De laatste bladzijde Na een whiplash ging Caroline Ligthart schrijven. Ze wilde alles onderzoeken, maakte met iedereen verbinding en ontbeerde vooroordeel – maar haar humor was „behoorlijk gruwelijk”.
Caroline Ligthart was het liefst een groot schrijfster geworden. Haar talent had ze tenslotte al bewezen met haar debuutroman Russisch water, de verhalenbundel Tweedehands bloemen, het kinderboek Waantje krijgt de knarser en toneelteksten zoals De Koerskmonologen.
„Maar ze had een zetje nodig”, zegt haar redacteur Arjan Post. „En dat moest een redacteur haar geven, vond ze. En die redacteur was ik.”
Volgens hem blonk ze uit in haar scherpe oog voor menselijke relaties, voor wat daar allemaal fout in kan gaan. „In Russisch water laat ze op meedogenloze, maar ook milde manier het menselijk onvermogen zien. Het verhaal, over een stel dat geen kinderen kan krijgen, beschrijft ze bovendien vanuit het perspectief van een man, wat vrij uniek is voor een vrouwelijke schrijver. Het is dan ook jammer dat ze niet meer gepubliceerd heeft, want ze had nog veel in haar mars.”
Toch vraag je je af wat er gebeurd zou zijn als Caroline begin jaren negentig geen whiplash had overgehouden aan een verkeersongeluk en met schrijven was begonnen. Was ze dan gewoon producer gebleven bij de televisie, een vak dat ze rond 2010 als freelancer oppakte voor een serie met ontdekkingsreiziger en schrijver Redmond O’Hanlon? Of was ze toch meer op haar plaats in het basisonderwijs? Dat ze een klas aan kon, bleek toen ze rond 2020 ineens in een Zaanse achterstandswijk kinderen met een migratieachtergrond op een speelse wijze ging helpen om wat taalvaardiger te worden.
„Ze was iemand die alles wilde onderzoeken”, zegt haar elf jaar oudere nicht Joyce Flesseman-Ligthart. „In het verbinding maken met mensen was ze een ster. Zonder enig vooroordeel benaderde ze iedereen. Met veel humor, die overigens behoorlijk gruwelijk kon zijn.”
Caroline Ligthart werd op 13 april 1965 geboren in Naarden, in een mooi wit landhuis dichtbij het Gooimeer. Ze was de jongste in het gezin van ingenieur Bernard Ligthart en zijn vrouw Eef Heubel. Als kind was ze een paardenmeisje, dat het liefst een rol in de Britse televisieserie Black Beauty had gespeeld. Haar twee oudere zussen en haar broer pestten haar daarmee. Toen ze op een ochtend wakker werd, vertelden ze haar dat er een paard voor haar in de tuin stond. „Het was een echte Gooise familie, met hockey en wat je wel of niet hoort te doen”, zegt nicht Joyce. „Maar Caroline liep uit de pas. Ze was een paradijsvogel, zowel in het gezin als voor mij en mijn man, kleurrijk in haar kledingkeuze en in haar geest. Altijd zat ze vol wilde plannen, die ook werden uitgevoerd, al vond ze het vaak eng. Maar ze had nu eenmaal een overrompelende levenslust. Als opstandige puber kwam ze een keer met witte cowboylaarzen thuis, tot afschuw van haar ouders. Pas toen mijn man en ik riepen dat wij die laarzen geweldig vonden, gingen ook zij akkoord.”
Rond 2013 werd ze ziek. Eerst bleek haar hart niet goed te werken en onderging ze een openhartoperatie. Maar een jaar later kreeg ze ook borstkanker. Ineens voelde ze zich eenzaam, ook doordat meerdere liefdesrelaties waren mislukt. „Na haar genezing ging ze de Camino naar Santiago de Compostella lopen”, zegt Joyce. „Ik ben toen met haar gaan oefenen in Amsterdam en liep haar er gewoon uit, terwijl ik absoluut niet sportief ben. Ik vroeg me dan ook af hoe ze die tocht in hemelsnaam kon voltooien. Maar ze deed het. Daarna is ons contact alleen maar hechter geworden. Mijn man en ik gingen regelmatig met haar op pad. Naar musea als Voorlinden, De Pont, Het Depot in Wageningen, gewoon omdat we kunst nodig hadden. Ook dook ze vaak bij ons in Huizen op en dan zei ze: ‘Ik wil een bad en een bed’. Dan installeerde ze zich en begon ze wat te schrijven.”
