OPEC
Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.
Voor wie dacht dat de chaos in de Golf niet groter kon worden: de Verenigde Arabische Emiraten zeiden afgelopen woensdag uit OPEC te stappen. De organisatie voor olieproducerende en exporterende landen heeft nu een belangrijk lid minder. En de door de buitenwereld vaak veronderstelde eenheid en lotsverbondenheid in de Arabische Golf loopt nieuwe averij op.
Het Westen kent OPEC vanouds als een beruchte tegenstander. Opgericht in 1960 liet de organisatie in 1973, tijdens de Yom Kippoer-oorlog tussen Israël en Arabische buren, voor het eerst zijn tanden zien. De olieboycot tegen de westerse landen die Israël steunden liet de macht van het oliekartel zien. De prijs van ruwe olie verviervoudigde en zou de rest van de jaren zeventig op dat peil blijven, om daarna tijdens en na de Iraanse Revolutie van 1979 nogmaals structureel omhoog te gaan.
Als groep van grootste olieproducenten, met de grootste reserves in de grond, kon OPEC zich daarna grotendeels gedragen als kartel, dat met productieverhogingen en -verlagingen de prijs van ruwe olie op de wereldmarkt vaak kon bepalen. Maar OPEC’s macht is tanende. Ook al werd olieland Rusland – en een aantal kleinere olielanden – vaak aan het overleg toegevoegd, de opkomst van de Verenigde Staten als olieproducent knaagde sinds 2010 aan die machtpositie.
Qatar, vooral een grote gasproducent, verliet OPEC al in 2019, en nu volgen de Verenigde Arabische Emiraten. De Israëlisch-Amerikaanse oorlog tegen Iran zet de regio flink onder druk. De Straat van Hormuz is nu al twee maanden dicht, de inkomsten uit olie drogen op. De nieuwe toekomst die Golfstaten voor zichzelf hadden bedacht, en waarin inkomsten uit olie langzaam, zouden vervangen door andere bedrijvigheid – financiën, internationaal transport, vastgoed, toerisme – loopt gevaar.
Die stress legt nu breuklijnen in de regio bloot die al langer bestonden. De vraag voor het Westen is nu of het zich moet verheugen in de verbrokkeling van de macht van de oliestaten, of zich juist zorgen moet gaan maken.
Economisch gezien is de stap die de Emiraten nu zetten begrijpelijk. De koers van OPEC wordt de facto bepaald door Saoedi-Arabië. De VAE, die zelf als een van de weinige landen in de regio nog een forse reservecapaciteit hebben, zouden graag meer inkomsten uit olie halen, maar dat werd door de Saoediërs geblokkeerd. Anders dan veel andere olieproducerende landen hebben de Emiraten meer baat bij volume dan bij een hoge prijs. Nu het OPEC heeft verlaten, kan de productie omhoog van 3,6 miljoen naar 5 miljoen vaten per dag. Overigens is dit voorlopig allemaal theorie: zolang de Straat van Hormuz afgesloten blijft, stroomt er geen druppel olie de regio uit, los van bestaande pijpleidingen over land.
Keerzijde van de vrijheid die de Emiraten zichzelf nu verschaffen is dat Saoedi-Arabië als enige land binnen de krimpende OPEC nu als buffer moet gaan dienen. Als de olieprijs te laag wordt, moet Saoedi-Arabië de productie terugschroeven om de prijs op te drijven. En omgekeerd, bij een te hoge prijs, zullen de Saoediërs degene zijn die de kraan verder opendraaien. Het nationale belang van Saoedi-Arabië komt zo op een tweede plan te staan, een weinig benijdenswaardige positie voor een machtig land.
Dat toont de economische fragiliteit van het kartel. Maar ook uit geopolitiek oogpunt veroorzaakt het vertrek van de Emiraten uit de OPEC extra onrust – en op een bijzonder slecht moment. Direct na het begin van de Israëlisch-Amerikaanse oorlog tegen Iran besloot Teheran de Golfstaten bij het conflict te betrekken met rechtstreekse aanvallen op militaire en economische doelwitten – met name de olie- en gasindustrieën. Mogelijk zocht Iran juist de Emiraten uit als voornaamste doelwit vanwege hun dominante rol als zakelijk, financieel en toeristisch middelpunt in de Golf. De Emiraten behoren binnen de regio tot de felste critici van het Iraanse regime.
Door nu uit de OPEC te stappen, kiezen de Emiraten openlijk vóór de VS en Israël en tégen de andere landen in de eigen Golfregio, met name tegen Saoedi-Arabië. Hoe begrijpelijk ook – de Emiraten willen hun economie verder financieel en toeristisch ontwikkelen – het risico van deze manoeuvre is evident.
Zowel in Israël als in de VS werd de draai van de Emiraten als een overwinning gevierd. Dat geeft te denken. Voor de Emiraten is het een gewaagde noodgreep: op korte termijn kiest het land hiermee voor politiek en economisch lijfsbehoud. Op de langere termijn zal dit allemaal leiden tot extra instabiliteit in deze toch al licht ontvlambare regio.
Een verdere verdieping van het toch al grote onderlinge wantrouwen tussen de Golfstaten zal de regio ook jaren na het eindigen van de oorlog tegen Iran nog blijven teisteren. Dat is niet zozeer de Emiraten aan te rekenen, als wel president Trump, die zich dit had moeten realiseren toen hij door Netanyahu dit conflict in werd gerommeld.