De oorlogen van de VS Hoewel de VS graag claimen dat ze van de Iran-oorlog een enorm succes maken, is dat nog niet het geval. De reden? „Een combinatie van te veel zelfvertrouwen, onwetendheid en het selectief leren van de geschiedenis.”
Donald Trump salueert bij aankomst in Charlottesville, Virginia op 10 april
Liegen dat je een oorlog aan het winnen bent, maakt nog niet dat je die oorlog ook aan het winnen bent. Toch doet Donald Trump precies dat sinds hij op 28 februari groen licht gaf om een oorlog te beginnen tegen Iran.
„Laat me zeggen dat we hebben gewonnen”, zei Trump tijdens een rally in Kentucky op 11 maart. „Je wil nooit te vroeg zeggen dat je hebt gewonnen. Wij hebben gewonnen. In het eerste uur was het voorbij.”
„We hebben de oorlog gewonnen. De oorlog is gewonnen”, aldus Trump in het Oval Office, op 24 maart.
„Een hele beschaving zal vannacht sterven, om nooit meer terug te keren”, dreigde Trump op zijn eigen sociale mediakanaal Truth Social op 7 april. „Ik wil niet dat dat gebeurt, maar het zal waarschijnlijk wel zo zijn”.
Op 29 april verklaarde Trump: „We hebben een machtswisseling gehad”. En: „Het ene regime is gedecimeerd, vernietigd, ze zijn allemaal dood. Het volgende regime is grotendeels dood.”
Intussen staat de Iraanse beschaving nog overeind, zit het regime nog stevig in het zadel en is van een (nucleair) akkoord in de verste verte geen sprake. Wel duurt de militaire operatie langer dan bedoeld en zijn de opbrengsten vele malen kleiner dan voorgesteld.
Natuurlijk heeft iedere partij er belang bij de werkelijkheid zo voor te stellen zoals die haar uitkomt. Toch komt Trumps werkelijkheid opvallend slecht overeen met de beloftes die hij deed bij het beginnen van de oorlog, eind februari.
Waarom lukt het de VS niet om hier het beoogde succes van te maken en de veranderingen teweeg te brengen die het land vooraf zei te willen – en waarom lukt dat eigenlijk nooit?
We hebben gewonnen, zei voormalig president George W. Bush, in een toespraak op 1 mei 2003, uitgezonden op nationale televisie. Vanaf het Amerikaanse vliegdekschip de USS Abraham Lincoln, vlak voor de kust van Californië, met op de achtergrond een spandoek met daarop mission accomplished, vertelde hij dat de VS en hun bondgenoten de strijd met Irak zes weken na de inval hadden afgerond. Het bleek een fikse misrekening: de oorlog duurde tot december 2011.
Een land overheersen vergt andere vaardigheden dan een land veranderen. Voor dat laatste is meer nodig dan militair overwicht. Maar de VS passen zich niet aan lokale politieke dynamieken aan en verdiepen zich niet in het land waartegen ze ten strijde trekken of waar ze naar regime change streven, concludeert de Amerikaanse politicoloog Dominic Tierney.
Daarom boeken ze geen succes, zegt de hoogleraar, gespecialiseerd in internationale conflicten en verbonden aan Swarthmore College in de Amerikaanse staat Pennsylvania. „Het is een combinatie van te veel zelfvertrouwen, onwetendheid en het selectief leren van de geschiedenis.” In 2015 verscheen zijn boek The Right Way to Lose a War: America in an Age of Unwinnable Conflicts.
Volgens Tierney loopt Trump over van zelfvertrouwen. „Hij is duidelijk beïnvloed door de ontvoering van de Venezolaanse president Maduro begin januari. Dat was een, in Amerikaanse ogen, succesvolle actie. Trump dacht waarschijnlijk: dat kunnen we nog een keer.”
De machtige positie die de VS hebben sinds de Tweede Wereldoorlog, speelt ook een belangrijke rol. „Door die macht kán het land ook ingrijpen in landen ver weg. Voor de meeste landen is het beginnen van een oorlog niet eens een optie”, aldus de politicoloog.
Ook historicus en Amerikadeskundige Willem Post, als senior research associate verbonden aan Instituut Clingendael, wijst op de Tweede Wereldoorlog. „Er heerst sindsdien een soort onoverwinnelijk patriottisme in de VS. Ze houden er een ideaalbeeld op na waarvan ze willen dat iedereen het overneemt. De gedachte dat iedereen jouw model als ideaal ziet, typeert hoe grootmachten denken.”
Het Marshallplan, dat de VS optuigden om na de Tweede Wereldoorlog Europese landen te helpen bij de wederopbouw, versterkte het idee in Europa dat de VS hulp bieden om kapotte maatschappijen te stabiliseren. Post: „Waarom die hulp werkte, is omdat die werd gegeven aan landen die voor de Tweede Wereldoorlog een deels vergelijkbare democratische traditie hadden”.
In Vietnam veranderde de militaire inzet van de VS in buitenlandse conflicten. Sindsdien hebben de VS vaak onderschat wat er speelt bij de bevolking in het land zelf. Post: „Er was oog voor de armoede noch voor het corrupte bewind.” Typerend is dat de communistische leider in Vietnam Ho Chi Minh voordat de oorlog tussen Noord- en Zuid Vietnam losbarstte en de Amerikanen zich er mee gingen bemoeien, een overeenkomst wilde sluiten met de VS, vertelt Post. „Hij stelde voor het land op te bouwen en een compromis te sluiten over de politieke structuur in Vietnam. Daar gingen de Amerikanen niet mee akkoord; het communisme moest volledig verdwijnen en alles moest naar Amerikaans model.”
Na de Koude Oorlog hielden de VS vast aan dat idee van democratie opbouwen naar Amerikaans model, aldus Post. „Het ging niet meer om het bestrijden van communisme, maar om het aanpakken van terroristen en het opbouwen van zogeheten failed states.” Wat dat betreft is er weinig veranderd in de houding naar wie er bestreden moet worden. Post: „De ‘communisten’ van toen zijn de ‘terroristen’ van nu.”
De Amerikaanse mislukking in Vietnam lag deels aan de onwil om zich te verdiepen in de lokale cultuur, zegt ook Dominic Tierney. Hij zag dat ook in Irak en Afghanistan. „Op het hoogtepunt van de Irak-oorlog in 2006 werkten er zo’n duizend mensen op de Amerikaanse ambassade in Bagdad. Van hen spraken er maar heel weinig Arabisch of een andere lokale taal. En in Afghanistan gebruikte het Amerikaanse leger in de eerste maanden verouderde topografische kaarten, die nog stamden uit de periode dat de Britten het land als onderdeel van hun invloedssfeer beschouwden.” Dat was tussen 1839 en 1919.
„Hoogmoed en arrogantie”, noemt Mario Fumerton het, universitair docent conflictstudies aan de Universiteit Utrecht. „Dat is de mindset: Amerikaanse militairen zijn bewust niet cultureel sensitief, het is een manier om de vijand niet als menselijk te zien. Ze komen om flink tekeer te gaan, niet om zich bezig te houden met de lokale cultuur en de gebruiken van een samenleving.”
Volgens Fumerton is er sprake van zelfoverschatting. Al decennia zien de VS zichzelf als de meest technologisch geavanceerde partij, die langs die weg conflicten kan oplossen. „Terwijl de tegenpartij heel vernuftig kan zijn of juist vasthoudend, zoals ook Iran laat zien.” Ook wijst hij op het totale gebrek aan tegenspraak in de regering-Trump, dat onvermijdelijk leidt tot tunnelvisie. „Daardoor laat hij zich in oorlogen praten waarvan hij denkt dat hij ze alleen maar kan winnen. Dat is natuurlijk niet zo.”
Leren de Amerikanen dan niet van hun fouten? „Leren is heel moeilijk: dat geldt voor individuen, bedrijven, landen”, zegt Tierney. „Het leger is een instituut. Als er wordt geleerd, is het vaak heel specifiek. Zoals het Vietnam-syndroom dat de VS opliepen, de angst om ooit opnieuw in eenzelfde situatie terecht te komen. Dat niet willen herhalen, is niet hetzelfde als iets leren.”
Hij wijst op oud-president Barack Obama: „Een slimme man. Als iemand kon bijleren, was hij het wel”. Obama was gevormd door de mislukkingen van de Irak-oorlog en zich bewust van de gevaren van het voeren van een oorlog in het Midden-Oosten. „Toen kwam Libië in 2011”, zegt Tierney. „Obama deed het tegenovergestelde van wat er in Irak was gedaan: er was wel een mandaat van de VN, de VS domineerden de militaire inval niet, het land zette niet in op nation building, natievorming. Toch gebeurde ironisch genoeg in Libië precies hetzelfde als in Irak: het land stortte in.” Zoals vaker liep ook deze buitenlandse interventie uit op een burgeroorlog, die nog steeds voortduurt.
Ook Trump reageert op zijn voorgangers. „Over Iran hebben de VS veel kennis opgebouwd, door het nucleaire akkoord dat onder Obama werd gesloten in 2015. Maar Trump heeft alle belangrijke mensen en onderhandelaars van toen ontslagen. Hij besloot juist niets van Obama te willen leren en het op zijn eigen manier te doen”, aldus Tierney.
Historicus Post wijst op de campagne die Trump voerde om juist geen buitenlandse oorlogen te beginnen. „Eerdere oorlogen hadden te veel gekost: levens en geld. En de missies waren mislukt. Hij wilde alleen een politieke agenda uitvoeren van keihard militair ingrijpen en dan niks. Geen tolken of expertise, wel militair machtsvertoon. Dat is nu ook beleid vanuit Trumps ministerie van Buitenlandse Zaken.”
Wat Post betreft zullen de grote bezuinigingen op een organisatie als USAID, waardoor de VS via de soft power van hulpprogramma’s wereldwijd veel invloed verwierven, zich gaan wreken, net als het verder uitkleden van ambassades. „Om een land echt stabieler te maken, is een lange adem nodig, net als aanpassingsvermogen. Dat bezitten de VS nog steeds niet. En zonder hun soft power zal dat alleen maar moeilijk worden. Zo’n langetermijnstrategie hebben de Chinezen altijd al beter begrepen – zoals alleen al de Nieuwe Zijderoute aantoont – dan de Amerikanen.”
Waarom heeft het machtigste land in de moderne geschiedenis nooit een oorlog gewonnen sinds de Tweede Wereldoorlog – op de kortdurende Golfoorlog na waarin een internationale coalitie onder leiding van de Amerikanen Irak uit Koeweit verdreven. Politicoloog Tierney: „Omdat macht de VS ertoe verleidt in conflicten te stappen waar ze geen kennis van hebben.”