Tijdens haar tocht over de Camino adviseerde een Amerikaanse medewandelaar haar om voor kinderen met kanker te gaan schrijven. Ze nam die suggestie ter harte. In 2016 verscheen Waantje krijgt de knarser. Voor veel zieke kinderen was dat boek een troost, want ineens durfden ze over hun gevoelens te praten. De juf van Tijn, het jongetje van de nagellakactie, noemde het boek een geschenk uit de hemel, omdat het haar hielp om op een lichte manier over kanker te praten.
In 2020 ontmoette Caroline via een relatiesite uitgever en journalist Paul Disco. „Op die site had ze een lief en leuk verhaal,” vertelt hij, „zo van ‘ik ben gelukkig, shabby en chique, ben het liefst op mijn woonboot en volkstuin en wil graag met iemand wandelen’. Dat laatste hebben we tijdens onze eerste afspraak gedaan. En het was meteen raak.”
Die eerste afspraak was op 11 november 2021. Een jaar en een dag later kreeg Caroline te horen dat ze weer borstkanker had, deze keer in een uitgezaaide en ongeneeslijke vorm. Alleen een palliatieve behandeling zou haar leven nog kunnen rekken. „Vanaf dat moment zijn we samen gaan wonen en vrijwel permanent bij elkaar gebleven”, zegt Paul. „Alles wat iemand normaal gesproken in vijf jaar doet, deden wij nu in een jaar. We gingen vaker met vakantie, aten soms in een restaurant met een Michelin-ster. Ook gingen we een Spaanse taalcursus volgen in Cadiz, waar we in januari nog waren. Ze zat toen in een rolstoel en kon amper de trappen op van de B&B. Ons leven werd door die reizen intenser dan ooit. De vijf jaar na 2021 voelen daardoor als vijfentwintig jaar.”
Ook al namen haar krachten in rap tempo af, Caroline lachte nog voluit als ze bij haar vrienden at en bleef zich om anderen bekommeren. „Je had nooit de indruk dat je met een dodelijk ziek iemand aan tafel zat”, vertelt vriendin Henriette Schenk. „Ze gedroeg zich absoluut niet als een patiënt en bleef vooral in jou geïnteresseerd.”
Dat ondervond ook Mirre Ligthart, de 22-jarige dochter van Caroline’s broer Matthijs. „Ze heeft een kistje voor me gemaakt met door haar geschreven brieven, die ik kan lezen als ik ga trouwen, een kind krijg, verdrietig ben, et cetera. In een van die brieven schrijft ze dat ik niet te lang moet blijven hangen in verdriet, niet te lang moet willen dat iets anders is gegaan dan het is gegaan, maar ook dat ik mijn verdriet altijd moet tonen en vooral moet genieten van de kleine dingen.”
Op 25 februari schreef Caroline haar laatste post op haar blog. Ze lag inmiddels op een hoog-laagbed voor het raam van haar woonboot aan de Kromme Waal in Amsterdam. Een dag later kwam watermusicus Reinier Sijpkens met zijn elektrische bootje langs. Afwisselend op zijn hoorn, bugel en orgeltje spelend, bracht hij haar een serenade. „Hier word ik nu vrolijk van”, schreef ze daarna nog op Facebook.
In maart zou ze met Paul drie dagen bij haar ouders in Naarden-Vesting gaan logeren. Haar oudste zus Florrie was over uit Amerika en dat moest gevierd worden. „We kwamen op maandag aan”, vertelt Paul. „Dinsdag zaten we nog met zijn allen om de open haard, maar woensdag kon ze ineens haar bed niet meer uitkomen. Donderdag was ze zo verzwakt, dat ze vrijdag door de dokter in slaap werd gebracht. Op dinsdag 23 maart is ze toen overleden.”
Een week later klonk op de Kromme Waal Händels Watermusic uit de instrumenten van Reinier Sijpkens. Terwijl op de brug haar vrienden met een blauwe of paarse bloem stonden en Sijpkens orgeltje het ‘In paradisum’ uit Fauré’s Requiem inzette, voer de rondvaartboot met Caroline en haar familie aan boord via de Amstel naar het crematorium van Zorgvlied. ‘Ik was intens gelukkig’, stond op de rouwkaart. En zo was het ook, zeker die laatste vijf jaar met Paul.