriteiten dat, om gevallen als Schelvis dienstbaarheid en discipline bij te brengen.
Haast je, Schelvis, weg uit dat akelige oord!
Wie een Iemand wil worden, moet de hort op. Nadia de Vries laat haar Schelvis in die schelmentocht flink spartelen op het droge, van de regen in de drup. ‘Hoe jong je ook bent, op een gegeven moment raak je gecorrumpeerd’, vertelde De Vries naar aanleiding van het verschijnen van haar eveneens excentrieke debuut De bakvis (2022) in De Groene Amsterdammer. Dat heeft Schelvis geweten. ‘Onze held leert de charme van levensgevaar’, lezen we, door bloedeigen vrienden nog wel. Een oud receptiehuisje op het fabrieksterrein, een wreed spel – Schelvis mag niet tegenstribbelen – en een slanke hamer. Zo krijgt de held een nieuw gezicht, een dieppaarse krater.
Iets schrijven dat even raar als vanzelfsprekend is, even goor als liefdevol, dat is verdomd moeilijk. De Vries doet het. Hoe doet ze het? Antwoord: die uitroeptekenigheid van het geheel, de (vergeefse?) monterheid die ondanks alles toch van de pagina’s spat. Dit boek is nooit zwaar op de maag, bij vlagen zelfs sprookjesachtig, hoopvol.
Want verdorven, dat is Schelvis slechts aan de buitenkant. Overgave op commando onderscheidt zich van de recente stroom aan romans over sociale klimmers door weg te blijven van gevoelens als wrok en wraak. Met zo’n tank gevuld vol levenslust is Schelvis niet iemand waar je snel medelijden voor voelt; dit is een personage dat ontwapent.
‘Ik weigerde een zin in een regionale krant te worden, daar was ik te trots voor’, besluit Schelvis na bruut te zijn mishandeld door de mensen die als gelijken voelden. ‘En bovendien is mijn naam voor een dergelijke dood te raar. ‘Schelvis verdrinkt’, dat is geen nieuws, dat is een mop.’
Iedereen verdient een kans in deze wereld, leest Schelvis op een raamsticker als die het dorp verruilt voor de stad. Verrek, daar is een supermarktadvertentie van ene Ruud, die slechts wat handtastelijkheden rekent als huur. Onderdak!
Wat nog ontbreekt is een inkomen, en Schelvis’ vindingrijkheid brengt een baantje bij bistro Zonderlust, waar gerechten de namen van mensen dragen en de eigenaar zichzelf een creative director noemt. Schelvis: ‘Dit hield in dat ze een eigen lettertype had ontworpen en een man had die een tandartspraktijk bezat.’
Schelvis balanceert ergens tussen bleu en vroegwijs, en weet feilloos te benoemen hoe andere soorten van die van hen verschillen. Hun hypocrisie, vooral. Zoals het een schelm betaamt – in de verantwoording schrijft De Vries geïnspireerd te zijn geweest door Oliver Twist en Die Blechtrommel – wordt een negatieve episode zo, hup, weer opgevolgd door een volgende. Schelvis begint aan een stage bij een humaninterestjournalist met ‘mensen met een miserabel leven’ als interessegebied.
Heel heftig vindt deze Tanja het, om de portrettist van dagelijks ongemak te zijn, om een persoon te zijn van wie mensen verwachtingen hebben. Was ze maar meer zoals Schelvis, verzucht ze, iemand die alles kan worden.
Of: iemand waarin we alles kunnen zien. De Vries is op haar onaangenaamst als ze Schelvis in een kunstenaarsgemeenschap laat belanden, waar wordt geloofd dat de toekomst van de planeet afhangt van mensen zoals zij, die wentelteefjes met cashewmelk laten thuisbezorgen door een immigrant op een fiets. Om hun uitgavenpatroon bij te benen gaat Schelvis werken in een paardenslagerij, maakt daar de vloeren schoon. Prima werk, het betaalt, het is eerlijk. Het is de beste baan die Schelvis ooit heeft gehad.
‘Jouw soort maakt deze planeet onleefbaar’, wordt er gezegd, als blijkt dat de macarons bij het ontbijt betaald zijn met paardenbloed. De kunstenaars beschadigen Schelvis onherroepelijk. Uitschot, wegwezen. Ik werd er heel naar van.
Maar de held staat op, krabbelend dit keer. Overgave op commando is een pleidooi voor onverschrokkenheid, voor bezield schrijven ook. Zelden las ik een roman over klasse die zo gespeend is van zelfbeklag.
Misschien is de schelm wel de ideale figuur, het uitroepteken het ideale teken, om ons over de maatschappij te laten nadenken, want met humor en met strohalmpjes hoop. Iedereen verdient een kans in de wereld: Nadia de Vries deed me ongelooflijk hopen, maar tegelijkertijd totaal niet geloven dat deze utopie in het verschiet ligt.
Nadia de Vries: Overgave op commando. Uitgeverij Pluim; 160 pagina’s;
€ 22,99.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant